Feeds:
Berichten
Reacties

Onpartijdigheid. Neutraliteit. Het lijken begrippen uit een ver verleden. Voorbehouden aan (scheids)rechters of aan landen in oorlogstijd. Wat zegt het woordenboek?
Onpartijdig: 1) Afzijdig 2) Billijk 3) Impartiaal 4) Neutraal 5) Objectief 6) Onbevangen 7) Onbevooroordeeld 8) Onzijdig 9) Oprecht 10) Rechtvaardig 11) Zonder vooroordeel.
Daar zitten nogal wat positief te duiden betekenissen bij. Waardoor de conclusie gerechtvaardigd lijkt dat onpartijdigheid een toch prijzenswaardige opstelling is.

Laat ik vooropstellen dat niemand, ook ik niet dus, volstrekt onpartijdig, objectief en zonder vooroordeel is. Iemand die dat wel claimt, is aanmatigend en te weinig zelfkritisch. Wel doe ik daar moeite voor en streef ik ernaar om zoveel als mogelijk op die manier in het leven te staan.

Framing
Zonder de ‘ouwe lul’ te willen uithangen, heb ik sterk de indruk dat iemands onpartijdigheid vroeger veel meer werd gewaardeerd en geaccepteerd. De laatste, pak ‘m beet, twintig jaar lijkt daar veel minder sprake van te zijn, laat staan dat iemand zich überhaupt voor kan stellen dat je neutraal, onpartijdig en onbevooroordeeld bent. Of het nu om politieke, maatschappelijke kwesties gaat of om sportieve issues, zoals bijvoorbeeld iemands positionering als voetballiefhebber – een discussie op een van deze gebieden loopt steevast uit op aantijgingen dat jouw mening is ingegeven door iets of iemand waar je voor of tegen bent. En dat je dus tot een bepaalde groepering, stroming of club behoort. Het feit dat je beweert onpartijdig te zijn alleen al roept ongeloof en verdachtmaking op. Net zoals deugen ineens geen visitekaartje meer is, maar kennelijk moet worden geschaard onder de verderfelijke karaktertrekken.

Heb je kritiek op Trump, dan vind je alles goed wat Obama deed en wat de democraten willen. Maak je je zorgen over het klimaat, dan ben je een deugmens – of gutmensch – en ben je dus blind voor de economie en de boeren. Hekel je Baudet of Wilders, dan ben je links en een Klaver-adept. Maak je een grap over Ajax, dan ben je vast en zeker een Feyenoorder of een PSV’er. Kom je uit het zuiden, zelfs uit (de regio) Eindhoven, dan móet je wel voor PSV zijn.

In het hedendaagse jargon, dat blijkbaar niet om het Engels heen kan, heet dat framing. En wie niet over zijn schuttinkje heen kan kijken, zit in een bubbel. En gaat er vanzelfsprekend, maar vooral gemakshalve, vanuit dat de opponent eveneens in een bubbel zit, dus zich ook bezondigt aan framing. Waardoor de wereld lekker overzichtelijk blijft, men niet al teveel hoeft na te denken en dus verder geen moeite meer hoeft te doen om zich te verdiepen in een ander persoon of standpunt. Reacties worden automatismen en verlopen volgens vaste patronen. Overigens wordt de bubbel hier door De Correspondent vakkundig doorgeprikt.

Social media
Natuurlijk is dit van alle tijden, maar onder invloed van social media breidt zich dit uit als een olievlek – of, actueler, als een virus – en komt alles onder een vergrootglas te liggen. Mensen waarmee je zonder het bestaan van social media nooit een woord zou wisselen, mengen zich in een discussie en spelen binnen de kortste keren op de man met interpretaties alsof ze jou al jarenlang kennen. Dat is dan nog tot daaraan toe – het wordt pas echt vervelend wanneer je in discussie raakt met mensen die je wel kent of die je in bepaalde andere situaties hebt meegemaakt. Die situaties waren dan doorgaans functioneel van aard en leverden daardoor ook geen enkel probleem op.

Maar net zoals je met personen waarmee je gezellig sport of op stap gaat, beter niet dieper in kunt gaan op politieke, maatschappelijke kwesties om de lieve vrede te bewaren, zo geldt dat ook en vooral voor social media. Het probleem is dat dit nauwelijks tot niet te vermijden is, tenzij je je helemaal afzijdig houdt van social media natuurlijk. Dat is niet het geval, dus word ik nogal eens onaangenaam verrast door zowel de inhoud als de toonzetting van een bericht van iemand waarmee ik een goede band denk te hebben of die ik in ieder geval anders had ingeschat.

Mijn reacties weer daarop vallen meestal dood als vet in een glas bier. Ze stuiten meestentijds op een muur van onbegrip omdat mijn ‘opponent’ zich niet kan of wil voorstellen dat mijn mening niet voortkomt uit partijdigheid of voorkeur voor een bepaalde politieke kleur, groepering of persoon, dan wel voor een bepaalde voetbalclub. Waardoor inhoud en argumenten vastlopen op een ondoordringbaar woud van bevooroordeelde begroeiing.

Tentoonstelling ‘Taboe of niet?’

Taboe
Waarom toch is onpartijdigheid verworden tot een verdacht begrip, tot een schier onmogelijk bestaand fenomeen? Voor een gedeelte is dat volgens mij verklaarbaar door luiheid en onverschilligheid, maar toch vooral ook door angst, onzekerheid. Men wil ergens bij horen, heeft een bepaalde overtuiging en wil niet dat dit wordt ondermijnd door andere personen, groeperingen en inzichten. Het lijkt wel of er een taboe rust op inhoud; de toon en vorm domineren het ‘debat’. Een taboe op een op zichzelf staande mening, zonder politieke of dubbele agenda. Een taboe op authenticiteit, op onafhankelijkheid.

Binnen de eigen bubbel voelt men zich veilig en geaccepteerd, alles wat daarbuiten valt en daarvan afwijkt, wordt gewantrouwd, want vormt een bedreiging voor het gevoel van zekerheid en veiligheid, misschien zelfs wel saamhorigheid. En wie het zo belangrijk vindt om tot een groep of beweging te behoren, en daar zijn zekerheid aan ontleent, gaat er ervan uit dat iemand met een afwijkende mening op identieke wijze deel uitmaakt van een bubbel. Omdat hij zich simpelweg niet kan voorstellen dat iemand anders daar geen of veel minder behoefte aan heeft; dat een ander meer zelfstandig en eigenzinnig tegen de wereld aankijkt.

Het is een min of meer begrijpelijke, maar daarom niet minder te betreuren ontwikkeling. Het maakt de onderlinge verstandhouding er niet beter, zeker niet prettiger op. En het verhoogt geenszins de kwaliteit van discussies, maar versterkt daarentegen wel het onbegrip en de onverdraagzaamheid. Het verengt en verarmt de argumentatie, doet de denkbeelden en standpunten verstarren.

Is er nog hoop voor de onpartijdige, neutrale medemens? Het stuwmeer van meningen, aantijgingen en verwijten over en weer omtrent de coronacrisis belooft weinig goeds in dit opzicht. Een land met 17 miljoen bondscoaches en virologen op dat ene kleine stukje aarde is natuurlijk ook een ideale voedingsbodem voor onderling gehakketak en gekissebis. Tegelijkertijd zijn we wel nog steeds het onaantastbare, ongeëvenaarde poldermodel van en misschien wel voor de hele wereld. En dat geeft deze eigenzinnige burger toch ook weer moed. Lang leve de onpartijdigheid!

Coronaweeën

Nooit gedacht nog ooit met een lockdown te maken te krijgen. Sterker, tot aan begin dit jaar kende ik zelfs het hele woord niet. Ook al omdat ik allergisch ben voor de onstuitbare rush van Engelse termen in ons taalgebruik. Rush komt uit de sport, dus dat mag dan weer.

Inmiddels nemen we lockdown in de mond als ware het borstvoeding en tikken het in alsof het deel uitmaakt van het aap-noot-mies-leesplankje. Beschouwen we het woord nader, dan valt er nog wel het een en ander op aan te merken. Letterlijk vertaald is het sluit neer, of neersluiting. Dat kennen wij niet. Of het moet zijn dat nogal wat mensen zich niet neerleggen bij de sluiting. Lockup, opsluiting, zou dat niet een betere term zijn geweest? Daar staat weer tegenover dat – wil je de talloze opgevoerde en zelfverklaarde ‘deskundigen’ geloven – menigeen lijdt aan een modern lockdown-syndroom. Dus niet zij die Down zijn van of met Johnny, maar degenen die neerslachtigheid ervaren door de lockup. Zelfs depressie (geen economische) wordt niet geschuwd. Zo bekeken, is lockdown een selffulfilling prophecy. Zó allergisch ben ik dus ook weer niet…


undefined

Tot zover de luchtige toon en de voor mij nu eenmaal onweerstaanbare woordspeelsheid. Want wat kan ik me storen aan de schier onvermijdelijk repeterende geluiden rondom het corona-vraagstuk en de maatregelen en gevolgen die hieruit zijn voortgevloeid! Laat ik vooropstellen dat ik een verklaard voorstander ben van de Nederlandse aanpak, detailkritiek daargelaten. En in aanmerking genomen dat dat men qua voorraad beschermings- en testmateriaal ervoor had moeten zorgen dat we beter voorbereid waren op een pandemie als deze, gelet op de voorgeschiedenis. Maar verder mogen we ons gezegend achten met kwaliteitswetenschappers en -medici als Jaap van Dissel, Marion Koopmans en Diederik Gommers. En dat geldt ook voor het kabinet, waarbij ik dan even buiten discussie laat dat bezuinigingen en marktwerking in de zorg door deels dezelfde bewindslieden veel schade hebben aangericht in het bijna verlopen laatste decennium.

Mijn ergernis betreft vooral de uit alle hoeken voorgestelde adviezen en ‘oplossingen’ om de lockdown eerder te versoepelen. Of zelfs op te heffen in weerwil van wat het – en daar zijn we weer – Outbreak Management Team (OMT) adviseert dan wel beslist. Of als men vindt dat het OMT dit niet snel genoeg aangeeft. Door vooral ‘ondernemend Nederland’ tot vervelens toe aangeduid met ‘de overheid geeft geen of niet voldoende perspectief’ of ‘zet geen stip aan de horizon’. Ook afkomstig van personen die vinden dat de tot dusver gekozen route (prioriteit volksgezondheid/terugdringen virus) ten koste gaat van een nóg ziekere patiënt (de steeds zwakker wordende economie). Daarbij wordt vaak de nadruk gelegd op het feit dat de jongere, economisch vitale burger onnodig lijdt onder de te grote focus op de kwetsbare oudere, improductieve medemens. Er wordt schaamteloos gesuggereerd, zelfs gepropageerd, dat die ouderen maar een stapje terug moeten doen ten faveure van de jongeren. Velen zouden daartoe bereid zijn. Waarmee en passant wordt gesuggereerd dat, zeg maar, 60-min veel belangrijker is voor de samenleving c.q. veel meer schade ondervindt van de coronamaatregelen.

Zelfs als we ervan uitgaan dat dit klopt – hetgeen ik zeer betwijfel – is het een verwerpelijk, want discriminerend plan. Hoezo solidariteitsgedachte? Hoezo wij lossen dit samen op? Nee, de zestigplussers hoeven geen respect en dankbaarheid voor het opbouwen van het land na de Tweede Wereldoorlog. Of voor het feit dat ze vrijwel allemaal minstens veertig jaar lang fulltime hebben gewerkt, omdat ze geen geld en/of tijd hadden om door te studeren. En de meesten van hen kunnen best lachen om een goede ‘ok boomer’-grap. Maar het opperen alleen al… Hoe kan men van ons verwachten, laat staan eisen, dat wij onszelf ‘ophokken’ om de economie vrij baan te geven?! Het is niet alleen vele bruggen te ver en amoreel, maar ook nog eens (excusez le mot) contraproductief.

Een aanzienlijk deel van de zestigplussers is ofwel nog aan het werk, ofwel zeer actief in het verenigingsleven, dan wel als vrijwilliger werkzaam in de zorg of het welzijnswerk. Ik durf zelfs te stellen dat de ouderen- en gehandicaptenzorg volledig in elkaar zou storten zonder deze vrijwilligers. Zelfs de ziekenhuizen zouden zwaar onthand zijn. Dat dit op zich een wrang bewijs is voor de gebrekkige organisatie van de zorg, is weer een andere discussie.

Vrijwilligerswerk als opstap naar meer - Hoornsdagblad.nl

We zijn nu zo’n twee maanden ver in het coronatijdperk en hebben zowat elke groepering die gedupeerd wordt, of zich in ieder geval gedupeerd vóelt door de beperkende maatregelen, in de media voorbij zien komen. De ene na de andere groepsvertegenwoordiger, ervarings- of anderszins deskundige waarschuwt ervoor dat de onderhavige groepering down en out dreigt te geraken als de overheid daar niet meer aandacht aan schenkt. Daarvoor krijgen ze ruim baan van onze media; van talkshow tot nieuwsrubriek, van dagblad tot de razend populaire podcast. De verantwoordelijkheid van onze media om de zich gedupeerd voelende personen tegen zichzelf te beschermen, is mijlenver te zoeken. En dan heb ik het nog niet over de luiheid en het gebrek aan creativiteit die resulteren in steeds dezelfde (soort) gasten en onderwerpen.

Want natuurlijk kan een ondernemer die denkt dat hem het water aan de lippen staat, niet relativeren als hem een microfoon onder de neus wordt geduwd. Natuurlijk wil een deskundige zich profileren en zich opwerpen voor de groepering en het vak waarvoor hij of zij heeft geleerd, als deze wordt uitgenodigd en de camera draait. En uiteraard denkt iemand van twintig jaar dat zijn of haar mensenrechten worden geschonden met twee maanden lang niet te mogen feesten en chillen. Toen ik twintig was, trok ik me ook weinig tot niets aan van het welzijn van de ouderen of van de politieke, maatschappelijke situatie. Maar dan hoef je zo’n ontstemde jongere toch nog geen podium te geven in een landelijk dagblad om dat te ventileren alsof dit een legitieme verontwaardiging is? Met bovendien het treurige gevolg dat zo’n jongmens op allerlei manieren te kakken wordt gezet op de sociale media.

Dan hoor en zie je ’s avonds ook nog eens een mee- en zich inlevende oudere als Catherine Keyl, die zegt ‘gerust haar cafébezoek te willen opofferen voor de jeugd die dat veel harder nodig heeft’ en ‘dat ze zelf toch al eindeloos in cafés en restaurants heeft gezeten’. Nou, laat ik het dan eens omdraaien: de ouderen hebben niet zo heel veel tijd meer om in de kroeg of waar dan ook hun vertier te zoeken, terwijl de jeugd nog vele jaren voor de boeg heeft om zich lam te zuipen en vol te vreten. Wat is nou twee maanden tot een halfjaar op een nog pril mensenleven in tegenstelling tot diezelfde periode op een mensenleven dat in de herfst is aanbeland?

Catherine vanaf 11.00 min.

Zonder ook maar iets te willen afdoen aan het leed en de bezorgdheid van ondernemers; aan het zeer lastige parket waarin jongeren zitten die hun energie en levenslust niet kwijt kunnen of studenten die in velerlei opzichten in de knel raken; aan artiesten, (klein)kunstenaars, acteurs en musici die hun creativiteit niet kunnen uiten en daardoor ook ernstige financiële schade lijden – we zitten allemaal in hetzelfde schuitje. We hebben geen van allen hierom gevraagd, we zijn hier geen van allen verantwoordelijk voor, maar we zijn wel gezamenlijk medeverantwoordelijk voor de wijze waarop dit moet worden opgelost. We moeten gezamenlijk de lasten dragen om te zijner tijd de lusten weer te kunnen ervaren.

Bovendien is het helemaal niet nodig om ouderen te vragen een stapje terug te doen. Zij doen dat van nature al, een enkele uitzondering zoals 50Plus daargelaten. Zij zoeken instinctief de drukte al niet meer op en blijven uit onszelf al veel vaker thuis. Dat deden ze ook al ver voor het coronatijdperk. Net zoals eenzame en neerslachtige mensen dit in de meeste gevallen ook al waren voordat de lockdown in zwang raakte. En dan heb ik het nog niet over de sociaal minder vaardigen, die juist opbloeien in deze tijd zonder de druk van sociale verplichtingen. De ambulante zorg en ondersteuning die ze toen wel of niet kregen, is tijdens deze lockdown grosso modo niet veranderd. Al geldt dat helaas niet voor de intramurale zorg om moverende redenen.

De horeca zou nu best gefaseerd en gestructureerd kunnen worden opengesteld, want jongeren zullen sowieso nauwelijks last hebben van ouderen. Dat hadden ze voorheen ook al niet. Bovendien zullen ouderen het zeker nu niet op gaan zoeken. Niet omdat het hun wordt opgelegd, maar omdat zij uit zichzelf verstandig genoeg zijn om de juiste plek (terras) of het juiste tijdstip (overdag) te kiezen. De 60-min economie bestaat dus allang als een natuurlijke ontwikkeling van de samenleving. Niet als decreet, maar uit vrije keuze.

Mensen houden afstand.

In veel meer opzichten dan we zelf beseffen, is ons leven helemaal niet zoveel anders dan in het pre-coronatijdperk. Ook de jongeren die zich nu ernstig in hun vrijheid beknot voelen, zaten voorheen al uren binnen met en op hun telefoon te spelen en te appen.

Het zijn zware tijden en de naaste toekomst baart zorgen, zeker zolang er nog geen vaccin is gevonden. Maar het is aannemelijk en realistisch dat we hier weer bovenop zullen komen. Het is geen oorlog, bij lange na niet. Wie deze abjecte, want geheel mank gaande vergelijking maakt, moet maar eens naar de Bevrijdingsjournaals kijken die nu elke avond op tv worden uitgezonden.

Nee, mijn 60+-generatie heeft de oorlog ook niet meegemaakt. Wij zijn ons daarentegen wel heel erg bewust van de enorme invloed die deze afschuwelijke periode heeft gehad op degenen die daar wel mee werden geconfronteerd. Het woord lockdown bestond toen nog niet. In oorlog ligt namelijk alles opgesloten.

Laatdunkend

Laatdunkend, wat een prachtig woord
Zo’n woord dat mij volop bevredigt
Volstrekt uniek, ook in zijn soort
Helaas, of juist niet, schaars gebezigd

Ook erudiet qua synoniem
Neem aanmatigend, zelfgenoegzaam
Net als laatdunkend anoniem
en in gebruik uiterst behoedzaam

Je kunt het ook heel letterlijk nemen
en richten op het basketbal
Wie daar laatdunkendheid wil claimen
komt na de hoogmoed prompt ten val

Kortom, een woord o zo veelzijdig
Me dunkt, het is nog niet te laat
Klinkt ogenschijnlijk tegenstrijdig
Suggereert dat er iets anders staat

Laat betekent hierin laag
Een hoge dunk daarbij indachtig
Dan rijst bij mij meteen de vraag
Is laagdunkend niet meer waarachtig?

Neen, om de dooie donder niet!
Laatdunkend klinkt duizendmaal mooier
Iets wat je niet terstond doorziet
Kunstzinnig als een eierdooier

Qatar staat al geruime tijd, al dan niet tot eigen genoegen, in de belangstelling. Reeds vanaf de bekendmaking dat het oliestaatje het WK 2022 mag gaan organiseren, worden vraagtekens gezet bij de legitimiteit daarvan. Om praktische redenen, zoals klimaat en accommodaties; vanwege de afwezigheid van ook maar een greintje voetbalcultuur en -historie; én, niet in het minst, om principiële redenen, zoals het politieke klimaat en de dubieuze wijze waarop de mensenrechten er (niet) worden toegepast.

Naargelang er steeds meer bekend wordt over de werkwijze die is gehanteerd bij het bouwen van de stadions, is het protest aangezwollen. Er is sprake van uitbuiting van de werknemers, er zijn zelfs vele dodelijke slachtoffers gevallen. Zonder schroom durf ik hier te stellen dat er wereldwijd talloze mensen zijn, ook onder fervente voetballiefhebbers, die vinden dat dit WK in Qatar geen doorgang moet vinden. Ook durf ik zonder aarzeling te stellen dat er wereldwijd vele (sport)journalisten zijn die uiterst kritisch tegenover dit WK staan.

In Nederland hebben journalisten/columnisten als Frank Heinen (onder meer HP/De Tijd), Paul Onkenhout en Willem Vissers (de Volkskrant) en Sjoerd Mossou (AD) zich openlijk ertegen uitgesproken. Waarbij aangetekend dat Mossou zich uitspreekt tegen de Qatar-reizen van topclubs tijdens de winterstop.

Dat valt te prijzen, maar hoe invloedrijk, principieel en consistent is dit? Gaan ze ook zo ver door het demonstratief te boycotten? Heb ik gemakkelijk spreken als ik hen daarop aanspreek? Want het is toch hun werk en broodwinning? Ik kan dan wel stellen dat ikzelf, mocht het onverhoopt doorgaan, dit WK zoveel als mogelijk zal negeren en er niet naar zal kijken, maar ja.. Misschien denken jullie: nou, dat is lekker gratuit.

Zeker, het staat in geen enkele verhouding tot welk offer journalisten en anderen die uit hoofde van hun beroep daar worden verwacht, zullen moeten brengen. Toch, intimi weten dat het voor mij als zijnde hartstochtelijk voetballiefhebber en zeker geen Against Modern Football-fanaat, wel degelijk een enorme aderlating en opoffering zal zijn.

Als in mijn kielzog wereldwijd en massaal de tv-registraties worden genegeerd, betekent dat een forse derving van inkomsten voor de tv-stations en andere bedrijven die het evenement, de bonden en de spelers sponsoren.

This image has an empty alt attribute; its file name is wk-qatar-mages1.persgroep.net_.jpg

Maar mogen we van journalisten verwachten dat ze deze ongewenste situatie zonder aanzien des persoons veroordelen? Laat staan dat we eisen dat ze uit protest thuisblijven? Met het risico een ongetwijfeld lucratief verblijf aldaar te moeten ontberen, zelfs hun baan te verliezen? Het gaat natuurlijk te ver om van bijvoorbeeld Menno Pot te vragen dat-ie zijn seizoenkaart van Ajax inlevert, als zijn club inderdaad gaat overwinteren in Qatar. Het supporterschap reikt verder dan incidentele misstappen van je club, hoe ernstig de misstap ook is. Ook al omdat het passanten zijn die deze dubieuze beslissingen nemen. Maar kun je wel volstaan met je ertegen uit te spreken en het daarbij dan te laten?

Sjoerd Mossou vindt dat het niet aan individuen, maar aan instanties en organen (clubs, bonden, overheden e.d.) is om er iets aan te doen. Dit als reactie op Twitter naar aanleiding van de discussie over het verblijf van Ajax in Qatar tijdens de winterstop. Waar ook PSV haar luxe tenten dus op gaat slaan. Die leggen er zelfs geld bij, althans dat beweren ze. Daarbij heeft PSV in Rik Elfrink (ED) een clubwatcher die representatief lijkt te zijn voor de journalistieke spagaat waarin de beroepsgroep kennelijk verkeert.

Ajax, PSV en Barcelona kunnen een duidelijk signaal afgeven door af te zien van hun plannen om voor overwintering of een of andere Supercup naar Qatar af te reizen. De toch massale protesten hiertegen lijken vooralsnog aan dovemansoren gericht. Met als uitzondering FC Liverpool, hopelijk niet slechts voor de bühne. De aantrekkingskracht van het vele geld dat dit oplevert, is kennelijk vele malen sterker dan welk principe dan ook. Om ons wijs te maken dat geld hierin geen enkele rol speelt, halen de (vertegenwoordigers van de) clubs de meest ridicule motieven van stal om een verblijf in Qatar te goed te praten.

Het is wel duidelijk dat deze clubs het in ieder geval niet voor het geld hoeven te doen. De suggestie dat sportieve en praktische (accommodaties, klimaat e.d.) redenen eraan ten grondslag liggen, kan makkelijk worden gepareerd met de vaststelling dat daar voldoende alternatieven voor aanwezig zijn. Het is mij dan ook een raadsel waarom deze clubs bereid zijn om zoveel goodwill te verspelen met het vasthouden aan dit plan.

Maar is het wel zo vanzelfsprekend wat Mossou beweert? Hebben individuen niet ook hun (eigen) verantwoordelijkheid en impact? Elk protest, elke boycot, elke revolutionaire verandering is begonnen met individuen. En ook voornoemde instanties en organen bestaan uit individuen die het geheel kunnen beïnvloeden, zelfs ondermijnen. Eenlingen kunnen wel degelijk iets veranderen, iets in beweging zetten. En mogen zich niet verschuilen achter overheden en bonden. Hoe log, ouderwets, rigide, ondemocratisch zelfs, deze ook zijn en opereren, dat mag allemaal geen excuus zijn om je er bij voorbaat bij neer te leggen.

Kom me niet aan met het zwaktebod dat weerklinkt in schijnargumenten als ‘dan kun je nergens meer heen’, ‘waarom horen wij jullie niet als er – pak ‘m beet – in China, Saoedi-Arabië of Rusland wordt gevoetbald?’ en ‘waarom wel nu het Ajax is en vorig jaar niet toen PSV ging?’ Oké, mea culpa, toen hadden we ook moeten protesteren, voor zover niet toch gedaan trouwens. Maar een misdaad of wantoestand wordt toch niet minder erg omdat het in eerdere situaties niet is aangekaart?

This image has an empty alt attribute; its file name is blog-jucak-kfouri.png

Sorry Sjoerd en lotgenoten, hoezeer ik ook begrip heb voor de dilemma’s, volgens mij levert het voorzeker iets op wanneer prominente, invloedrijke individuen het voetballen in Qatar gaan boycotten. Het maakt wel degelijk indruk wanneer gerenommeerde en gerespecteerde journalisten als David Winner, Simon Kuper Juca Kfouri (vooraanstaand Braziliaans voetbaljournalist) of Gary Lineker zich sterk gaan maken om het WK alsnog te voorkomen of anders te boycotten.

Van journalisten die clubs, spelers en scheidsrechters oproepen om eindelijk eens een daad te stellen en van het veld af te lopen bij racistische uitlatingen vanuit het publiek, mag worden verwacht dat zij zelf ook een daad stellen. Beter nog een werkgever – de krant en/of uitgever – die het evenement in de ban doet. Laat de Volkskrant haar maatschappijkritische status eer aandoen met een Quit-Qatarcampagne. Alles beter dan aankomen met de drogreden dat ook iemand ter plekke moet kunnen berichten over de gang van zaken!

Nee, het zal toch echt in eerste instantie van individuen moeten komen; al is het maar om binnen hun eigen kring, geleding of instantie er aandacht voor te vragen. Ikzelf doe al het mogelijke om via de sociale media de ‘zaak’ #QuitQatar warm te houden, maar mijn mogelijkheden en reikwijdte zijn (te) beperkt. Daarom ook mijn dringende oproep aan de Vissers, Mossou’s en Onkenhouts in binnen- en buitenland om zich nóg sterker te maken voor (liefst) het afblazen of in elk geval een boycot van het WK 2022 in Qatar.

Jullie hoeven deze strijd niet alleen te voeren. Bundel de krachten. Vorm één, liefst internationaal front met collega’s die met dezelfde dilemma’s worstelen. Spoor kritische geestverwanten op, maak een gezamenlijk pamflet, schrijf een schotschrift. Daarbij moeten er toch, met goed gebruik van al die connecties, voetballers en/of andere prominenten in de voetbalwereld te vinden zijn die ook kritisch staan ten opzichte van dit evenement en deze ontwikkelingen?

Individuen, mits consciëntieus en gedreven, kunnen iets in gang zetten waardoor onrecht kan worden voorkomen. Of dat daarvoor in ieder geval de aandacht loskomt die het verdient.

Megan Rapinoe. Weinig vrouwen zijn erin geslaagd om in een rap tempo de mensheid zó te verdelen als deze zelfverklaarde, uitgesproken critica van Donald Trump en voorvechtster van het vrouwenvoetbal. Of eigenlijk moet ik het anders formuleren. Over niemand zijn de meningen momenteel zo sterk verdeeld als over Rapinoe. Want het is maar de vraag óf – en zeker in hoeverre – zij op zichzelf verantwoordelijk is voor deze tweespalt. Zegt het niet veel meer over ‘ons’, dat iemand zóveel tegenstrijdige gevoelens oproept? Is het niet vooral een teken des tijds dat de hakken in het zand worden gezet, dat er geen ruimte is voor nuance en bovenal: dat het nauwelijks over de boodschap, de inhoud gaat, maar vrijwel uitsluitend over persoon, gedrag, uiterlijk, vorm en frequentie?

Natuurlijk. Als je Trumpiaan en/of sterk nationalistisch bent, dan is het logisch dat je anti-Rapinoe bent. En als je vindt dat sport en politiek moeten worden gescheiden – hoe onmogelijk dat ook is – dan moet je niks van de ‘bemoeizieke’ Megan hebben. De crux zit ‘m echter daarin, dat velen haar boodschap op zich wel ondersteunen, maar om allerlei erbij gesleepte redenen vinden dat haar persoon c.q. de wijze waarop ze zich manifesteert, hen niet aanstaat. Te Amerikaans, te nadrukkelijk, te frequent, te aandachtsgeil, te egoïstisch, te arrogant, te …. De klassieke reflex van het focussen op de boodschapper in plaats van op de boodschap.

Natuurlijk, ook Megan is maar een mens. Ze zal zich best een beetje hebben laten meeslepen door de enorme aandacht die ze heeft gekregen. Probeer maar eens weerstand te bieden aan al die podia die je worden geboden. IJdelheid is haar niet vreemd, maar wie wel? De bottom line is, dat ze het in een sterk patriottisch, zo niet nationalistisch land, heeft aangedurfd om haar landgenoten te confronteren met de schaduwzijden, de keerzijde van Great America, een staat waarnaar Trump en aanverwanten naar terug willen keren, naar eigen zeggen. Dat ze de moed heeft om de vinger te leggen op de zere plekken die het Trump-bewind veroorzaken. En dat er een onevenredig verschil is tussen de honorering en waardering van voetballers en voetbalsters. En, niet onbelangrijk, ze deed dit al eerder, ook vóór het recente WK.

Dat ze nu te pas en te onpas in beeld komt, is vooral de ‘schuld’ van de media en van de consumenten daarvan. Neem alleen al Twitter, waarop elk bericht waarin Rapinoe figureert, wordt geretweet, becommentarieerd en gebruikt om het eigen gelijk kracht bij te zetten of dat van een ander te kapittelen. Een dynamiek die niet is af te stoppen en waaraan en waarover het onderwerp zelf allang geen bemoeienis en zeggenschap meer heeft.

Dat het hier een vrouw – en ook nog eens een lesbienne – betreft, lijkt de zaak een extra dimensie te geven. Ronaldo of Neymar die zichzelf als de beste beschouwen, worden als zelfverzekerd en kleurrijk bestempeld – Rapinoe die ‘we deserve this’ laat optekenen, wordt als arrogant en denigrerend weggezet. Over voetballers wier kapsels alle kleuren van de regenboog hebben gezien, wordt allang niet meer gegekscheerd, Megans paarse kabinetstukje werd door menigeen als te excentriek en opvallend gezien. Aandachttrekkende voetballers onderscheiden zich van de grijze massa en ideale schoonzonen, zich manifesterende voetbalsters zijn hysterisch of aandachtshoeren. Meten met meerdere maten. Selectiviteit. Stereotypering.

Och, hadden we maar een Rapinoe in het mannenvoetbal! Een sterspeler die zich durft uit te spreken. Tegen Qatar. Tegen homofobie. Tegen uitbuiting. Tegen corruptie. Ook al is het uit ijdelheid, uit aandachtsbehoefte of uit wat dan ook – als de boodschap oprecht onrecht en ongelijkheid aankaart, zal het mij worst wezen wie het is, hoe hij eruitziet en op welke wijze hij de boodschap verpakt.

Het WK vrouwenvoetbal heeft aangetoond dat de vrouwen logischerwijs voetbaltechnisch nog mijlenver van de mannen verwijderd zijn. Maar op het gebied van maatschappelijk engagement en verantwoordelijkheid liggen de vrouwen – niet in het minst dankzij Megan Rapinoe – ver voor. Waarvan akte.

Herboren voetbaltijden

 

We zijn even weg geweest, wat heet! We waren enkele jaren lang het lachertje van de voetbalwereld. Mickey Mouse-competitie, een derderangs ontwikkelingsvoetballand. We waren stil blijven staan. We verheerlijkten balbezit en hadden lange tijd niet door dat het was verworden tot doel- en zaadloos heen-en-weergeschuif. Balbezitfetisjisme dat een langzaam maar zeker dodelijk gebrek aan lef en avontuur moest verhullen.

We keken jaloers naar met name de Duitsers, die resultaten koppelden aan een speelstijl die ooit de onze was. Dat móest met de trainingsmethoden te maken hebben, die ze natuurlijk wel weer van ons hadden afgekeken. Alleen voegden onze oosterburen daar moderne en geavanceerde, wetenschappelijk onderbouwde elementen aan toe. Ook elders actieve, op moderne leest geschoeide voetbalprofessoren werden ten voorbeeld gesteld en zouden hier ook maar eens de boel moeten komen opschudden en renoveren.

Dit alles, in combinatie met een minder getalenteerde, dan wel nog niet tot voetbalwasdom gekomen lichting, dompelde voetbalminnend Nederland in rouw en deemoed. Het voorheen aan arrogantie en overschatting grenzende nationale zelfbewustzijn verschrompelde langzaam maar zeker tot een cynische en fatalistische gemoedstoestand. Dit zouden we nooit meer te boven komen, ook al omdat onze budgetten nooit de concurrentie zouden aankunnen met landen als Duitsland, Engeland, Spanje en Frankrijk. Zelfs clubs uit landen waar we tot voor kort op neerkeken, waanden zich bij voorbaat geenszins kansloos tegen onze ‘topclubs’.

Van Dijk-Wijnaldum vi-10613297

Maar wie nu het geheel overziet, aan de vooravond van Ajax’ mogelijke sprong naar een heuse Champions League-finale, kan niet anders concluderen dan dat we weer terug aan de top zijn. We hebben een paar van ’s werelds meest gewilde spelers in huis, we doen weer mee om de prijzen, kortom, we zijn alweer bijna wereldkampioen. Natuurlijk vallen onze kenners en duiders over elkaar heen om te verklaren waar deze wederopstanding vandaan komt. Wie is de vader van deze successen, wat heeft deze evenzo snelle als verrassende ommekeer teweeggebracht?

Ogenschijnlijk is er niet zo heel veel veranderd. De luttele op Duitse leest geschoeide oefenmeesters die werden binnengehaald, zijn ofwel weer uit het zicht verdwenen óf hebben weinig indruk gemaakt. Qua trainingsmethodieken heeft zich bepaald geen revolutie voltrokken of het moet zijn dat het briefje weer in ere is hersteld.

Och, het kan natuurlijk niet zo zijn dat onze altijd zo geroemde en gerenommeerde voetbalopleiding ineens niks meer voorstelt. Misschien was men hier of daar wat ingeslapen en te zelfgenoegzaam geweest en werd en wordt er nog steeds te snel teruggegrepen op de usual suspects en aspects. Maar het fundament staat, de structuur is aanwezig, de basis is gelegd. En voetbaltalent zal zich altijd weer opnieuw aandienen, de ene lichting sterker dan de andere.

In mijn ogen zijn er twee elementen die ten grondslag liggen aan het nieuwe elan. Ten eerste is dat durf, moed, lef, you name it. Om wat voor redenen dan ook waren ‘onze’ voetballers, ‘onze’ ploegen voorzichtiger, angstiger gaan voetballen. Een verklaarbare – want nederlagen en het uitblijven van resultaten leiden nu eenmaal tot het zoveel als mogelijk uitsluiten van risico’s en avontuur –  maar doelloze en doodlopende weg. Clubbestuurders, trainers, zelfs supporters stimuleerden dan wel legitimeerden dit en zo ging het van kwaad tot erger.

Oranje ANP-71395571-756x422

De andere, wezenlijke oorzaak van het verrassende succes van de ‘kleinere’ clubs is de stress, de druk, de onbeheersbaarheid bij de ‘grotere’ clubs. Deze mogen dan schier onbegrensde mogelijkheden hebben qua financiën en dus het aantrekken en betalen van spelers, dat leidt tegelijkertijd onherroepelijk tot immens hoge verwachtingen, heftige concurrentie binnen de spelersgroep; tot ontevreden, morrende vedetten. Tot ongeduld en onrust, zowel binnen als buiten de lijnen. Het huidige Ajax bewijst dat met uitgebalanceerd, talentvol spelersmateriaal, een onverstoorbare coach en een relatief rustige, stabiele werkomgeving het verschil met een op papier sterkere selectie van een grotere, maar onder hoogspanning verkerende club kan worden gecompenseerd.

Wanneer meerdere ‘kleinere’ clubs zich hiervan vergewissen én wanneer spelers zich er meer en meer van bewust worden dat het kiezen voor dit soort clubs minstens zo kansrijk en lucratief kan zijn als onderdeel uitmaken van een grote, topzware selectie, dan zal mijns inziens de huidige situatie best eens structureler van aard kunnen worden. En zullen dus de internationale competities minder voorspelbaar en meer aantrekkelijk worden voor alle betrokkenen.

De recente ontwikkelingen in de Champions League hebben laten zien dat je nooit bij voorbaat kansloos bent, mits je enerzijds lef toont en anderzijds weigert te geloven dat een peperdure, topzware selectie onverslaanbaar is. Cruijff zei het al, een zak geld heeft nog nooit een doelpunt gescoord. Ook heeft een zak geld nog nooit een tegengoal kunnen verhinderen of de onbevangenheid van een Frenkie de Jong gefinancierd.

Vooral omdat voetbal een teamsport is en omdat de kunst van een goed team smeden en goed en attractief laten spelen, onbetaalbaar is, zullen de creatieve, moedige geesten altijd kansrijk blijven in deze boeiende tak van sport. Hoezeer ook voortdurend door de commercie bedreigd en onder druk gezet.

We houden ermee op hier in Waalwijk. Na precies tien jaar voetbalbloggen is het welletjes. We eindigen met een slotakkoord van onze trouwste scribenten die de Best of van hun Voetblah-posts zullen delen. Op 13 juni 2018 gaat definitief de stekker eruit. Daarna start het WK.

Vandaag is het de beurt aan Mazuro, alias @heinscatchup, alias de onbetwiste nestor van de voetbalcultuur. Naast redacteur ook eindredacteur, motivator, inspirator, kortom de drijvende kracht achter Voetblah het afgelopen decennium. Waarvan akte!

FC Limmen effe dimmen – Annemarie Postma
Een van de hA�A�rlijke stukkies van La Postma. Die het aandurfde om zich als A�nige vrouw tussen de Voetblah-mannetjes te begeven en prompt tot de meest gelezen auteurs ging behoren. En tot de favorieten van deze eindredacteur, alleen al vanwege de structurele, late ‘op de valreep’-appjes.

R.I.P. Dwerghamstertje Jetro – Kalusha
Kalusha heeft met deze hilarische post waarschijnlijk het grootste Voetblah-bereik gehad qua lezers. Het is dan ook een ‘Kalusha’ ten voeten uit en tevens een fraai staaltje van de haat-liefdeverhouding die de verstokte fan heeft met zijn club en spelers.

De treurige trivialiteit van Studio Voetbal – De Populist
Teundepopulist heb ik altijd bewonderd om zijn fijnzinnige en – voor zijn leeftijd zeker – rijpe beschouwingen en analyses. Een scherpe observator die deze observaties op fraaie en zeer leesbare wijze ‘op papier zette’. Deze kenschets van Studio Voetbal is mij helemaal uit het hart gegrepen.

Na ampel inwendig onderzoek heb ik uit eigen werk deze twee gekozen. Verheyen omdat hij zo sportief reageerde op mijn toch bepaald kritisch stukkie over hem. En Michel Breuer – Voetblah-proof als geen ander – behoeft eigenlijk geen betoog.

Raymond Verheyen en de kunst van het periodiseren en provoceren

MAN V/H WEEKEND: Michel ‘buitenkantje rechts’ Breuer

Dat was het dan, (voor mij bijna) 10 jaar Voetblah, waarvan meestentijds als eindredacteur. Het was voor mij een bijzonder genoegen om al die redelijke tot briljante stukjes van vele, veelal jonge, getalenteerde redacteuren te mogen redigeren. Het was een eer om ook met al min of meer gevestigde schrijvers als Frank Heinen en Jan Beuving te mogen werken. En om al die mensen te leren kennen en ontmoeten. Daarvoor zeg ik iedereen die bij Voetblah hoe dan ook betrokken was hartelijk dank! Het is mooi geweest. Waarvan akte!

 

%d bloggers liken dit: