Feeds:
Berichten
Reacties

Archive for the ‘1. PRIMEURS’ Category

Laatdunkend, wat een prachtig woord
Zo’n woord dat mij volop bevredigt
Volstrekt uniek, ook in zijn soort
Helaas, of juist niet, schaars gebezigd

Ook erudiet qua synoniem
Neem aanmatigend, zelfgenoegzaam
Net als laatdunkend anoniem
en in gebruik uiterst behoedzaam

Je kunt het ook heel letterlijk nemen
en richten op het basketbal
Wie daar laatdunkendheid wil claimen
komt na de hoogmoed prompt ten val

Kortom, een woord o zo veelzijdig
Me dunkt, het is nog niet te laat
Klinkt ogenschijnlijk tegenstrijdig
Suggereert dat er iets anders staat

Laat betekent hierin laag
Een hoge dunk daarbij indachtig
Dan rijst bij mij meteen de vraag
Is laagdunkend niet meer waarachtig?

Neen, om de dooie donder niet!
Laatdunkend klinkt duizendmaal mooier
Iets wat je niet terstond doorziet
Kunstzinnig als een eierdooier

Read Full Post »

Het is alweer geruime tijd geleden dat ik niet-kleinkindgerelateerd mijn innerlijke zielenroerselen aan dit blogske heb toevertrouwd. Niet dat ik alleen maar in de ban was – en nog steeds ben – van dat heerlijke kleine spul en van het edele voetbalspel, maar het kwam er gewoon niet van. Ook al hebben mijn vingers vaak genoeg gejeukt. Een heel enkele keer bezondigde ik mij aan een ingezonden stukje voor de krant, maar verder reageerde ik mij voornamelijk af op mijn dierbaren of op de sociale media.

Er is nu echter iets gaande dat mij er als het ware toe dwingt om uitvoeriger en (hopelijk) meer doorwrocht te reageren. Verwacht van mij geen bekentenissen en boetedoening in de heftige #MeToo-campagne. Ook al zou ik me als zodanig niet al te netjes hebben gedragen dan wel onheus bejegend zijn, dan is dit, of welk publiek platform dan ook, wel de allerlaatste plek waarop ik dat zou openbaren. Dat betekent overigens niet dat ik vind dat dit standpunt door iedereen zou moeten worden ingenomen. En ook niet dat je te allen tijde zou moeten vermijden om hetgeen jou ongewenst is aangedaan in de publiciteit te brengen. En dat dus het politiebureau c.q. de rechtbank de enige en juiste plek is om dit te vertellen en dus aangifte te doen. Uiteraard verdient dat verreweg de voorkeur en de prioriteit, maar ik kan me wel degelijk voorstellen dat je in je machteloosheid en complexe bewijsbaarheid je toevlucht elders, bijvoorbeeld in de pers, zoekt.

Daar zijn dan wat mij betreft wel een aantal voorwaarden aan verbonden. Ten eerste mag, zeker van iemand die de volwassen leeftijd heeft bereikt, worden verwacht dat je zeker van je zaak bent en dat het ook serieus misbruik, aanranding of nog erger is geweest. Dat je bij dubieuze, maar niet per se strafbare handelingen wel duidelijk hebt aangegeven dat je het ongewenst vond. Dat je er dus zelf ook geen dubbele agenda op nahield. En dat de ‘dader’ iemand is op een positie waardoor het het risico van meer slachtoffers en van recidive aanzienlijk is. Ben je overtuigd van dit alles en loop je bij de wettelijke instanties tegen een muur op van onbegrip of handelingsverlegenheid, dan is het wat mij betreft legitiem om de openbaarheid te zoeken. Waarbij je je er dan wel heel erg van bewust moet zijn welk medium je kiest en dat de zaak in de openbaarheid een geheel eigen dynamiek krijgt, die mogelijk een rechtmatige en rechtvaardige gang van zaken zal belemmeren. Zowel voor het ‘slachtoffer’ als de ‘dader’. En niet te vergeten omdat de media hun eigen commerciële motieven (lees kijkers, lezers, abonnementen) hebben.

Op het gevaar af van te worden beschuldigd van victim blaming én, toegegeven, met enige huiver voor het feit dat het daadwerkelijke slachtoffers zal afschrikken zich te uiten, moet me toch van het hart dat ik een aantal essentiële elementen in de hele discussie mis. Of dat daar in elk geval te weinig nadruk op wordt gelegd. Hoezeer het ook evident is dat er in vele gevallen sprake is van een grote afhankelijkheidsrelatie en machtspositie, is het tegelijkertijd ook evident dat die situaties vaak in stand worden gehouden. En daarvoor zijn de afhankelijken mijns inziens eveneens verantwoordelijk. Naast degenen die niet specifiek in een van beide posities zitten, maar wel degelijk op de hoogte (kunnen) zijn van de onevenredige machtsongelijkheid. Lankmoedigheid, laisser faire, gebrek aan saamhorigheid, angst, egocentriciteit, carrièrebreuk: het kennelijke onvermogen om een machtsblok te vormen tegenover een alom bekend zijnde machtsongelijkheid heeft vele vaders. In bijna alle gevallen die de laatste tijd uitgebreid in de media zijn gekomen – van Weinstein tot Spacey, van Louis C.K. tot Sepp Blatter, van Gosschalk tot zelfs Gijs van Dam (volgens Jelle Brandt Corstius tenminste) – gingen al langer geruchten, of was zelfs wijd en zijd bekend, dat ze zich misdroegen of in elk geval de grenzen van het betamelijke opzochten.

#MeToo 15169846_G

Dat deze mensen – mits ze hebben bekend of inderdaad schuldig blijken – langere tijd ongestraft hun gang konden gaan, is natuurlijk in eerste instantie en ook in hoofdzaak henzelf te verwijten. Dat echter velen, waaronder volgens mij ook menig zichzelf als slachtoffer opwerpend persoon, om voor hen moverende redenen mede deze situatie hebben gecreëerd en in stand gehouden, is tot dusver onderbelicht gebleven in deze discussie. Het kan niet anders dan dat vele niet direct betrokkenen, die echter wel op de hoogte waren van wat er speelde, kilo’s boter op hun hoofd hebben. Hen valt zeker te verwijten dat ze (potentiële) slachtoffers in de kou hebben laten staan en verzuimd hebben om hun invloed aan te wenden teneinde de ‘misbruiker’ ter verantwoording te roepen en daardoor mogelijk verder misbruik te voorkomen. Tevens zijn zij medeverantwoordelijk voor een kennelijk ontstane situatie waarin er onverantwoord sprake was van afhankelijkheid en machtsongelijkheid. Het is de hardnekkige, klassieke situatie van een zwijgende, niet direct betrokken, maar wel ingevoerde meerderheid die misstanden op hun beloop laat uit pure onverschilligheid of misplaatste neutraliteit.

Ja, ook uit eigen ervaring weet ik dat het op één lijn krijgen van meerdere personen om tegen wat dan ook in het geweer te komen een vaak frustrerende, want heilloze weg is. Velen zijn het er in de koffiekamer en in de wandelgangen wel over eens dat het er iets aan gedaan moet worden, maar als het er echt op aankomt, heeft eenieder zijn/haar eigen agenda, belang, persoonlijke afweging en alibi om zich er toch maar niet mee te bemoeien. We leven in een democratie en zijn er als de kippen bij om totalitaire regimes af te keuren, maar nemen het kennelijk op de koop toe wanneer een dergelijk monopolie of zelfs dictatoriale alleenheerschappij zich binnen onze eigen werkkring voordoet.

Maar het mag ook niet onvermeld blijven dat er ambitieuze, aankomende carrièrejagers zijn die heel ver wensen te gaan om hun doel te bereiken. En dat kan zowel in de actieve als passieve (dus toelaten en verzwijgen) sfeer liggen. Ook dat mag – en dit kan ik niet vaak genoeg benadrukken – voor degene die hierover wikt en weegt absoluut geen excuus zijn om hiervan misbruik te maken. Het werpt echter wel een ander licht op het slachtofferschap. Het geeft eens te meer de complexiteit aan van de #MeToo-discussie in het algemeen en van (vermeend) seksueel misbruik in het bijzonder.

Dat nu alle vormen – van onwelgevallige tot aan ronduit verwerpelijke en strafbare handelingen – op één hoop worden gegooid is een onmiskenbaar en onvermijdbaar, maar ook betreurens- en afkeurenswaardig uitvloeisel van onze mediamaatschappij. Dat daarbij ‘daders’ zonder enig(e) bewijs en vorm van proces aan de schandpaal worden genageld, is een uiterst kwalijke zaak, die ook geen recht doet aan de werkelijke slachtoffers. Het zwaard van #MeToo komt meedogenloos en onomkeerbaar neer op al degenen die nu publiekelijk worden aangeklaagd zonder aanzien des persoons en ernst van delict. Anders gezegd: het zijn niet de aard en zwaarte van het ‘misbruik’ die het vonnis bepalen, maar de massaliteit en de kracht van de publiciteitscampagne.

Het spreekt vanzelf dat we ontkennende ‘daders’ niet onvoorwaardelijk moeten geloven, maar dat geldt evenzeer voor ‘slachtoffers’, zeker waar het zaken van langer geleden betreft. Niets is zo bedrieglijk en selectief als het geheugen.

Wil men, kortom, de #MeToo-discussie serieus nemen, dan dienen zowel de ‘daders’ als de ‘slachtoffers’ serieus te worden genomen. Dan moeten beide direct betrokken partijen toerekeningsvatbaar worden verklaard, dus verantwoordelijk kunnen worden gesteld voor hun doen en laten. Schuldig bevonden daders dienen te worden veroordeeld, waarbij ook zoveel als mogelijk moet worden voorkomen dat ze nog meer slachtoffers maken. Het serieus nemen van ‘slachtoffers’ mag zich mijns inziens niet beperken tot het klakkeloos geloven, maar zou zich verder uit moeten strekken tot het analyseren van hun doen en vooral laten. Dat houdt in zonder verwijt en schuldvraag proberen te achterhalen wat de beweegredenen waren om het toe te laten of om ondanks dwang of geweld geen aangifte te doen; om er pas later mee voor de dag te komen en waarom juist dan, enzovoorts.

Pas als beginnende carrièremakers zich ervan bewust zijn dat ze zich wel degelijk te weer kunnen stellen, dat hun integriteit belangrijker is dan hun carrière, sterker nog: dat juist hun integriteit hen verder helpt in hun leven en hun loopbaan, dan pas zal hun afhankelijkheidspositie verbeteren en zullen er veel minder ‘daders’ en dus ‘slachtoffers’ zijn. Maar dat kan alleen worden bereikt met behulp van de derde, niet direct betrokken, maar wel degelijk medeverantwoordelijke partij: de collega’s, de omstanders, de toekijkers. Zolang die blijven volharden in hun passiviteit en zich slechts beperken tot medeleven en morele, vaak selectieve, verontwaardiging achteraf, zullen (potentiële) slachtoffers machteloosheid blijven ervaren en zal de #MeToo-campagne, naast het wel degelijk aanwijsbaar nuttige effect, het bijkomende imago van een opportunistische heksenjacht niet van zich af kunnen schudden. Waarvan akte.

Ps. Waar ik ‘daders’ en ‘slachtoffers’ of  verder iets tussen aanhalingstekens zet, is dit omdat ik vind dat er zonder bewijs of bekentenis niet van daders en slachtoffers ‘gesproken’ mag worden.

Read Full Post »

Wie bij mij normaal timet, komt te laat
Geparafraseerd, maar Cruijff-jargon
Het zegt precies waar het om gaat
Waarom je nimmer om hem heen kon

Omdat hij wél om iedereen heen kon
Op en buiten elk terrein
Dat als – maar ook hoe – je heel graag won
je creatief én doelgericht moest zijn

Mijn onversneden Cruijff-verering
komt uit mijn voetbaltechnisch hart
Een oergevoel, geen beredenering
omdat de mens Cruijff mij verwart

Me zelfs met tijden tegenstond
al lag dat vaak toch ook aan mij
Snel als ik klaarstond met mijn mond
en ik graag wilde zijn als hij

Uniek, rebels en eigenzinnig
broedend op effectbejag
Verbaal en ballend lekker vinnig
omdat hij alleen – en ik – het zag

Met Pietje jonglerend, carambolerend
Allerlei soorten van effect
Op alle fronten druk docerend
Balontvankelijk onbevlekt

Cruijff, Hendrik Johannes, fenomeen
– met dank aan Nico Scheepmaker –
had niet slechts een linker- en rechterbeen
maar was als snelle voetbalschaker

zelfs vierbenig toegerust
Omdat hij de bal met beide benen
met binnen- en buitenkant heeft gekust
Zwanger effect zat in zijn genen

Dus ik trapte geen bal meer recht vooruit
Gaf werkelijk overal een draai aan
Had zowat hetzelfde haar en snuit
Zelfs mijn benen gingen krom staan

Ook ik was eigenlijk een scharminkel
Ofschoon een tikkeltje te groot
maar waande me, als boerenkinkel
toch min of meer een soortgenoot

Nu hij van ons is heengegaan
besef ik, het was sublimatie
Jeugdige overmoed of grootheidswaan
maar geen ander had zó mijn adoratie

Zovelen die zijn overleden
Doden die diep worden betreurd
Het is veelal van me afgegleden
Beschaamd heb ik mezelf bekeurd

Dat dit me zo heeft aangegrepen
ontlokt ook mijn verontwaardiging
Dat ik zo nodig nu moet dwepen
en selectief ben in benadering

Och, het zal Johan geenszins deren
Hij dartelt nu daarboven rond
Terwijl hij Bowie tracht te leren
hoe je controle krijgt op voetbalgrond

Read Full Post »

Je kon er op wachten, de tegengeluiden, de ‘nuanceringen’ en relativeringen naar aanleiding van de inderdaad vaak hypocriete en gratuite steunbetuigingen aan (de slachtoffers van) Charlie Hebdo. Ook ik heb in een opwelling enige tijd mijn profielfoto op Twitter en Facebook vervangen door – excusez – Je Suis Charlie. En dit, na enigszins tot bezinning te zijn gekomen, weer teruggedraaid in Je Suis Opa. Niet zozeer omdat ik het achteraf betreur, maar omdat ik natuurlijk allesbehalve Charlie ben. En omdat ik in elk geval wel vol overtuiging opa ben. Maar toch vooral omdat ik het bij nader inzien nogal aanmatigend vind om me ook maar enigszins te vergelijken met de cartoonisten van Charlie Hebdo.

Doden Charlie Hebdo xxl

Cartoonisten die te pas en te onpas, maar altijd met recht en reden, hun satirische pijlen richtten – en die hun collega’s hopelijk blijven afschieten – op alle rotsvaste geloven, dogma’s, machtshebbers en sektarische groeperingen. En daarin is alles geoorloofd; zonder aanzien des persoons en des geloofs, geen God of profeet uitgezonderd. Het recht om wat of wie dan ook te bespotten, is het fundament van onze democratie, de kern van onze beschaving, hoe tegenstrijdig dit ook klinkt. Dat daardoor mensen dan wel groeperingen zich gekwetst of beledigd voelen, is hooguit te betreuren, maar onontkoombaar en inherent aan dit grondrecht. Daarbij is het je gekwetst en beledigd voelen een uiterst individueel, subjectief en selectief fenomeen. Sterker nog, het lijkt wel alsof we daar heden ten dage patent op hebben. En dat beperkt zich zeker niet enkel tot de moslimwereld. De zieltjes worden steeds teerder, de tenen steeds langer. De gevoeligheid is van alle markten thuis.

In mijn huiskrant het ED lees ik dat ‘het verschil tussen humor en belediging flinterdun is’. Ook elders begint dit soort kanttekeningen steeds meer terrein te winnen. In tal van opiniebijdragen wordt dit, weliswaar in verschillende bewoordingen en met diverse invalshoeken, benadrukt. De rode draad door vrijwel alle betogen heen is dat het recht van meningsuiting zijn grenzen van betamelijkheid kent. Dat je mening geven in de vorm van humor, satire en cartoons niet mag uitmonden in kwetsen en beledigen. Menigeen haastte zich eraan toe te voegen dat men wel de aanslagen en executies veroordeelde, natuurlijk. Maar wel in die volgorde. Welnu, als die flinterdunheid al bestaat, dan is het toch eerst en vooral vanwege die overgevoeligheid. Of anders gezegd: door een schromelijk gebrek aan incasseringsvermogen, gevoel voor humor, satire en ruimdenkendheid.

Cartoons Charlie Hebdo image_thumb19De allereerste reacties en reflexen waren nog omgekeerd: eerst je afschuw uiten en dan dat vreselijke ‘maar’. Want steevast volgde de toevoeging die inhield dat je wel op je woorden en tekeningen moest letten. Ik vind beide reactiepatronen zowel verwerpelijk als gevaarlijk en beledigend. Verwerpelijk omdat het impliceert, of op zijn minst de suggestie wekt, dat de cartoonisten het over zichzelf hebben afgeroepen. Gevaarlijk omdat het ruimte en voeding geeft aan de personen die tegen het gedachtegoed van de jihadisten aan schurken of in twijfel verkeren hoe ermee om te gaan. Beledigend voor de slachtoffers – die, hoe je het ook wendt of keert, de ongelijke strijd met hun leven hebben moeten bekopen – en voor de nabestaanden die onze onvoorwaardelijke steun en sympathie verdienen in plaats van verkapte kritiek op de stoutmoedigheid van hun gesneuvelde dierbaren.

Als er ook maar iets flinterdun is, dan is het ons besef en de appreciatie van onze vrijheid van meningsuiting. Hoe selectief en arbitrair daar in verschillende tijdsgewrichten en plekken ook mee om wordt gegaan in de westerse wereld, het is een groot goed dat we dienen te koesteren en verdedigen met alles wat in ons zit. Een verworvenheid die we uit moeten stralen naar de landen die nog (lang) niet zo ver zijn. Het is juist die broze verdeeldheid waarop de terreurzaaiers zich richten. Zij spinnen garen bij onze mitsen en maren. Als wij ons onderling verliezen in zinloze discussies over het invullen en de gevolgen van onze vrijheid van meningsuiting, zullen de tegenstanders hiervan gebruikmaken en zich nog meer alibi’s weten te verschaffen om hun vaak jonge, suggestibele strijders te rekruteren en indoctrineren. Want dát zijn de kwetsbare, gevoelige personen die uiterst vatbaar zijn voor de verderfelijke boodschap van de ronselaars.

-

Humoristen, columnisten, cartoonisten en satirici in welke hoedanigheid dan ook behoeven een ongebreidelde vrijheid van meningsuiting. Of en in hoeverre ze daarvan gebruikmaken, is hun eigen afweging, niet de onze. Dat geldt ook in het overige debat, al spelen daarin de betamelijkheid en welvoeglijkheid een grotere rol. Je kunt niet een beetje of een bijna volledige vrijheid van meningsuiting hebben, net zo min als je een beetje zwanger kunt zijn. Het is alles of niks. En wie zich dan toch gekwetst of beledigd voelt, kan naar de al dan niet rijdende rechter.

De slachtoffers, hun nabestaanden en de overlevenden van de aanslagen verdienen onze onvoorwaardelijke steun en alle (barbaarse daden van) terroristen en fundamentalisten verdienen onze ondubbelzinnige verwerping en verontwaardiging. Zonder mitsen en maren. Laat ons die maar voor ons zelfonderzoek bewaren.

Read Full Post »

Het is een prachtige zomerdag. Zittend op mijn balkon kijk ik uit over Park Meerhoven en over de sportvelden van voetbalvereniging DBS, waarop de talloze neergestreken meeuwen zich niets aantrekken van de grasmaaiende tractoren. De wind ruist door de bomen, het is niet te warm: een in alle opzichten vredig decor. Wat wil een mens nog meer?

Maar ditzelfde vredige decor is ook op zo’n twee kilometer afstand van Eindhoven Airport, waar aanstonds de landing wordt verwacht van de twee vliegtuigen die in elk geval een gedeelte van de slachtoffers van de aanslag op de MH17 eindelijk naar huis brengen. Misschien zie ik zelfs de toestellen wel in de lucht vlak voor de landing.

Ik was eigenlijk bezig met een stuk te schrijven over Robin van Persie. Het ligt al dagen op de plank en het gaat nota bene, onder meer, over perversie. Want woordspelingen zijn mijn noodlot. Maar ik kom er niet mee verder. Wat moet ik met perversie in combinatie met voetbal als de perversiteit van het menselijke bestaan zich in al zijn gedaantes voor onze ogen afspeelt?

obs-mazuroDe misdadige gebeurtenissen, de mensonterende beelden, de menselijke gebreken en tragedies laten me niet los. Ik kijk naar de tv, luister naar de radio, lees de kranten en volg de social media. Stuur linkjes door, retweet mij welgevallige of juist schokkende berichten en meng me in discussies, vooral op Twitter. Ik vind van alles en balanceer voortdurend tussen walging, woede, medeleven, bewondering en verbijstering. Over allerlei ontwikkelingen, beelden, personen en gedragingen. Maar toch vooral over mezelf.

Het zal wel een functie hebben en ik moet mezelf ook weer niet te hard vallen, maar toch. Waarom moet ik zo nodig te pas en vooral te onpas overal op reageren? Wat schieten de nabestaanden van de slachtoffers daarmee op? Waarom moet ik zo nodig mijn gelijk halen? Wie zit er op mijn goed- dan wel afkeuring te wachten? Wil ik aantonen dat ik betrokken en deugdzaam ben? Waarom heb ik, naast wel degelijk ook waardering, ook bijgedachten bij de alom geprezen speech van Frans Timmermans? In die zin dat het hem straks geen windeieren zal leggen met het oog op zijn onmiskenbare ambities? Sorry Frans. Het zegt veel meer over mijzelf.

Waarom heb ik mijn bedenkingen bij uitlatingen van onze regeringsvertegenwoordigers en het koningshuis over het ‘hele land dat rouwt en begaan is; dat alle Nederlanders diep geschokt zijn en volop meeleven’? Wat heeft het voor zin om daar tegenin te brengen dat er altijd landgenoten zijn die er zich geen barst van aantrekken of in elk geval veel meer bezig zijn met hun eigen sores en belangen? Wie is daarbij gebaat? Waarom erger ik mij aan de obligate teksten die Willem Alexander tegenover het volk uitspreekt? Ik heb toch niks met het koningshuis, dus waar maak ik me druk over? Voor de direct betrokkenen maakt het waarschijnlijk helemaal niks uit en is het een troost dat men hoe dan ook medeleven betuigt.

Net nog vond ik het nodig om te laten weten dat het door de FIFA gekozen WK-Dream-Team een lachertje is. Over prioriteiten gesproken. Waarom moet ik zo nodig blijk geven van mijn verbijstering dat de FIFA het bestaat om uitgerekend vandaag met Poetin in Rusland de toewijzing van het WK in 2018 te vieren? Waarom heb ik nu ook ineens kritiek op het feit dat Rusland daarvoor überhaupt is aangewezen? Opportunisme en selectieve verontwaardiging ten top, iets wat ik o zo vaak anderen en andere instanties verwijt.

Nationale rouw, waarom niet? Ook al weet niemand precies wat hij ermee aan moet. Zojuist kreeg ik een mailtje van mijn tennisvereniging dat in het kader van deze nationale rouwdag het park de gehele dag gesloten is. En inderdaad, ik zou vanavond gaan tennissen. Het is onze wekelijkse tennisavond en inderdaad, ik had me er toch wel op verheugd. Alleen al als fysieke uitlaatklep van al die triviale hersenspinsels die ik hier aan u en aan mezelf toevertrouw. Dus teleurstelling. Nationale rouw, prima. Maar ten koste van mijn vaste tennisavond? Het spijt me, nabestaanden. Excuses, tennisvereniging. Mijn morele kompas en politieke correctheid hebben het inmiddels weer van mijn egocentrisme overgenomen.

En de Gazastrook dan? En Mosul? En Syrië? En…? Zojuist las ik dat er vanuit hetzelfde rampgebied door de rebellen twee Oekraïense straaljagers zijn neergeschoten. Maar net zag ik ook prachtige plaatjes van mijn kleinkinderen voorbijkomen. Stel dat zij… Ik hoorde net ‘More than words’ op de radio, een fanatiek meegezongen hit uit de beginjaren negentig tijdens onze vakantie met mijn eigen kinderen. Stel dat zij…

En nu zie ik live op tv de landing van de vliegtuigen op Eindhoven Airport, hier vlakbij. Ik ben er dus letterlijk dichtbij betrokken, maar tegelijkertijd ervaar ik ook een onoverbrugbare afstand. Ik kan er niet bij komen en heb ook niet de illusie dat ik daar ooit in zal slagen. Tenzij.. Ik moet er niet aan denken.

Sorry slachtoffers. Sorry nabestaanden. Ik ga nóg harder mijn best doen om met jullie mee te leven. En ik wens jullie oprecht alle kracht en ondersteuning toe die nodig zullen zijn om dit onbeschrijfelijke verlies – en de betreurenswaardige onbetamelijkheden die daar nog bij zijn gekomen – te verwerken.

Read Full Post »

1251702935--file--A Jansen steur grootZelden heeft een affaire zó pijnlijk en meedogenloos het menselijk feilen blootgelegd als de zaak Jansen Steur. Iedereen, behalve hoogstwaarschijnlijk de man in kwestie zelf, is er wel van overtuigd dat de hoofdpersoon geschift, megalomaan, verslaafd, incompetent en wat zoal nog meer is. Dat hier wellicht een foute diagnose bij zit, soit. Koekje van eigen deeg, zullen we maar zeggen. Er blijft genoeg over om de man ontoerekeningsvatbaar te verklaren. Dus hoeven we het verder niet meer over ‘m te hebben. Kwaadwilligheid, incompetentie, instabiliteit, noem maar op: het is van alle tijden en gezindten. De crux is hoe de instanties, het systeem, de verantwoordelijken met zo’n pathologische delinquent en affaire omgaan.

Dat het in dit opzicht van het begin af aan schrikbarend fout is gegaan, mag inmiddels gevoeglijk worden aangenomen. De toenmalige Raad van Bestuur  (RvB) van Medisch Spectrum Twente (MST) waar Jansen Steur zijn kwalijke praktijken verrichtte, deed er alles aan om de zaak in de doofpot te stoppen. De toenmalige Inspectie Gezondheidszorg (IGZ) faalde opzichtig en verzuimde om gedegen onderzoek te verrichten en passende maatregelen te nemen. Nota bene onder leiding van Herre Kingma, de latere en huidige voorzitter van de RvB van MST! Kingma, die in deze functie dan wel de zaak grondig liet onderzoeken – hoe kon hij ook nog anders? – maar wel weer heeft geadviseerd of toegestaan dat de huidige IGZ, met instemming van de verantwoordelijke minister, heeft afgezien van tuchtrechtelijke vervolging en slechts is overgegaan tot uitschrijving van Jansen Steur uit het BIG-register. Met alle gevolgen van dien.

herre-kingma-205x300Wie gevoelig is voor complottheorieën en daarvoor heeft doorgeleerd, zou kunnen concluderen dat Kingma zichzelf doelbewust bij MST heeft binnengewerkt of in huis is gehaald om de vinger aan de pols te kunnen houden. Om de gang van zaken zodanig te kunnen regisseren en manipuleren waardoor het ziekenhuis – en mogelijk verwijtbaar nalatig gedrag van medewerkenden – buiten schot konden blijven. In dat licht kan ook het afzien van een tuchtrechtelijke vervolging van Jansen Steur worden bezien. Want een rechtszaak kan betekenen dat zaken aan de oppervlakte komen die men liever geheim wil houden. Dat daar nu, ver achteraf, alsnog door de politiek en minister Schippers voor wordt gepleit, moet dan ook worden beschouwd als een pleidooi met de rug tegen de muur. Men kan bijna niet meer anders, maar had dit natuurlijk al veel eerder ten uitvoer moeten brengen.

Want dáár zit natuurlijk de cruciale fout. Als ons straatje maar is schoongeveegd, na mij de zondvloed. Ruim twee jaar geleden schreef ik onder die titel een 2-delig soort van pamflet waarin onder meer ook deze affaire uitvoerig aan bod kwam. En feitelijk is het alleen maar erger geworden. Deze schandalige lankmoedigheid is onvergeeflijk. Het is onbegrijpelijk en onbestaanbaar dat al deze verantwoordelijken en instanties niet veel meer hebben geanticipeerd op mogelijke recidive van Jansen Steur. Niet alles hebben gedaan om zoveel als mogelijk uit te sluiten dat de man weer aan de slag zou gaan, dus nog meer slachtoffers zou maken.

Heilbronn-kliniek image-3596110Pleit dat dan de betrokken Duitsers vrij? In het geheel niet! Wir haben es nicht gewusst. Oder wir haben es gewusst doch gemeint dass es nicht so schlimm war. Schade, aber dass kann passieren. Uiterst zwak en dubieus verweer. Onze IGZ, de MST-bestuurders en de politiek gingen gebukt onder de kilo’s boter op hun hoofd, dus hielden zich maar koest. Waarmee ze allemaal veel te gemakkelijk wegkwamen bij onze zelfbenoemde serieuze pers. Ondanks al jaren aanhoudende, steekhoudende bedenkingen van andere media en instanties. Waardoor men de arme slachtoffers, waarvan wellicht nog een aantal toekomstige, nog meer in de kou laat staan.

Steeds meer dubieuze feiten en nalatigheden komen aan het licht en het zou mij niet verbazen wanneer straks in de gerechtelijke procedure nóg meer verderfelijke praktijken naar voren komen. Maar dan zijn we inmiddels alweer een hele tijd verder en zal strafrechtelijk het een en ander allang zijn verjaard. Kingma gaat al in april met pensioen en vele andere betrokkenen en verantwoordelijken zullen evenmin nog ter verantwoording geroepen kunnen worden. De slachtoffers en hun dierbaren en eventuele nabestaanden zullen echter de gevolgen van deze uiterst onverkwikkelijke affaire tot in lengte van dagen aan den lijve blijven ondervinden. Kortom, alom malheur rondom Jansen Steur.

Jansen Steur nog met haar is afkomstig van twenteactueel.nl

Kingma als poseur komt van weblogs.vpro.nl

Read Full Post »

Dat de Olympische Spelen rare dingen kunnen doen met een mens, deelnemer zowel als toeschouwer, is algemeen bekend. Het is een fenomeen op zich. Nu ik echter voor het eerst vrijwel ongelimiteerd de beelden aan mij voorbij kan laten trekken, zijnde een gepredisponeerde prepensionado, ben ik mezelf niet meer. Want uiteraard probeer ook ik zo dicht mogelijk bij mezelf te blijven. Zoals aangeraden door motivatiekunstenaars, positiviteitsgoeroes en andere modernistische charlatans. Hoe je in hemelsnaam (dichterbij) iemand anders dan jezelf kunt zijn (blijven), heeft mij nog nooit iemand kunnen uitleggen. Pathologische invloeden even daargelaten.

Maar goed, we dwalen af. De Olympiade. Het heet de Spelen, maar het wordt verondersteld sporten te zijn. Dat er in het verleden en heden heel wat spelletjes worden gespeeld die met sporten niets van doen hebben, laten we even voor wat het is. Dus we gaan niet moeilijk doen over naaktstrandballen, kleiduivenmelken en trampolinedancen. Want als er een medaille in het geding is – en dan ook nog het liefst ter meerdere eer en glorie van het vaderland – wordt om het even welk spastisch spelletje gepromoveerd tot een adembenemende sportthriller. Zouden we het normaal gesproken geen blik waardig gunnen, voor de Olympische kijker geldt kennelijk nog steeds het aloude adagium dat deelnemen in de vorm van waarnemen belangrijker is dan winnen.

De Olympische matadoren spelen ook met je ballen, je emoties en je denkpatroon. Het is wielrennen of modern football in overtreffende trap. Bewondering, ontzag en fascinatie strijden om voorrang met argwaan, afschuw en (selectieve?) verontwaardiging. Onmogelijk geachte prestaties, doelen door middel van stimulering met onvolgroeide lichaampjes, roofbouw plegende drilmethodes. Schitterende duels, ongekende veerkracht, ongebreidelde blijdschap, peilloos verdriet, bittere teleurstelling. Dit alles weergaloos in beeld gebracht. En niet te vergeten getwitterd. De Olympiade 2012 gaat nu al de geschiedenis in als de Twitter-Spelen. Met alle gevolgen van dien. Een enkeling twittert en schittert nu al door afwezigheid. Ranomi twittert en schittert door aanwezigheid, op alle fronten.

Wat chauvinisme, het vrolijke broertje van nationalisme, met een mens/volk kan doen, behoeft verder geen betoog. De Mart en tabloids schreeuwen ons dit toe. Dat het echter deze zelfverklaard realistische en relativistische zestiger zó zou ontregelen, stemt tot nader zelfonderzoek. Waarvan akte. In elk geval deze 16 dagen doen de gefraseerde, profetische woorden van de Romeinse dichter Juvenalis nog steeds opgeld: ‘Geef het volk brood en spelen’. Eigenlijk is dit al een hele sportkwakkelzomer lang zo. Waarin we, naast fikse sportieve teleurstellingen, ook nog eens de Smeetsen, Derksens, Genee’s en Jakobsen op de koop toe moeten nemen. Maar ook aangename verrassingen als de briljante turnvoice-over Hans ‘amplitude’ van Zetten en sidekick Robin van Galen, de ex-coach van de gouden waterpolovrouwen 2008. Wij moeten het hebben van genadebrood, de kruimels die de andere landen laten liggen.

En dan zijn we nog maar pas op de helft en de Spelen eigenlijk nog maar net begonnen. Als we tenminste het fanatiek atletiekpubliek moeten geloven. Maar ja, stoten en slingeren met een kogel en werpen als een speer met een schijfje zijn ook wel een discussie waard. Hoe traditioneel deze ‘sporten’ ook mogen zijn. Al met al, het blijft me ‘bedazzlen’. Ik zie nu net onze bloedeigen, hedendaagse Wilhem Tell, Rick van der Ven uit Oss, midden in de roos schieten en gevoel de spanning aan den lijve. Want er ligt weer een medaille in het verschiet. Terwijl ik, buiten het voetbal, helemaal niks met schieten heb. Sterker nog, alles wat met wapens te maken heeft als dubieus en gevaarlijk beschouw. Want dan schieten me meteen allerlei bloederige drama’s te binnen. Het is sowieso wrang en ironisch tegelijkertijd dat die ‘atleten’ al die wapens binnengesmokkeld krijgen op een evenement dat zo streng bewaakt en beveiligd heet te zijn. Ik bedoel maar, de Olympische Spelen brengen ook mijn hoofd op hol. Terwijl handboogschutter Rick van der Ven de halve finale bereikt en ons weer hoop geeft op  een medaille. Hup Holland hup!

Read Full Post »

Older Posts »

%d bloggers liken dit: