Feeds:
Berichten
Reacties

Archive for the ‘3. REST’ Category

Wiens idee het was? Ik weet het echt niet meer. Het zal Ties wel geweest zijn. Onze flamboyante, corpulente Limbo en fervent Ajax-fan. Net als ik destijds, maar dan toch vooral vanwege Cruijf-Keizer. Met die lekker brutale uitstraling. Noem het arrogantie, maar die was toen in ieder geval ergens op gebaseerd. Want Ajax speelde het beste voetbal ter wereld. Ze hadden na de Europa Cup I weliswaar niet de Wereldbeker gewonnen in 1971 – want zegden af voor die wedstrijd vanwege een te druk schema – maar vriend en vijand waren het erover eens: dit Ajax was het allerbeste clubteam in die jaren. Dat zouden ze in 1972 wel eens even in cijfers uit gaan drukken. Het Argentijnse Independiente, na de 1-1 in de uitwedstrijd, moest eraan geloven. En wij – Ties, nog een collega, wiens naam ik ben vergeten, mijn toenmalige vriendin, thans echtgenote, en ik – wilden dat wel eens met eigen ogen aanschouwen.

Op D-day, 28 september 1972, ben ik negen dagen eerder 22 jaar jong geworden. In plaats van net aan een nieuw profvoetbalseizoen te zijn begonnen, was ik een leerling-verpeegkundige B (psychiatrie) in Venray. Dat was een zogenaamde inservice-opleiding van drie jaar: je had een leerling-contract, waarbij inbegrepen één lesweek per maand, de rest van de tijd werkte je op een afdeling. Ik was geboren en getogen in Veldhoven, maar woonde in Venray aanvankelijk intern op kamers in het hoofdgebouw; tezamen met een paar medeleerlingen en enkele Broeders van Liefde in ruste. Deze congregatie had in 1907 Sint Servatius, thans het Vincent van Gogh voor GGZ, opgebouwd. Omdat mijn driejarige verblijf in Venray kan worden beschouwd als een uitgestelde pubertijd, deed ik mijn uiterste best om qua kamerbezoek en -gebruik mijn Broeders van Liefde qua naam zoveel mogelijk eer aan te doen. Dat deze naam jaren later de nodige dubieuze associaties oproept, dat kon ik destijds natuurlijk niet bevroeden. In toch bijna een heel jaar tijd ben ik er trouwens nooit eentje tegen het lijf gelopen. Vandaar ‘in ruste’ waarschijnlijk. Later ging ik inwonen bij een getrouwde collega op een flat.

Waar de huidige gezondheidszorg grotendeels door vrouwen wordt geregeerd, was daar in de jaren zeventig zeker geen sprake van. En al zeker niet in de psychiatrie en gehandicaptenzorg in het zuiden des lands. Daar voerden de mannen de boventoon, in Limburg vooral vanwege de sluiting van de mijnen. Ongetwijfeld ligt daar ook een oorzakelijk verband met het hoge sportieve gehalte van deze sector toentertijd. Elke instelling of ziekenhuis had een bloeiende sportvereniging en er werden volop evenementen en toernooien georganiseerd. Een sportieve achtergrond was bij sollicitatie veeleer een aanbeveling dan ‘graag willen werken met mensen’.

Zo ook dus op ‘Servaas’, de werknaam in de regio. Wij hadden een kwalitatief sterke voetbalselectie die niet alleen menig prijsje binnenhaalde, maar ook in sociaal opzicht van een niet te onderschatten belang was. Geen wonder dus dat voetbal ook in mijn Venray-tijd nog steeds een cruciale rol speelde. Want als regionaal erkend voetbaltalent – en ook nooit bewust met iets anders bezig te zijn geweest – bleek een betaaldvoetbalcarrière toch niet voor mij weggelegd. Testwedstrijden voor EVV Eindhoven en Willem II, onder respectievelijk Hennie Hollink en Jaap van der Leck, ten spijt. Ik was een (te) mager scharminkel met een voor topsport ongeschikte motoriek, is mijn verklaring achteraf. Dat vond men destijds ook van Cruijff trouwens…

file:///Users/heinmeurs/Pictures/Voetbalfoto%20Oostrum%20IMG_6028.jpg

Ties bezat als enige van ons een voertuig, een vehikel dat het omgekeerde bewijs was van de stelling ‘hoe kleiner de man, hoe groter de auto’. Eigenlijk was er naast Ties zelf nauwelijks nog plaats in het autootje. Als ingeblikte sardientjes gingen wij gevieren op weg naar Amsterdam, met bestemming Olympisch Stadion. Mijn enige wedstrijdbezoek ooit aan deze betonkolos. Wel keerde ik er zo’n 45 jaar later nog eens terug als (sic!) OldStar Walking Football voor een toernooi. Waarbij nota bene Sjaak Swart ook weer aanwezig was. Al is dat ook weer niet zó vreemd, omdat Paco werkelijk overal acte de présence geeft. De hernieuwde aanblik van het inmiddels door monumentenzorg omarmde complex riep bij mij geen enkele herkenning op.

Ook mijn herinneringen aan de wedstrijd zijn diffuus, maar dat geldt voor vrijwel al mijn herinneringen van vroeger. Ik ben daarvoor té sfeergevoelig en me te weinig bewust van mijn omgeving. Wel weet ik nog dat we vrij hoog in het stadion zaten en dat de twee doelpunten van Johnny Rep zich in het verlengde van ons gezichtsveld afspeelden. Dus speelde Ajax in de eerste helft van links naar rechts.

Omdat ik mijn grote idool Cruijff voor de eerste keer in levenden lijve zag voetballen, was ik nogal opgewonden. Ik spiegelde me aan hem, leek er als mager scharminkel zelfs een beetje op, en trapte, net als Johan, nagenoeg elke bal met effect. Eigenlijk had ik daar ook kunnen staan… Maar bij Johan was elke effectbal functioneel, bij mij was het toch vooral effectbejag.

De grote ster speelde niet zijn allerbeste wedstrijd, maar daar had ik toen geen oog voor en oren naar. Barry Hulshoff heerste niet alleen soeverein achterin, maar schakelde zich opvallend vaak en ook nog eens verrassend goed aanvallend in. Ik genoot van de balvastheid van supertechnicus Gerrie Mühren. Ook de blonde Duitser Horst Blankenburg maakte indruk met zijn superieure spel. En rechtsback Willem Suurbier denderde steeds over rechtsbuiten Sjakie Swart heen, om dan traditiegetrouw een slechte voorzet af te geven.

Van de gevreesde hardheid van de Argentijnen is me niets bijgebleven, daarvoor was Ajax ook te sterk. En uiteraard gooiden met name Neeskens en Suurbier er af en toe een avant la lettre Afrikaanse tackle in, waarbij de overtredingen van de opponent verbleekten. Al kreeg De Nees nog wel even een koekje van eigen deeg. De beslissende goals van Rep staan nog wel scherp op mijn netvlies. De jeugdige vervanger van Swart rondde tot tweemaal toe evenzovele, perfecte assists van Cruijff (uiteraard buitenkantje rechts) koelbloedig af. De Wereldbeker was binnen. En dat moest gevierd worden.

Wij dus de stad in. We wilden naar het beruchte café Royal van tante Leen, maar eenmaal daar gearriveerd, bleken ze al met de benen buiten te hangen. Dan maar de kroeg ernaast, waar geen kip te bekennen was. Dat duurde echter niet lang. Binnen de kortste keren wisten we als erkend feestvierende zuiderlingen de zaak in beweging te zetten, stroomde de kroeg vol met anderen die bot vingen bij tante Leen en ging het dak eraf. Waarschijnlijk heeft de uitbater hiervóór en daarna nooit meer zo’n omzet gedraaid.

Hoe laat het is geworden? Geen flauw idee. We moesten nog wel terug in onze limousine en het kan niet anders dan dat Ties ons weer keurig in Venray of in Veldhoven heeft afgeleverd. Voor alle duidelijkheid: zijn bourgondische verschijning ten spijt, was Ties geheelonthouder. Met dien verstande dat er eerst nog wel een onverantwoord vette hap naar binnen moest worden gewerkt alvorens de thuisreis te aanvaarden.

Hoe zou het nu met Ties zijn? Ik heb ‘m na mijn Venray-tijd nooit meer gezien of gesproken. Zou hij nog leven? Nog steeds ‘in Ajax’ zijn? Nog ooit de Johan Cruijff Arena bezoeken? Johnny Rep heb ik later nog wel eens ontmoet. Die was, zeg maar, bepaald niet meer het Goudhaantje van weleer. Ook de kroeg naast tante Leen heb ik nimmer meer gefrequenteerd. Want, om maar eens een mooi Engels gezegde van stal te halen, never ruin a good story with facts.

 

Read Full Post »

Wordt ie eindelijk een keertje kampioen, moet ie er ook nog eens ’n keer lang op wachten om in de publiciteit te worden gelezen en geprezen! Maar het is de vaardigste Vaan dus eindelijk gelukt om zijn potentie, op de tennisbaan althans, in kille cijfers tot uitdrukking te brengen. Na een hegemonietje van de minder getalenteerde, maar mentaal sterkere John van Hest, is Rinus er dus in geslaagd om de prestigieuze dinsdagavondtitel in de wacht te slepen. Een titel die hem al jaren op het imposante lijf leek geschreven. Zoals al aangestipt: in een competitiesport geven lang niet altijd de technische en tactische kwaliteiten de doorslag. Zou het alleen om tactische vaardigheden draaien, dan zou Harrie Zeggers met vlag en wimpel zegevieren. Daarom is het ook een vaantje geworden.

De mentale kracht is minstens zo belangrijk, zo niet doorslaggevend. Geestelijke stabiliteit, onverstoorbaarheid, doorzettingsvermogen, veerkracht, killersinstinct: wie over het merendeel van dit assortiment beschikt, is een gedoodverfde winnaar. De man met dit assortiment in huis won de vorige twee edities. Heeft de huidige kampioen Rinus nu ook dit assortiment aangeschaft c.q. zich eigen gemaakt? Hij zal ongetwijfeld aan het nodige zelfonderzoek hebben gedaan. En is door niet de eerste beste geconfronteerd met zijn obstakels op weg naar een alom verwachte eindoverwinning. Zo is het toch ook ’n beetje mijn kampioenschap geworden, een mens moet nu eenmaal zijn zegeningen tellen.

De minstens zo interessante strijd om de rode lantaarn bleef tot het laatst toe spannend.  Pas in the dying seconds moest schrijver dezes het onderspit delven tegen onze keukenprins. En zo ging ook deze versnapering aan mijn neus voorbij. Voor de komende editie zijn de kanshebbers voor zowel de kop als staart van de ranglijst vrijwel dezelfde. Ook al ga ik er gewoon weer vanuit me te kunnen mengen in de strijd om het kampioenschap. Want ‘mengen’ is een ruim begrip. Zich in de discussie mengen na afloop van onze dinsdagavondpartijtjes zal voor menigeen geen probleem zijn. De onderwerpen zullen als vanouds bekend zijn en de grootste redetwisters en gelijkhalers zullen zich ook nu weer van hun ‘beste’ kant laten zien. Kortom, we verheugen ons weer op ons wekelijks gemouw, gemekker en gebakkes. Met effe ’n balletje slaan daartussendoor.

Maar Rinus, nogmaals van harte gefeliciteerd met de titel waarnaar je al zó lang naar hebt uitgekeken en waarvoor je al zó lang de grote favoriet was. Je hebt het uiteindelijk waargemaakt en dat verdient onze hulde. Neemt niet weg dat we allemaal ons best gaan doen om jou van prolongatie af te houden. En als dat niet lukt, dan klopte er weer geen zak van het schema, hadden er weer heel wat allebei ‘unne kwaoie maat’ en gooiden een rijk gevarieerd arsenaal aan blessures en verhinderingen roet in het eten.

Ook al is de temperatuur er nog niet echt naar, we gaan binnenkort weer naar binnen, dat de beste wederom moge winnen. Maar niet heus..

Ps. Met excuses voor de mindere kwaliteit van de foto.

Read Full Post »

Noot vooraf: Onderstaand de post die ik schreef voor Voetblah op 28 maart jl. Omdat Maarten de Vos het als geen ander verdient, geef ik hem ook een plek op mijn eigen weblog. Het doet mij deugd dat dit in memoriam er mede toe heeft bijgedragen dat er meer gepaste aandacht wordt geschonken aan het leven en heengaan van deze unieke persoonlijkheid.

Vorige week overleed Maarten de Vos. Geruisloos. Pas ’n kleine week later kwam het in de publiciteit. Dat ook nog eens mondjesmaat. Sterker nog, er wordt vrijwel geen aandacht aan geschonken. En dat is vreemd en zeer onterecht. De jongere generatie zal het niets zeggen, maar voor sport/voetballiefhebbende en journalistiek geïnteresseerde babyboomers moet deze naam bekend, zo niet als muziek in de oren klinken.

Maarten de Vos, een typische, rebelse exponent van de zestiger jaren, is de maker van de wonderschone film Nummer 14. Waarin hij Johan Cruijff als een balletdanser portretteert en eigenlijk voor het eerst het edele voetbalspel met kunst verbindt. De Vos is ook de auteur van het memorabele voetbalboek De Ajacieden. Destijds door weekblad De Tijd betiteld als “…Misschien wel het eerste Nederlandse voetbalboek waaraan je kunt aflezen dat het niet bij de waspoeder cadeau is te geven.” Dat doet het boek niet voldoende recht. Denk ik. Want ik heb het sinds de jaren ’70 nooit meer herlezen. Toentertijd verslond ik de inside information over mijn helden als een hongerige leeuw. Niet voor niets wordt De Vos de grondlegger genoemd van het kleedkamerverhaal, het achtergrondinterview. De Ajacieden en Cruijff, Hendrik Johannes, fenomeen van al veel langer wijlen Nico Scheepmaker waren voor mij het Oude en het Nieuwe Testament en vormden tezamen de/mijn voetbalbijbel. Ofschoon ongelovig, ging het erin als Gods woord in een ouderling.

Waarom er zo weinig aandacht is voor het overlijden van iemand die door de Vermeegen’s (al zal Maarten zich vanwege diens ‘ontwikkeling’ in zijn graf omdraaien) en de Jansma’s als hun grote voorbeeld en leermeester wordt gezien, is opmerkelijk. Of toch ook weer niet, getuige dit intrigerende en gedenkwaardige verhaal van André Gieling uit 2008 alweer. Een treurig beeld ook, waardoor de minimaal aanwezige informatie en beelden op internet begrijpelijk worden. De voorvechter van onder meer het portretrecht in de sport en de eerste stand-up against old fashion football, heeft z’n eigen rechten kennelijk over z’n graf heen beschermd. Dat zijn pionierswerk heeft geleid tot onze stand up against modern football, mogen we  hem niet euvel duiden. Maar dit alles verklaart de al jarenlang heersende radiostilte rondom het fenomeen Maarten de Vos. En rondom zijn verscheiden. Een verklaring, let wel, geen excuus. En ik hoop dat hiermee een beetje te hebben rechtgezet. Moge hij verder rusten in vrede.


– De unieke, want enige internetfoto van Maarten komt van europeanastatic.eu

Read Full Post »


Mazuro schrijft in een grotendeels familieverband ook wekelijks voor het onvolprezen, door zoon Teun bedachte, voetbalblog Voetblah. Deze weekendpost wilde ik u niet onthouden, al is het maar vanwege het onderwerp waarmee we allemaal, hetzij direct, hetzij wat meer op afstand, worden geconfronteerd. En waaraan nooit aandacht genoeg kan worden geschonken.


Het is donderdagavond 24 november 2010 wanneer IJsselmeervogels-jeugdspeler Thomas van de Groep op 11-jarige leeftijd de wedstrijd van zijn leven speelt. En tevens zijn laatste. Want Thomas is ongeneeslijk ziek, kanker. Hij scoort een hattrick, mag dus de wedstrijdbal houden in de wetenschap dat hij daar niet of nauwelijks meer tegenaan zal trappen. Een schrijnend besef, een onvoorstelbaar leed, een ongelooflijk onrechtvaardig, zo niet misdadig feit. Zijn club IJsselmeervogels heeft er alles aan gedaan om het peilloze verdriet van Thomas‘ dierbaren rondom dit tragische noodlot, voor zover mogelijk, te verzachten. Bovenstaand filmpje is een van de vele tastbare bewijzen daarvan. Negenduizend toeschouwers, waaronder vele prominenten, bevolkten de rooie helft van De Westmaat. Net zoveel als er uit alle hoeken van het (buiten)land op de moeder aller amateurderby’s afkomen.

Op 28 december, dus ruim ’n maand later, overleed Thomas; elf jaar jong pas. Elf, wrang genoeg een symbolisch voetbalgetal. Ook de herdenkingsactiviteiten waren hartverwarmend. Vandaag vindt de Thomas van de Groep Memorial plaats. Het grote Feyenoord heeft zich bereid verklaard om op De Westmaat te spelen tegen het vlaggenschip van IJsselmeervogels ter nagedachtenis aan Thomas. De complete Rotterdamse selectie zal aanwezig zijn en naar verluidt zullen alle titularissen op het kunstgras verschijnen. Voorafgaand is er een G-team-duel o.l.v. niemand minder dan Willem van Hanegem. De recette zal geheel ten goede komen aan het project KanjerKetting van de Vereniging Ouders, Kinderen en Kanker (VOKK). De kaartverkoop verloopt goed, dus het ziet ernaar uit dat het een in alle opzichten gedenkwaardige manifestatie zal zijn. Nu al, amper ’n week oud, de Wedstrijd van het Jaar. Weg met al die opgefokte Clásico’s! Hoezo morgen blauw tegen rood in Manchester?!

Dit weekend horen we met ons allen stil te staan bij een jongen die gewoon nog lekker tegen een balletje aan had willen schoppen. Die ervan droomde ooit de grote jongens-derby te spelen. Of misschien wel in De Kuip, omdat we van de ArenA even niets willen weten. Een jongen die achter de meisjes, of de jongens, aan had willen zitten. Dit weekend gaan onze gedachten uit naar Thomas, naar al die andere kinderen die door deze vreselijke ziekte zijn getroffen en naar alle ouders, familie, dierbaren en betrokkenen. Die, onontkoombaar, met gemengde gevoelens op de tribune zullen zitten. Wij wensen hen alle sterkte toe bij het verwerken van deze gevoelens van onzekerheid, verdriet, vrees en gemis. In elk geval hebben ze er bij IJsselmeervogels en Feyenoord alles aan gedaan om Thomas een prachtig, memorial afscheid te geven en om zijn familie en naaste omgeving, plus de vele genodigde kanjers en hún families  een groot hart onder de ketting te steken. Wat ontzettend jammer toch dat Thomas er zelf niet bij kan zijn!

– De 1e afbeelding is afkomstig van www.rtvutrecht.nl
De 2e afbeelding komt van webwinkel.vokk.nl


Read Full Post »

Met ons allen op de drempel
Gaandeweg naar komend jaar
Eenieder geeft zijn eigen stempel
Heeft haar eigen lijstje klaar

Nog even wordt er teruggekeken
Geïncasseerd of spijt betuigd
Maar als je iets voorover buigt
Is ook die tijd alweer verstreken

Het nieuwe jaar verleidt en lokt
Maar wat het brengt is ongewis
Blijde boodschap, nieuws dat schokt?

We slaan de plank toch altijd mis
Óf je calculeert of gokt
Dus neem het maar zoals het is

Read Full Post »

Noot vooraf Mazuro: Onderstaand gedicht is mij toegestuurd door zus Dineke in een reactie op mijn sonnet Een klip en klinkklare kleindochter. Fraai genoeg om speciaal onder uw aandacht te brengen. Al is het maar om te laten zien dat het helemaal rijmt zonder het te laten rijmen. Met dank aan Dineke en natuurlijk vooral aan Jos Versteegen.

Tramlijn begeerte

Lijn 2. Ik zie de jongen gaan,
hij skeelert door een najaarsdag.
de straat vol blad en kleine meisjes.
De zon lift mee op stekelhaar.

Zijn rugzak is een kunststof wasbeer
die angstig aan zijn schouders kleeft.
Zakmes en sleutels, aan een ring,
slaan ritmisch op zijn korte broek.

Met zwier schaatst hij de tram voorbij,
zijn benen, lang en glinsterend,
zo vreemd en zeldzaam in november.

Lijn 2 scheert langs de jongen, stopt.
Daar is de jongen weer, passeert.
Hij heeft mij zesmaal niet gezien.

Read Full Post »

Hieronder mijn ingezonden en gepubliceerde brief in het Eindhovens dagblad d.d. 3 juni 20011 over de heisa rondom de dreigende PGB-bezuinigingen. In mijn trilogie over de Brandon-affaire heb ik hierover ook al mijn zorg en bedenkingen uitgesproken, met name in de slotaflevering.

Al eerder heb ik hier gewezen op de fraudegevoeligheid van het PersoonsGebonden Budget. Nu jan en alleman protesteert vanwege de drastische bezuinigingsplannen op dit budget, kan ik niet nalaten om deze kwestie nog maar eens te nuanceren en objectiveren. Als zijnde ervaringsdeskundige in een setting waarin veel wordt gewerkt met PGB.

Inherent aan elke subsidie of declaratie, geldt ook voor PGB dat er oneigenlijk ge- zo niet misbruik van wordt gemaakt. Dat het vaak onterecht wordt aangevraagd c.q. toegekend. Ook hebben de talloze PGB-instanties/bureaus er baat bij dat ze hun cliënten behouden c.q. hun personeel aan het werk kunnen houden. Bovendien schort het vaak aan voldoende toezicht en controle op een verantwoorde, casusgebonden besteding van het toegekende budget. Desondanks is er nota bene een pleidooi voor volledige vrijheid van besteding van eenmaal verstrekte budgetten!

Ontegenzeglijk  zijn er velen die volstrekt terecht gebruikmaken van PGB en het zou een schande zijn wanneer dit onmogelijk wordt gemaakt. Maar tegelijkertijd zijn en waren er velen, die het zeker zo hard nodig hebben, maar wordt onthouden vanwege inefficiëntie en slecht beheer. En omdat ook hier de egoïstische linkmichels en brutalen de halve wereld (budgetten) hebben ten koste van de te bescheiden, waarlijk hulpbehoevenden.

Let wel! Dit is geenszins een pleidooi voor bezuiniging. Echter, net zoals in de totale (gezondheids)zorg, kan er een hoop geld worden gewonnen door efficiënter te (samen)werken en beheren. Wouter Bos, tegenwoordig adviseur, hoorde ik hier al voorzichtig voor pleiten. Maar welk regeringslid durft dit nu eens écht hardop te zeggen?

Read Full Post »

Opnieuw heeft Little John van Hest de rest, maar ook zichzelf, versteld doen staan en de Cup met de Grote Oren in de wacht gesleept. Was het vorig jaar nog kantje boord en dus vrijwel tot het laatst toe spannend, dit jaar was Sjonnies overmacht onverwacht groot. Met gemiddeld ruim een half punt voorsprong op de al bijna eeuwige numero twee, ietwat roestig IJzeren Rinus, zwaargewicht en vlag en wimpel onder de vaantjes. Toegerust met veel meer gevarieerde slagkracht dan wie dan ook, echter kennelijk niet voldoende uitgerust om dit optimaal te verzilveren. Het zoveelste bewijs ervan dat in de topsport (wedstrijd)mentaliteit minstens zo belangrijk is dan talent.

Liefst 10x wist John de partij voortijdig winnend af te sluiten, daarmee steeds de (bijna) maximale score binnenhalend. Het is deze kwaliteit – het optimaal benutten van de kansen – die hem tot tweevoudig cupwinnaar heeft gemaakt. Plus een gedegen vooronderzoek van het schema, een vlijmscherpe sterkte/zwakte-analyse van zowel tegen- als medestander en een vrijwel maximale opkomst. Hij was zelfs zo sluw om tegelijkertijd met zijn grootste concurrent te verzuimen door gewoonweg samen met  ‘m op vakantie te gaan.

En de rest? Verloor (zich) steevast in ofwel doorgeslagen tactische analyses, dan wel oeverloos gezeur over het schema, hetzij in gemopper  op/over de maat. Zoals het (erbij) hoort. Want dat maakt deze competitie zo mooi. Het uitgelezen gezelschap, de bonte verzameling dikke vijftigers, een verdwaalde veertiger, plus een paar ‘kwieke’ zestigers. Aangevuld door wankelmoedige reserves die regelmatig moesten worden aangeboord. Mannen op of over de helft van hun leven, maar die dus ook nog zowat de helft tegoed hebben. Nee, we gaan dit keer niet eenieder voor het voetlicht halen. Al verdient ieder op zich een eervolle vermelding. Bij dezen dan.

Maar zonder de anderen tekort te willen doen, pikken we er toch enkele matadoren tussenuit. Zeg maar diegenen die, bij gebrek aan tastbaar resultaat, zich op andere wijze meenden te moeten manifesteren. Of die juist in hun hang naar resultaat werkelijk alle middelen aangrepen om dit te bewerkstelligen. De grootste stunt komt in dit kader op naam van de enige linkmichel in ons vaste midden: onze postmoderne gleuvengluurder d’n Dielis, die het recht aan zijn kant meende te hebben in zijn poging de opponenten tegen de muur te zetten. Met als treurig resultaat een ex aequo onderste plaats  met ondergetekende, als we de vaak schitterend afwezigen Peer en Jan even niet meetellen.

En wat te denken van de revelatie van de eerste seizoenshelft, de nagenau-Herbstmeister Rob van Helden?! Hij kon het zelf nauwelijks geloven en wij nog minder. Toch had Rob opeens volop praatjes, groeide en gloeide als nooit tevoren. Dat ie de tweede helft weer meer zijn vertrouwde niveau benaderde, dus ook verbaal weer minder aanwezig was, mocht de pret van weleer niet drukken.

Natuurlijk mag in dit opzicht de opmerkelijkste Vaan niet ontbreken. Onze meest consequente, hardnekkige, voorspelbare, dus betrouwbaarste collega: altijd te laat; nooit tevreden, zoals het de ware sportman betaamt;  neemt iedereen de maat, waarbij ie zichzelf consequent overslaat; altijd dezelfde broek; altijd het laatst uit de kleedkamer; nooit verlegen om positieve feedback aan de tegenstander. Kortom, zonder Rupke de Vaan is er geen zak aan.

En last but not least, the little cross-forehand-beast. Onze pensionado in spe, de man die als ie niet zo klein was geweest, een hele grote was geworden. Of beter gezegd: een nóg grotere was geworden. De mooiste naam uit ons tenniscircuit, Carel Carli. Na een aarzelende start, het naderend pensioen in zicht, gestaag opwaarts in de vliegende vaart der volkeren. Met een opmerkelijke eindejaarsoprisping, getuige de serie van 12-10-14, waardoor mijn lotgenoot in spe zelfs ruim boven me is geëindigd.

Redenen te over om het komend seizoen anders te gaan aanpakken, maar ik vermoed dat meerderen dit van plan zijn. Zeker Rinus Vaan, die nu al snode plannen smeedt om Little John van de trilogie af te houden.
Al met al was het weer een gedenkwaardige competitie, waarin Rinus – en dank daarvoor! – ons keurig voorzag van een altijd weer bedenkelijk schema, een regelmatige update van de stand én, niet te versmaden, van een goed georganiseerde en hoogst culinaire slotdag. En voor dat laatste zeggen wij ook speciaal dank aan the one and only Fons en Marijke van Tuijl. Tot in september!

Read Full Post »

Met lichtelijke gêne, maar toch vooral onverholen trots mag Mazuro aankondigen dat reeds enkele dagen terug, ongezien en onopgemerkt, de 10.000ste bezoeker bij heinscatchup is binnengeglipt! Mocht u het zijn geweest, het zij u van harte vergeven. Sterker nog: mij passen slechts nederige excuses voor het feit dat ik u zonder de nodige egards heb laten passeren. Oké, het is in de periferie en in de schaduw van WikiLeaks, maar ik loop nog vrij rond. En eenmaal komt het lek boven.

Hoe dan ook: alle zeer gewaardeerde bezoekers,  van heimelijk, eenmalig, onregelmatig tot trouwvast,  hartelijk dank voor uw aandacht en vaak hartverwarmende, stimulerende reacties. Dat ik mij klaarblijkelijk mag verheugen in bovenmatig feminiene belangstelling, doet mij als erkend vrouwvriendelijke en – lievende wereldburger uiteraard veel deugd. Daarbij lijkt lezen, zoals dat thans, hevige jeuk veroorzakend wordt aangeduid, een ‘vrouwending’. Neemt niet weg dat ik er gaarne in zou slagen om het masculiene bezoekersgehalte op te krikkken. Of in elk geval een herenakkoord zou kunnen sluiten, waarin de wel degelijk bestaande, mannelijke heinscatchup-volger uit de kast durft te komen. Ik haat het woord, maar toch: noem het maar Mazuro’s missie.

Hoe kan deze missie effectiever worden vormgegeven en deze historische gebeurtenis beter worden opgeluisterd dan met een lookalikeaflevering over twee evenzo opmerkelijke als attractieve vrouwspersonen.
Met nogmaals mijn welgemeende dank voor uw belangstelling te hebben uitgesproken, groet ik u allen. Blijf het volgen, want Mazuro’s schrijversdrang is onweerstaanbaar en de bronnen schier onuitputtelijk. Hopelijk is dit tot wederzijds genoegen!

Read Full Post »

Trouwe volgers en geïnteresseerden van het feuilleton Over bezorgd en onwel zijn hebben wellicht de indruk gekregen dat dit de uitingen zijn van een gefrustreerde ex-werknemer van Severinus. Van een zwaar teleurgesteld iemand die vanachter zijn toetsenbord bezig is met de kille afrekening. Niets is minder waar. Zoals ik al eerder heb opgebiecht, ligt Severinus, met al  personen en haar geledingen, mij na aan het hart. Dat kan ook bijna niet anders als je er ruim 30 jaar hebt rondgelopen. Maar aangezien ik nu eenmaal het principe huldig dat juist je beste vriend(in) jouw meest kritische benadering verdient en ik een fanatiek beoefenaar ben van het motto”Was sich liebt, das neckt sich“, moet dus ook Severinus zich mijn scherpslijperij laten welgevallen. 

Soms kreeg ik te horen dat het wel heel veel over mezelf gaat en ging. Maar als je het over anderen hebt, gaat het ten principale ook altijd  over jezelf en omgekeerd. Mijn insteek is echter steeds (geweest) om mijn persoonlijke zaken breder te trekken, in een context te plaatsen. Een context die het persoonlijke overstijgt en waardoor (verkeerde of scheefgegroeide) patronen en systemen worden blootgelegd.
In elk geval kan mij niet worden verweten dat ik natrap of het nest bevuil, want de columns die ik al tijdens mijn actieve carrière schreef, vormen het onomstotelijke en levende bewijs van het feit dat ik mijn geliefde al tijdens onze relatie nekte. Waarvan akte.

Read Full Post »

Older Posts »

%d bloggers liken dit: