Feeds:
Berichten
Reacties
Ome Hein 70

Onlangs werd ik 70 jaar jong. Dat ik deze gezegende leeftijd zonder al teveel kleerscheuren heb bereikt, is op zich al een heuglijk feit. Toch zou er weinig aandacht aan worden geschonken. Sowieso vier ik mijn verjaardag al jaren niet meer met bezoek, omdat we rond deze tijd vaak op vakantie zijn. Maar natuurlijk ook vanwege die verrekte corona.

Dit jaar gingen we de dag vooraf naar Amsterdam om daar op te passen en ook te blijven slapen, om dan de volgende dag in familiekring toch mijn verjaardag een beetje luister bij te zetten. Prettige bijkomstigheid was dat ik op zaterdagmorgen mijn kleinzoon weer eens kon zien voetballen bij good-old De Volewijckers. En bovendien konden we het combineren met de verjaardag van ons jongste kleinkind, op de zondag aansluitend, in Weesp.

De oppasdag verliep weliswaar nogal verrassend en onvoorspelbaar, maar dat is altijd de charme van dit huishouden geweest. Tegen de avond zou ik kleinzoonlief, samen met diens vader, op gaan halen van de training en ondertussen zou er door de anderen friet worden gehaald. Want patat lusten wij Brabo’s niet. Bij het sportpark gearriveerd, liep zoonlief richting het hoofdveld, dus ik vermoedde dat de training eenmalig daar ergens in de buurt was.

Ome Hein 70

Het hoofdveld oplopend en overstekend, draai ik onwillekeurig mijn hoofd richting de tribune en ben tot mijn stomme verbazing getuige van afgestoken knallend vuurwerk en rookbommen. In een flits bedenk ik dat die maffe zoon van me een paar Volewijckers zo gek heeft gekregen om mij aldus te verrassen voor mijn verjaardag. Maar als de rook langzaam optrekt, ontwaar ik de ene na de andere bekende, naast mijn echtgenote, mijn andere zoon, mijn schoondochters, mijn kleinkinderen en nog een paar andere familieleden. Ik sta volkomen perplex.

Onder de bekenden een aantal inmiddels dierbare ‘blogbroeders’, Voetblah-scribenten (speciaal voor Marcel;-)) en medewerkers van hét voetbalcultuurmagazine Staantribune, die ik allemaal in de loop der jaren heb leren kennen in verband met redactiewerk en het organiseren van een aantal retrovoetbalevenementen, te weten IndenBanvanAbe, BallenopdeBerg en Hargabal, in respectievelijk Haarlem, Wageningen en Schiedam.

Nog maar nauwelijks van de verbazing bekomen, wordt mij een shirt overhandigd dat bestaat uit delen van shirts van alle clubs waar ik gevoetbald heb. Dat zijn achtereenvolgens Marvilde (Veldhoven), SV Oostrum uit de gelijknamige plaats, RKVVO en Rood-Wit, eveneens uit Veldhoven.

De gerenommeerde ‘voetbalshirtprofessor’ Floor Wesseling is verantwoordelijk voor dit unieke kunststukje en is hierover zelf klaarblijkelijk zó mee in zijn nopjes dat hij van plan is om het op te nemen in een boek waarin nog meer groten der aarde komen te staan. Maar zonder gekheid: ik mag daarin dus figureren naast echte voetbalsterren!

Hierna wordt duidelijk dat er een heuse voetbalwedstrijd op het programma staat, waarin ikzelf ook word geacht mee te spelen. Maar ook vrijwel alle aanwezigen, inclusief mijn vijf kleinkinderen – die reeds in vol voetbaltenue-ornaat achter de bal aan huppelen – zullen meedoen. Helaas gooit ook nu weer dat kutcorona roet in het eten, omdat een van de aanwezigen de melding krijgt positief te zijn na een eerder die week afgenomen test. En dus onverwijld met aanhang het sportpark moet verlaten. Daaronder ook, tot mijn en hun grote verdriet en teleurstelling, twee van mijn kleinkinderen. Na  ampel overleg wordt besloten om de voetbalwedstrijd te schrappen. Wel wordt afgesproken om op de tribune nog wat te drinken en te snacken, uiteraard met inachtneming van de coronaregels. Gelukkig zijn verder alle aanwezigen daartoe bereid.

Mooie gelegenheid dus om iedereen die de moeite heeft genomen om erbij te zijn, te begroeten en te bedanken voor de enorme verrassing. Ik mag nog wat cadeautjes in ontvangst nemen, maar uit handen van mijn kleinkindkoningin, de oudste, ontvang  ik een waarlijk schitterend geschenk: een ingelijste oude voetbalfoto van mij, gehaald van een elftalfoto, prominent voor op een gefingeerde Staantribune-cover. Prachtig ingekleurd door een van onze dierbare blogbroeders van Kentudezenog, Jasper Theodorie. Verder daarop vermeld al ‘mijn’ voetbalclubs en retrovoetbalevenementen. Een overweldigend en uiterst origineel cadeau!

Na nog een rondje langs de ‘blogbroeders en – zusters’, word ik naar het midden van de tribune gedirigeerd, alwaar mij wordt verzekerd dat ik nu iets te horen ga krijgen over en van iemand, wat mij zeker aan zal spreken. Er wordt een geluidsapparaat hooggehouden, er klinkt een mij vertrouwde begintune en ik hoor de stem van iemand die ik meteen herken: Frank Heinen! Eerst denk ik nog dat hij het gaat hebben over iemand die ik bewonder, maar het blijkt over mijzelf te gaan! Mijn emoties krijgen de overhand, want het gaat dus niet over iemand DIE ik bewonder, maar het wordt gesproken DOOR iemand die ik adoreer! En hij heeft het over mij! Het is helemaal in de stijl van zijn befaamde en alom geprezen Eindsignaal, waarmee hij op zondag altijd Studio Voetbal afsluit. Deze zeer speciale, dierbare editie krijgt de naam Heinsignaal mee. Ik krijg tranen in mijn ogen en wordt overmand door een mengeling van intense ontroering, vreugde en dankbaarheid; sorry, ik kan er echt niets anders van maken.

Frank Heinen zegt weleens dat ik misschien wel zijn grootste fan ben. Of dat waar is, weet ik niet, maar dat ik al jaren zeer gecharmeerd ben van zijn schrijfstijl en invalshoeken, is een understatement. Wij kennen elkaar een beetje van een paar evenementen en van Voetblah en Staantribune, maar op basis daarvan alleen kon zelfs Frank natuurlijk geen Heinsignaal maken. Maar met de informatie die hij van mijn dierbaren kreeg toegespeeld, wist hij natuurlijk wel raad en gaf er zijn geheel eigen Eindsignaal-draai aan. Met een schitterend eindresultaat!

Het behoeft geen betoog dat ik hiervan op de tribune nog een tijdlang heb nagenoten en over heb nagepraat. Het duurde wel even voordat ik de emoties had verwerkt en alles goed tot me was doorgedrongen. Legio foto’s en filmpjes passeerden de revu en het Heinsignaal heb ik eerlijk gezegd inmiddels al diverse keren beluisterd.

Ik had helemaal niks verwacht en zeker niet in deze trant. Daar komt nog bij dat ik hoorde dat de blogbroeders en mijn dierbaren hier al geruime tijd mee bezig waren en dat het ook nog eens flink was afgeschaald (om even in de thans populaire terminologie te blijven). De oorspronkelijke plannen waren kennelijk nog veel ambitieuzer. Ook hier werd  corona de spelbreker, omdat nogal wat beoogde deelnemers het niet aandurfden om te komen en het sowieso te druk zou worden. Dat op de valreep ook nog het voetballen moest worden afgeblazen, was natuurlijk een domper. Vooral voor de initiatiefnemers, de spelers en mijn kleinkinderen in het bijzonder, die er zich zo ontzettend op hadden verheugd. En het was vooral ontzettend jammer dat twee kleinkinderen met hun ouders na een korte aanwezigheid naar huis moesten.

Maar dan nog bleef er voor mij zó veel moois en verrassends over, dat ik er met heel veel dankbaarheid en intens genoegen op terugkijk. En dank hiervoor dan ook iedereen uit de grond van mijn hart. Natuurlijk mijn lieve echtgenote, mijn prachtzonen en wonderschoondochters. Daarnaast de aanwezige blogbroeders, met op de eerste plaats Mathieu van Strijp, die naar verluidt de eerste slinger eraan heeft gegeven. De blogbroeders van het eerste uur, Marcel Stephan, Rodney Rijsdijk en Gerben Kappert. De Voetblah-redacteuren Tim Jansen en Tim Cardol, de Smakmannen en -vrouw (nicht). Mijn dierbare blogzuster Annemarie Postma. Evenement-broeder Maarten Tuininga. Mijn broer Theet en partner Yet, mijn neven Tom en Tim Meurs. Mijn Staantribune-collega’s Jim Holterhues, Eric de Jager en Michiel Wilman. En tot slot mijn geweldige, prachtige kleinkinderen Lin, Manus, Minne, Liva en Izzie!

Het was fantastisch! Waarvan akte.

Ome Hein 70

PS: Blogbroeder en co-evenementorganisator van het eerste uur, Marcel Stephan, heeft een prachtig stukkie over deze activiteit geschreven en wie meer van de mooie plaatjes is, kan hier terecht.

My name is Hein Meurs and I am from the Netherlands. For some time now I have been campaigning through social media to ensure that the World Cup Qatar 2022 will not be held there. I have also made a plea for this in Dutch newspapers and on the news radio and especially called on (sports) journalists to make a case for this.

Nevertheless, I think that the greatest chance of achieving this lies in the situation of a world-famous (ex-) footballer or football coach speaking out against this World Cup. Given the current political and social climate, with a focus on racism and human rights, the likelihood of success in this seems realistic, provided that it is constantly pointed out and published about.

All over the world there are blogs, Facebook pages and Twitter accounts calling for action against this World Cup and petitions to sign. All well-intentioned initiatives, but each in itself not efficient and effective. My call is therefore to join forces internationally, join forces and thereby form a large, massive movement that can actually exert influence. With a much longer range, so also a much greater chance of getting a big, well-known football name to pronounce.

Through this message and this call I hope for a much wider reach and worldwide cooperation, but I also hope for useful tips, addresses, contacts, proposals to achieve this. Thanks in advance!

Hein Meurs
heinmeurs22@gmail.com
+31642728078
https://twitter.com/CancelQatar2022
https://www.facebook.com/CancelWKQatar2022/

Verantwoording

Beste volgers (in spe), ik moet even wat kwijt over dit account. Ik verkeer al jarenlang op Twitter, eerst met @heinscatchup-Mazuro. Later beheerde ik zowat in mijn eentje het @Voetblah-account en sinds het weblog Voetblah ophield te bestaan, bestier ik dit account verder zelfstandig onder @Voetblah-Mazuro. Daarmee heb ik vanaf de toewijzing in 2010 van het WK 2022 aan Qatar met enige regelmaat laten weten ertegen te zijn en ook oproepen gedaan dat te ondersteunen. Omdat ik me aanvankelijk helemaal niet kon voorstellen dat men dit WK in Qatar doorgang zou laten vinden en ervan uitging dat dit sowieso een vroegtijdige dood zou sterven, heb ik er de eerste jaren niet zo hard aan getrokken.

Vorig jaar groeide bij mij het besef dat ondanks de vele tegenwerpingen, contra-indicaties en wantoestanden, het nodig was om er meer structureel en intensief aandacht aan te besteden. Ik schreef een ingezonden brief, die in het AD en ED werd geplaatst, en naar aanleiding hiervan discussieerde ik met Willem Vissers en Sjoerd Mossou op NPO Radio 1. Mijn standpunt was dat (sport)journalisten zich vaker en nadrukkelijker uit zouden moeten spreken tegen en over dit WK.

Hierna ben ik me op @Voetblah-Mazuro veel meer met actie voeren tegen dit WK bezig gaan houden, iets wat vooral het geval was rondom de trainingskampen die PSV en Ajax in Qatar hielden eind vorig/begin dit jaar. Daarna brak de coronatijd aan en ben ik een paar maandjes doelbewust terughoudend geweest met dit onderwerp. Wel groeide het besef dat ik beter een Qatar-twitteraccount kon aanmaken, om niet het Voetblah-Mazuro-account hiermee te overstelpen.

Op 16 juni heb ik daarom het Twitteraccount @CancelQatar2022 de ether ingeblazen, ook al omdat er vanuit verschillende media werd bericht over nog steeds heersende wantoestanden bij de bouw van de WK-stadions. Dat is dus – benadruk ik voor degenen die er mij van betichten meegelift te zijn op de golven van de Veronica Inside-publiciteit – twee à drie dagen voordat de sponsors en Oranje-spelers zich van het programma afkeerden. De uitzending zelf op 15 juni heb ik helemaal niet gezien.

Het is sowieso treurig dat ik me daarvoor moet verantwoorden en ik begrijp überhaupt niet waarom iemand zijn pijlen richt op de boodschapper in plaats van op de boodschap. Tegelijkertijd loop ik lang genoeg mee om te weten dat het helaas zo werkt en dat ik daar boven moet staan. Dat ik me moet richten op de inhoud en alleen daarop en daarover moet reageren en berichten.

Maar ik ben ook maar een mens en heb me toch laten verleiden tot (teveel) whataboutism, tot te snel iemand van repliek willen dienen en zelfs tot het blokkeren van personen die hardnekkig mijn intenties ter discussie stelden. Als ik ergens slecht tegen kan, is wanneer iemand mijn zuivere bedoelingen in twijfel trekt. En dan vooral als dit wordt toegepast om het onderwerp te mijden of om zichzelf of zijn club te verschonen. Maar ik weet ook dat blokkeren niet de, althans niet mijn, methode is om hiermee om te gaan, hoe ergerlijk en energie slurpend dit soort ‘discussies’ vaak ook zijn. Omdat ze afleiden van het hoofddoel en dat is een verplaatsing – of anders een boycot – van het WK Qatar.

Hoe dan ook, ik maak de ‘blokkades’ ongedaan, in de hoop dat de betrokkenen mij – en feitelijk dus de kwestie Qatar – niet onnodig lastig vallen met ‘intentieverklaringen’. Discussies over de inhoud, graag zelfs! Vind je het allemaal onzin, blijf dan weg, ook als deze verantwoording je niet overtuigd heeft, want je hebt je punt al gemaakt en hebt toch al besloten om niet van gedachten te veranderen.

Wat mij betreft is de zaak nog lang niet beklonken en zijn er nog voldoende aanknopingspunten om de hoop levend te houden dat dit WK niet in Qatar plaats gaat vinden. Of anders, dat er van een substantiële boycot sprake zal zijn. Waarvan akte.

Cancel WK Qatar 2022

Op het gevaar af dat deze dringende oproep wordt gezien als de zoveelste protestactie in deze demonstratieve tijden, wil ik toch even jullie aandacht hiervoor vragen. Je zou kunnen stellen dat het oudere rechten heeft, want het speelt al langer en dateert al van 2010. En misschien hebben we ook wel het tij mee omdat er momenteel alom wordt geappelleerd aan gevoelens van en voor onrecht.

Want dat het WK Qatar 2022 één groot onrecht vormt, staat buiten kijf. Werkelijk alles aan dit WK is dubieus. De toewijzing is corrupt verlopen; de locatie is onzinnig vanwege het voor sport onmogelijke klimaat; er ontbreekt ieder spoor van voetbalcultuur; de bouw van de stadions heeft al vele dodelijke slachtoffers gekost; de arbeiders moeten werken onder het juk van moderne slavernij en wanbetaling en allerlei toezeggingen om hun omstandigheden te verbeteren, hebben tot dusver niets opgeleverd. En dat terwijl diezelfde stadions na afloop van het WK weer zullen worden afgebroken. Moeten ze toch worden gesloopt, doe dat dan alsjeblieft nu meteen. Dat zou de immigranten (want dat zijn vrijwel alle arbeiders) een boel verdere ellende besparen en zou ook in andere opzichten heel veel onrecht voorkomen.

Eigenlijk zou één van deze ongerechtigheden al voldoende moeten zijn voor onmiddellijke stopzetting, maar in hun onmetelijke wijsheid blijven de FIFA-bonzen vooralsnog volharden in hun overtuiging dat doorgang een te rechtvaardigen zaak is. Daarbij kennelijk geruggensteund door de tot dusver vrijwel geheel afwezige protesten vanuit de voetbalwereld zelf; of het nu nationale bonden, spelers, trainers of voetbaljournalisten zijn – kennelijk durft vrijwel niemand zijn vingers eraan te branden. Leg je je oor individueel te luister, dan heeft zowat iedereen zijn bedenkingen, maar haast zich dan wel erbij te vermelden dat het aan de ander – of de andere instantie – is om aan de bel te trekken. Van enige bereidheid om gecoördineerd, collectief een front te vormen, is vooralsnog geen sprake. Er heerst alom een ergerlijke mengeling van apathie, cynisme en moedeloosheid: je kunt er toch niets tegen doen, het gaat sowieso toch door, het is puur een geldkwestie en meer van dit soort gemeenplaatsen.

Terwijl er wel degelijk al van het begin af aan talloze publicaties zijn geweest in binnen- en vooral buitenland over de wantoestanden rondom dit WK. Vooral Amnesty International en The Guardian lieten zich niet onbetuigd in dit opzicht. In Nederland waren het met name Trouw en NRC die erover berichtten, al waren dat vaak artikelen die van Amnesty en The Guardian werden overgenomen. Nieuwsjournalisten hebben zich in dezen dus zeker van hun taak gekweten, maar vanuit de voetbaljournalistiek bleef het, op een enkeling na, oorverdovend stil. De Volkskrant-journalist Willem Vissers sprak zich al in een vroeg stadium ertegen uit, maar beklaagde zich later erover dat hij vanuit de voetbalwereld en van collega’s nauwelijks tot geen bijval kreeg. Ook zou dit alleen in Nederland een item zijn, bij buitenlandse voetbaljournalisten leefde dit helemaal niet, volgens Willem.

Dit kreeg ik te horen toen ik met hem en AD-journalist Sjoerd Mossou hierover in discussie mocht bij NPO Radio 1. Dit naar aanleiding van mijn in het AD – en later ook het ED – gepubliceerde opinie, waarin ik de voetbaljournalistiek teveel afzijdigheid verweet en opriep om tegen dit WK in het verzet te komen, meer onderzoek hiernaar te plegen en er meer aandacht aan te schenken. Ook nu was de reactie in de trant van ‘je moet hiervoor niet bij ons zijn, wij zijn geen actievoerders, het leeft nauwelijks in het (buiten)land’. Wel gaf Willem aan dat hij het WK zou gaan boycotten. Dat is tenminste iets.

Mede getriggerd door de opmerking dat het in het buitenland nauwelijks zou leven, ben ik contact gaan zoeken met bekende buitenlandse voetbaljournalisten, -tijdschriften en overige -media. Dat leverde inderdaad een teleurstellende oogst op. Van 11Freunde kreeg ik in elk geval nog een reactie. David Winner stuurde me een uitgebreide respons, maar verder leverde het, ondanks herhaalde pogingen, niets meer op. Het zal ongetwijfeld ook wel met mijn gebrek aan status in de (journalistieke) voetbalwereld te maken hebben, maar het zegt iets natuurlijk. Hoe dan groeide bij mij het besef dat alleen een statement van een (wereld)bekende (ex-)voetballer of eventueel een trainer echt zoden aan de dijk zou zetten. Zoals nu Marcus Rashford in Engeland erin slaagt om doorslaggevend iets af te dwingen, zo moeten er toch meer geëngageerde (ex-)voetballers zijn die het een schande vinden dat er onder deze omstandigheden en condities een WK voetbal in Qatar wordt gehouden.

Want ja, black lives matter, dus ook de, al dan niet black, lives van arbeidsmigranten in Qatar. Van hen, die het leven hebben gelaten bij de stadionbouw. Want ja, racisme en discriminatie zijn verwerpelijk, dus ook in het land waar alle mensenrechten die er voorhanden zijn, worden geschonden. Want ja, slavernij was een schandvlek in de geschiedenis, maar in Qatar heerst nog steeds een moderne vorm van slavernij, omdat de arbeiders aan de stadions al jarenlang worden uitgebuit en onderbetaald. Zoals reeds vermeld, hebben de FIFA en de plaatselijke instanties al meerdere malen aangekondigd dat er verbetering op komst is, maar onlangs nog is gebleken dat dit loze beloften waren.

Bouwvakkers in het Lusail Iconic Stadium in Doha, Qatar.

Hoe is het in godsnaam mogelijk dat een situatie, waarvan ieder zinnig denkend mens vindt dat deze onbestaanbaar is en in alle opzichten en van alle kanten rammelt, nog steeds niet is afgeblazen?!

In deze tijd, waarin het lijkt alsof iedereen op de barricades staat tegen onrecht, corruptie en onderdrukking; waarin iedereen in de bres lijkt te willen springen voor solidariteit, gelijkheid en verdraagzaamheid, zou je toch verwachten dat men zich ook massaal keert tegen de wantoestanden rondom het WK in Qatar. Of is dit toch de ‘te ver van mijn bed-show’? Is de macht Koning Voetbal, met al zijn geld en commercie, te sterk? Maakt het de spelers dan helemaal niets uit waar ze hun beroep moeten uitoefenen en wat daar allemaal voor heeft moeten wijken? Maakt het de voetballiefhebber uiteindelijk geen zak uit waar – en onder welke omstandigheden tot stand gekomen – het voetbal wordt gespeeld waar hij/zij vanuit zijn/haar luie stoel naar zit te gluren?

Zolang we nog de tijd hebben er iets aan te doen, weiger ik dat te geloven. Noem het maar tegen beter weten in, noem het vechten tegen de bierkaai, noem het ijdele hoop – ik blijf doorgaan tot het een voldongen feit is. En is dat straks onverhoopt het geval, dan zal ik het sowieso boycotten en er dus niet naar kijken. Met Willem Vissers ben ik dan ik in elk geval in goed gezelschap.

Momenteel is de boycot door ‘onze’ internationals van Veronica Inside en Johan Derksen in het bijzonder brekend en alom verspreid nieuws. Mijn inziens een terechte boycot, alleen al omdat je sowieso iets wat al jaren uiterst voorspelbaar, dus ‘gewoon’ slecht is geworden, moet boycotten. Menigeen legt nu een link met Qatar en wijst erop dat ‘onze’ jongens beter, of in elk geval ook, dat WK zouden moeten boycotten. Nou, graag zelfs, Maar dit lijkt een vorm van selectieve verontwaardiging en opportunisme waarop niemand, en zeker niet de anti-WK Qatar-beweging, zit te wachten. Aandacht hiervoor, prima! Hoe meer, hoe beter. Maar dan wel graag vanuit oprechte en vooral structurele betrokkenheid en niet als oprisping of met een dubbele agenda.

Veronica Inside

Onlangs heb ik het twitteraccount @CancelQatar2022 geopend en in een paar dagen tijd hebben zich al ruim 650 volgers aangemeld. Dat is veelbelovend, maar nog lang niet genoeg natuurlijk. Ook nu weer heb ik bekende voetbaljournalisten gevraagd ons te volgen en er liefst ook een slinger aan te geven. Op een enkeling na, voelde zich tot dusver niemand geroepen er gevolg aan te geven. Het zal toch niet zo zijn dat ‘ons’ voetbaljournaille de kop in het woestijnzand blijft steken?

Maar ook zonder hun hulp en ondersteuning moet het mogelijk zijn om een brede beweging op te zetten, waardoor er hopelijk een grote, bekende voetbalnaam opstaat en zich tegen dit vermaledijde initiatief uitspreekt. En er kwam onlangs hulp uit zowel onverwachte als (nou ja..) onverdachte hoek. Zelfs de vleesgeworden corruptie Sepp Blatter pleit ervoor om dit WK naar elders te verplaatsen! Kortom, we blijven hopen!

Wiens idee het was? Ik weet het echt niet meer. Het zal Ties wel geweest zijn. Onze flamboyante, corpulente Limbo en fervent Ajax-fan. Net als ik destijds, maar dan toch vooral vanwege Cruijf-Keizer. Met die lekker brutale uitstraling. Noem het arrogantie, maar die was toen in ieder geval ergens op gebaseerd. Want Ajax speelde het beste voetbal ter wereld. Ze hadden na de Europa Cup I weliswaar niet de Wereldbeker gewonnen in 1971 – want zegden af voor die wedstrijd vanwege een te druk schema – maar vriend en vijand waren het erover eens: dit Ajax was het allerbeste clubteam in die jaren. Dat zouden ze in 1972 wel eens even in cijfers uit gaan drukken. Het Argentijnse Independiente, na de 1-1 in de uitwedstrijd, moest eraan geloven. En wij – Ties, nog een collega, wiens naam ik ben vergeten, mijn toenmalige vriendin, thans echtgenote, en ik – wilden dat wel eens met eigen ogen aanschouwen.

Op D-day, 28 september 1972, ben ik negen dagen eerder 22 jaar jong geworden. In plaats van net aan een nieuw profvoetbalseizoen te zijn begonnen, was ik een leerling-verpeegkundige B (psychiatrie) in Venray. Dat was een zogenaamde inservice-opleiding van drie jaar: je had een leerling-contract, waarbij inbegrepen één lesweek per maand, de rest van de tijd werkte je op een afdeling. Ik was geboren en getogen in Veldhoven, maar woonde in Venray aanvankelijk intern op kamers in het hoofdgebouw; tezamen met een paar medeleerlingen en enkele Broeders van Liefde in ruste. Deze congregatie had in 1907 Sint Servatius, thans het Vincent van Gogh voor GGZ, opgebouwd. Omdat mijn driejarige verblijf in Venray kan worden beschouwd als een uitgestelde pubertijd, deed ik mijn uiterste best om qua kamerbezoek en -gebruik mijn Broeders van Liefde qua naam zoveel mogelijk eer aan te doen. Dat deze naam jaren later de nodige dubieuze associaties oproept, dat kon ik destijds natuurlijk niet bevroeden. In toch bijna een heel jaar tijd ben ik er trouwens nooit eentje tegen het lijf gelopen. Vandaar ‘in ruste’ waarschijnlijk. Later ging ik inwonen bij een getrouwde collega op een flat.

Waar de huidige gezondheidszorg grotendeels door vrouwen wordt geregeerd, was daar in de jaren zeventig zeker geen sprake van. En al zeker niet in de psychiatrie en gehandicaptenzorg in het zuiden des lands. Daar voerden de mannen de boventoon, in Limburg vooral vanwege de sluiting van de mijnen. Ongetwijfeld ligt daar ook een oorzakelijk verband met het hoge sportieve gehalte van deze sector toentertijd. Elke instelling of ziekenhuis had een bloeiende sportvereniging en er werden volop evenementen en toernooien georganiseerd. Een sportieve achtergrond was bij sollicitatie veeleer een aanbeveling dan ‘graag willen werken met mensen’.

Zo ook dus op ‘Servaas’, de werknaam in de regio. Wij hadden een kwalitatief sterke voetbalselectie die niet alleen menig prijsje binnenhaalde, maar ook in sociaal opzicht van een niet te onderschatten belang was. Geen wonder dus dat voetbal ook in mijn Venray-tijd nog steeds een cruciale rol speelde. Want als regionaal erkend voetbaltalent – en ook nooit bewust met iets anders bezig te zijn geweest – bleek een betaaldvoetbalcarrière toch niet voor mij weggelegd. Testwedstrijden voor EVV Eindhoven en Willem II, onder respectievelijk Hennie Hollink en Jaap van der Leck, ten spijt. Ik was een (te) mager scharminkel met een voor topsport ongeschikte motoriek, is mijn verklaring achteraf. Dat vond men destijds ook van Cruijff trouwens…

file:///Users/heinmeurs/Pictures/Voetbalfoto%20Oostrum%20IMG_6028.jpg

Ties bezat als enige van ons een voertuig, een vehikel dat het omgekeerde bewijs was van de stelling ‘hoe kleiner de man, hoe groter de auto’. Eigenlijk was er naast Ties zelf nauwelijks nog plaats in het autootje. Als ingeblikte sardientjes gingen wij gevieren op weg naar Amsterdam, met bestemming Olympisch Stadion. Mijn enige wedstrijdbezoek ooit aan deze betonkolos. Wel keerde ik er zo’n 45 jaar later nog eens terug als (sic!) OldStar Walking Football voor een toernooi. Waarbij nota bene Sjaak Swart ook weer aanwezig was. Al is dat ook weer niet zó vreemd, omdat Paco werkelijk overal acte de présence geeft. De hernieuwde aanblik van het inmiddels door monumentenzorg omarmde complex riep bij mij geen enkele herkenning op.

Ook mijn herinneringen aan de wedstrijd zijn diffuus, maar dat geldt voor vrijwel al mijn herinneringen van vroeger. Ik ben daarvoor té sfeergevoelig en me te weinig bewust van mijn omgeving. Wel weet ik nog dat we vrij hoog in het stadion zaten en dat de twee doelpunten van Johnny Rep zich in het verlengde van ons gezichtsveld afspeelden. Dus speelde Ajax in de eerste helft van links naar rechts.

Omdat ik mijn grote idool Cruijff voor de eerste keer in levenden lijve zag voetballen, was ik nogal opgewonden. Ik spiegelde me aan hem, leek er als mager scharminkel zelfs een beetje op, en trapte, net als Johan, nagenoeg elke bal met effect. Eigenlijk had ik daar ook kunnen staan… Maar bij Johan was elke effectbal functioneel, bij mij was het toch vooral effectbejag.

De grote ster speelde niet zijn allerbeste wedstrijd, maar daar had ik toen geen oog voor en oren naar. Barry Hulshoff heerste niet alleen soeverein achterin, maar schakelde zich opvallend vaak en ook nog eens verrassend goed aanvallend in. Ik genoot van de balvastheid van supertechnicus Gerrie Mühren. Ook de blonde Duitser Horst Blankenburg maakte indruk met zijn superieure spel. En rechtsback Willem Suurbier denderde steeds over rechtsbuiten Sjakie Swart heen, om dan traditiegetrouw een slechte voorzet af te geven.

Van de gevreesde hardheid van de Argentijnen is me niets bijgebleven, daarvoor was Ajax ook te sterk. En uiteraard gooiden met name Neeskens en Suurbier er af en toe een avant la lettre Afrikaanse tackle in, waarbij de overtredingen van de opponent verbleekten. Al kreeg De Nees nog wel even een koekje van eigen deeg. De beslissende goals van Rep staan nog wel scherp op mijn netvlies. De jeugdige vervanger van Swart rondde tot tweemaal toe evenzovele, perfecte assists van Cruijff (uiteraard buitenkantje rechts) koelbloedig af. De Wereldbeker was binnen. En dat moest gevierd worden.

Wij dus de stad in. We wilden naar het beruchte café Royal van tante Leen, maar eenmaal daar gearriveerd, bleken ze al met de benen buiten te hangen. Dan maar de kroeg ernaast, waar geen kip te bekennen was. Dat duurde echter niet lang. Binnen de kortste keren wisten we als erkend feestvierende zuiderlingen de zaak in beweging te zetten, stroomde de kroeg vol met anderen die bot vingen bij tante Leen en ging het dak eraf. Waarschijnlijk heeft de uitbater hiervóór en daarna nooit meer zo’n omzet gedraaid.

Hoe laat het is geworden? Geen flauw idee. We moesten nog wel terug in onze limousine en het kan niet anders dan dat Ties ons weer keurig in Venray of in Veldhoven heeft afgeleverd. Voor alle duidelijkheid: zijn bourgondische verschijning ten spijt, was Ties geheelonthouder. Met dien verstande dat er eerst nog wel een onverantwoord vette hap naar binnen moest worden gewerkt alvorens de thuisreis te aanvaarden.

Hoe zou het nu met Ties zijn? Ik heb ‘m na mijn Venray-tijd nooit meer gezien of gesproken. Zou hij nog leven? Nog steeds ‘in Ajax’ zijn? Nog ooit de Johan Cruijff Arena bezoeken? Johnny Rep heb ik later nog wel eens ontmoet. Die was, zeg maar, bepaald niet meer het Goudhaantje van weleer. Ook de kroeg naast tante Leen heb ik nimmer meer gefrequenteerd. Want, om maar eens een mooi Engels gezegde van stal te halen, never ruin a good story with facts.

 

Onpartijdigheid. Neutraliteit. Het lijken begrippen uit een ver verleden. Voorbehouden aan (scheids)rechters of aan landen in oorlogstijd. Wat zegt het woordenboek?
Onpartijdig: 1) Afzijdig 2) Billijk 3) Impartiaal 4) Neutraal 5) Objectief 6) Onbevangen 7) Onbevooroordeeld 8) Onzijdig 9) Oprecht 10) Rechtvaardig 11) Zonder vooroordeel.
Daar zitten nogal wat positief te duiden betekenissen bij. Waardoor de conclusie gerechtvaardigd lijkt dat onpartijdigheid een toch prijzenswaardige opstelling is.

Laat ik vooropstellen dat niemand, ook ik niet dus, volstrekt onpartijdig, objectief en zonder vooroordeel is. Iemand die dat wel claimt, is aanmatigend en te weinig zelfkritisch. Wel doe ik daar moeite voor en streef ik ernaar om zoveel als mogelijk op die manier in het leven te staan.

Framing
Zonder de ‘ouwe lul’ te willen uithangen, heb ik sterk de indruk dat iemands onpartijdigheid vroeger veel meer werd gewaardeerd en geaccepteerd. De laatste, pak ‘m beet, twintig jaar lijkt daar veel minder sprake van te zijn, laat staan dat iemand zich überhaupt voor kan stellen dat je neutraal, onpartijdig en onbevooroordeeld bent. Of het nu om politieke, maatschappelijke kwesties gaat of om sportieve issues, zoals bijvoorbeeld iemands positionering als voetballiefhebber – een discussie op een van deze gebieden loopt steevast uit op aantijgingen dat jouw mening is ingegeven door iets of iemand waar je voor of tegen bent. En dat je dus tot een bepaalde groepering, stroming of club behoort. Het feit dat je beweert onpartijdig te zijn alleen al roept ongeloof en verdachtmaking op. Net zoals deugen ineens geen visitekaartje meer is, maar kennelijk moet worden geschaard onder de verderfelijke karaktertrekken.

Heb je kritiek op Trump, dan vind je alles goed wat Obama deed en wat de democraten willen. Maak je je zorgen over het klimaat, dan ben je een deugmens – of gutmensch – en ben je dus blind voor de economie en de boeren. Hekel je Baudet of Wilders, dan ben je links en een Klaver-adept. Maak je een grap over Ajax, dan ben je vast en zeker een Feyenoorder of een PSV’er. Kom je uit het zuiden, zelfs uit (de regio) Eindhoven, dan móet je wel voor PSV zijn.

In het hedendaagse jargon, dat blijkbaar niet om het Engels heen kan, heet dat framing. En wie niet over zijn schuttinkje heen kan kijken, zit in een bubbel. En gaat er vanzelfsprekend, maar vooral gemakshalve, vanuit dat de opponent eveneens in een bubbel zit, dus zich ook bezondigt aan framing. Waardoor de wereld lekker overzichtelijk blijft, men niet al teveel hoeft na te denken en dus verder geen moeite meer hoeft te doen om zich te verdiepen in een ander persoon of standpunt. Reacties worden automatismen en verlopen volgens vaste patronen. Overigens wordt de bubbel hier door De Correspondent vakkundig doorgeprikt.

Social media
Natuurlijk is dit van alle tijden, maar onder invloed van social media breidt zich dit uit als een olievlek – of, actueler, als een virus – en komt alles onder een vergrootglas te liggen. Mensen waarmee je zonder het bestaan van social media nooit een woord zou wisselen, mengen zich in een discussie en spelen binnen de kortste keren op de man met interpretaties alsof ze jou al jarenlang kennen. Dat is dan nog tot daaraan toe – het wordt pas echt vervelend wanneer je in discussie raakt met mensen die je wel kent of die je in bepaalde andere situaties hebt meegemaakt. Die situaties waren dan doorgaans functioneel van aard en leverden daardoor ook geen enkel probleem op.

Maar net zoals je met personen waarmee je gezellig sport of op stap gaat, beter niet dieper in kunt gaan op politieke, maatschappelijke kwesties om de lieve vrede te bewaren, zo geldt dat ook en vooral voor social media. Het probleem is dat dit nauwelijks tot niet te vermijden is, tenzij je je helemaal afzijdig houdt van social media natuurlijk. Dat is niet het geval, dus word ik nogal eens onaangenaam verrast door zowel de inhoud als de toonzetting van een bericht van iemand waarmee ik een goede band denk te hebben of die ik in ieder geval anders had ingeschat.

Mijn reacties weer daarop vallen meestal dood als vet in een glas bier. Ze stuiten meestentijds op een muur van onbegrip omdat mijn ‘opponent’ zich niet kan of wil voorstellen dat mijn mening niet voortkomt uit partijdigheid of voorkeur voor een bepaalde politieke kleur, groepering of persoon, dan wel voor een bepaalde voetbalclub. Waardoor inhoud en argumenten vastlopen op een ondoordringbaar woud van bevooroordeelde begroeiing.

Tentoonstelling ‘Taboe of niet?’

Taboe
Waarom toch is onpartijdigheid verworden tot een verdacht begrip, tot een schier onmogelijk bestaand fenomeen? Voor een gedeelte is dat volgens mij verklaarbaar door luiheid en onverschilligheid, maar toch vooral ook door angst, onzekerheid. Men wil ergens bij horen, heeft een bepaalde overtuiging en wil niet dat dit wordt ondermijnd door andere personen, groeperingen en inzichten. Het lijkt wel of er een taboe rust op inhoud; de toon en vorm domineren het ‘debat’. Een taboe op een op zichzelf staande mening, zonder politieke of dubbele agenda. Een taboe op authenticiteit, op onafhankelijkheid.

Binnen de eigen bubbel voelt men zich veilig en geaccepteerd, alles wat daarbuiten valt en daarvan afwijkt, wordt gewantrouwd, want vormt een bedreiging voor het gevoel van zekerheid en veiligheid, misschien zelfs wel saamhorigheid. En wie het zo belangrijk vindt om tot een groep of beweging te behoren, en daar zijn zekerheid aan ontleent, gaat er ervan uit dat iemand met een afwijkende mening op identieke wijze deel uitmaakt van een bubbel. Omdat hij zich simpelweg niet kan voorstellen dat iemand anders daar geen of veel minder behoefte aan heeft; dat een ander meer zelfstandig en eigenzinnig tegen de wereld aankijkt.

Het is een min of meer begrijpelijke, maar daarom niet minder te betreuren ontwikkeling. Het maakt de onderlinge verstandhouding er niet beter, zeker niet prettiger op. En het verhoogt geenszins de kwaliteit van discussies, maar versterkt daarentegen wel het onbegrip en de onverdraagzaamheid. Het verengt en verarmt de argumentatie, doet de denkbeelden en standpunten verstarren.

Is er nog hoop voor de onpartijdige, neutrale medemens? Het stuwmeer van meningen, aantijgingen en verwijten over en weer omtrent de coronacrisis belooft weinig goeds in dit opzicht. Een land met 17 miljoen bondscoaches en virologen op dat ene kleine stukje aarde is natuurlijk ook een ideale voedingsbodem voor onderling gehakketak en gekissebis. Tegelijkertijd zijn we wel nog steeds het onaantastbare, ongeëvenaarde poldermodel van en misschien wel voor de hele wereld. En dat geeft deze eigenzinnige burger toch ook weer moed. Lang leve de onpartijdigheid!

Coronaweeën

Nooit gedacht nog ooit met een lockdown te maken te krijgen. Sterker, tot aan begin dit jaar kende ik zelfs het hele woord niet. Ook al omdat ik allergisch ben voor de onstuitbare rush van Engelse termen in ons taalgebruik. Rush komt uit de sport, dus dat mag dan weer.

Inmiddels nemen we lockdown in de mond als ware het borstvoeding en tikken het in alsof het deel uitmaakt van het aap-noot-mies-leesplankje. Beschouwen we het woord nader, dan valt er nog wel het een en ander op aan te merken. Letterlijk vertaald is het sluit neer, of neersluiting. Dat kennen wij niet. Of het moet zijn dat nogal wat mensen zich niet neerleggen bij de sluiting. Lockup, opsluiting, zou dat niet een betere term zijn geweest? Daar staat weer tegenover dat – wil je de talloze opgevoerde en zelfverklaarde ‘deskundigen’ geloven – menigeen lijdt aan een modern lockdown-syndroom. Dus niet zij die Down zijn van of met Johnny, maar degenen die neerslachtigheid ervaren door de lockup. Zelfs depressie (geen economische) wordt niet geschuwd. Zo bekeken, is lockdown een selffulfilling prophecy. Zó allergisch ben ik dus ook weer niet…


undefined

Tot zover de luchtige toon en de voor mij nu eenmaal onweerstaanbare woordspeelsheid. Want wat kan ik me storen aan de schier onvermijdelijk repeterende geluiden rondom het corona-vraagstuk en de maatregelen en gevolgen die hieruit zijn voortgevloeid! Laat ik vooropstellen dat ik een verklaard voorstander ben van de Nederlandse aanpak, detailkritiek daargelaten. En in aanmerking genomen dat dat men qua voorraad beschermings- en testmateriaal ervoor had moeten zorgen dat we beter voorbereid waren op een pandemie als deze, gelet op de voorgeschiedenis. Maar verder mogen we ons gezegend achten met kwaliteitswetenschappers en -medici als Jaap van Dissel, Marion Koopmans en Diederik Gommers. En dat geldt ook voor het kabinet, waarbij ik dan even buiten discussie laat dat bezuinigingen en marktwerking in de zorg door deels dezelfde bewindslieden veel schade hebben aangericht in het bijna verlopen laatste decennium.

Mijn ergernis betreft vooral de uit alle hoeken voorgestelde adviezen en ‘oplossingen’ om de lockdown eerder te versoepelen. Of zelfs op te heffen in weerwil van wat het – en daar zijn we weer – Outbreak Management Team (OMT) adviseert dan wel beslist. Of als men vindt dat het OMT dit niet snel genoeg aangeeft. Door vooral ‘ondernemend Nederland’ tot vervelens toe aangeduid met ‘de overheid geeft geen of niet voldoende perspectief’ of ‘zet geen stip aan de horizon’. Ook afkomstig van personen die vinden dat de tot dusver gekozen route (prioriteit volksgezondheid/terugdringen virus) ten koste gaat van een nóg ziekere patiënt (de steeds zwakker wordende economie). Daarbij wordt vaak de nadruk gelegd op het feit dat de jongere, economisch vitale burger onnodig lijdt onder de te grote focus op de kwetsbare oudere, improductieve medemens. Er wordt schaamteloos gesuggereerd, zelfs gepropageerd, dat die ouderen maar een stapje terug moeten doen ten faveure van de jongeren. Velen zouden daartoe bereid zijn. Waarmee en passant wordt gesuggereerd dat, zeg maar, 60-min veel belangrijker is voor de samenleving c.q. veel meer schade ondervindt van de coronamaatregelen.

Zelfs als we ervan uitgaan dat dit klopt – hetgeen ik zeer betwijfel – is het een verwerpelijk, want discriminerend plan. Hoezo solidariteitsgedachte? Hoezo wij lossen dit samen op? Nee, de zestigplussers hoeven geen respect en dankbaarheid voor het opbouwen van het land na de Tweede Wereldoorlog. Of voor het feit dat ze vrijwel allemaal minstens veertig jaar lang fulltime hebben gewerkt, omdat ze geen geld en/of tijd hadden om door te studeren. En de meesten van hen kunnen best lachen om een goede ‘ok boomer’-grap. Maar het opperen alleen al… Hoe kan men van ons verwachten, laat staan eisen, dat wij onszelf ‘ophokken’ om de economie vrij baan te geven?! Het is niet alleen vele bruggen te ver en amoreel, maar ook nog eens (excusez le mot) contraproductief.

Een aanzienlijk deel van de zestigplussers is ofwel nog aan het werk, ofwel zeer actief in het verenigingsleven, dan wel als vrijwilliger werkzaam in de zorg of het welzijnswerk. Ik durf zelfs te stellen dat de ouderen- en gehandicaptenzorg volledig in elkaar zou storten zonder deze vrijwilligers. Zelfs de ziekenhuizen zouden zwaar onthand zijn. Dat dit op zich een wrang bewijs is voor de gebrekkige organisatie van de zorg, is weer een andere discussie.

Vrijwilligerswerk als opstap naar meer - Hoornsdagblad.nl

We zijn nu zo’n twee maanden ver in het coronatijdperk en hebben zowat elke groepering die gedupeerd wordt, of zich in ieder geval gedupeerd vóelt door de beperkende maatregelen, in de media voorbij zien komen. De ene na de andere groepsvertegenwoordiger, ervarings- of anderszins deskundige waarschuwt ervoor dat de onderhavige groepering down en out dreigt te geraken als de overheid daar niet meer aandacht aan schenkt. Daarvoor krijgen ze ruim baan van onze media; van talkshow tot nieuwsrubriek, van dagblad tot de razend populaire podcast. De verantwoordelijkheid van onze media om de zich gedupeerd voelende personen tegen zichzelf te beschermen, is mijlenver te zoeken. En dan heb ik het nog niet over de luiheid en het gebrek aan creativiteit die resulteren in steeds dezelfde (soort) gasten en onderwerpen.

Want natuurlijk kan een ondernemer die denkt dat hem het water aan de lippen staat, niet relativeren als hem een microfoon onder de neus wordt geduwd. Natuurlijk wil een deskundige zich profileren en zich opwerpen voor de groepering en het vak waarvoor hij of zij heeft geleerd, als deze wordt uitgenodigd en de camera draait. En uiteraard denkt iemand van twintig jaar dat zijn of haar mensenrechten worden geschonden met twee maanden lang niet te mogen feesten en chillen. Toen ik twintig was, trok ik me ook weinig tot niets aan van het welzijn van de ouderen of van de politieke, maatschappelijke situatie. Maar dan hoef je zo’n ontstemde jongere toch nog geen podium te geven in een landelijk dagblad om dat te ventileren alsof dit een legitieme verontwaardiging is? Met bovendien het treurige gevolg dat zo’n jongmens op allerlei manieren te kakken wordt gezet op de sociale media.

Dan hoor en zie je ’s avonds ook nog eens een mee- en zich inlevende oudere als Catherine Keyl, die zegt ‘gerust haar cafébezoek te willen opofferen voor de jeugd die dat veel harder nodig heeft’ en ‘dat ze zelf toch al eindeloos in cafés en restaurants heeft gezeten’. Nou, laat ik het dan eens omdraaien: de ouderen hebben niet zo heel veel tijd meer om in de kroeg of waar dan ook hun vertier te zoeken, terwijl de jeugd nog vele jaren voor de boeg heeft om zich lam te zuipen en vol te vreten. Wat is nou twee maanden tot een halfjaar op een nog pril mensenleven in tegenstelling tot diezelfde periode op een mensenleven dat in de herfst is aanbeland?

Catherine vanaf 11.00 min.

Zonder ook maar iets te willen afdoen aan het leed en de bezorgdheid van ondernemers; aan het zeer lastige parket waarin jongeren zitten die hun energie en levenslust niet kwijt kunnen of studenten die in velerlei opzichten in de knel raken; aan artiesten, (klein)kunstenaars, acteurs en musici die hun creativiteit niet kunnen uiten en daardoor ook ernstige financiële schade lijden – we zitten allemaal in hetzelfde schuitje. We hebben geen van allen hierom gevraagd, we zijn hier geen van allen verantwoordelijk voor, maar we zijn wel gezamenlijk medeverantwoordelijk voor de wijze waarop dit moet worden opgelost. We moeten gezamenlijk de lasten dragen om te zijner tijd de lusten weer te kunnen ervaren.

Bovendien is het helemaal niet nodig om ouderen te vragen een stapje terug te doen. Zij doen dat van nature al, een enkele uitzondering zoals 50Plus daargelaten. Zij zoeken instinctief de drukte al niet meer op en blijven uit onszelf al veel vaker thuis. Dat deden ze ook al ver voor het coronatijdperk. Net zoals eenzame en neerslachtige mensen dit in de meeste gevallen ook al waren voordat de lockdown in zwang raakte. En dan heb ik het nog niet over de sociaal minder vaardigen, die juist opbloeien in deze tijd zonder de druk van sociale verplichtingen. De ambulante zorg en ondersteuning die ze toen wel of niet kregen, is tijdens deze lockdown grosso modo niet veranderd. Al geldt dat helaas niet voor de intramurale zorg om moverende redenen.

De horeca zou nu best gefaseerd en gestructureerd kunnen worden opengesteld, want jongeren zullen sowieso nauwelijks last hebben van ouderen. Dat hadden ze voorheen ook al niet. Bovendien zullen ouderen het zeker nu niet op gaan zoeken. Niet omdat het hun wordt opgelegd, maar omdat zij uit zichzelf verstandig genoeg zijn om de juiste plek (terras) of het juiste tijdstip (overdag) te kiezen. De 60-min economie bestaat dus allang als een natuurlijke ontwikkeling van de samenleving. Niet als decreet, maar uit vrije keuze.

Mensen houden afstand.

In veel meer opzichten dan we zelf beseffen, is ons leven helemaal niet zoveel anders dan in het pre-coronatijdperk. Ook de jongeren die zich nu ernstig in hun vrijheid beknot voelen, zaten voorheen al uren binnen met en op hun telefoon te spelen en te appen.

Het zijn zware tijden en de naaste toekomst baart zorgen, zeker zolang er nog geen vaccin is gevonden. Maar het is aannemelijk en realistisch dat we hier weer bovenop zullen komen. Het is geen oorlog, bij lange na niet. Wie deze abjecte, want geheel mank gaande vergelijking maakt, moet maar eens naar de Bevrijdingsjournaals kijken die nu elke avond op tv worden uitgezonden.

Nee, mijn 60+-generatie heeft de oorlog ook niet meegemaakt. Wij zijn ons daarentegen wel heel erg bewust van de enorme invloed die deze afschuwelijke periode heeft gehad op degenen die daar wel mee werden geconfronteerd. Het woord lockdown bestond toen nog niet. In oorlog ligt namelijk alles opgesloten.

Laatdunkend

Laatdunkend, wat een prachtig woord
Zo’n woord dat mij volop bevredigt
Volstrekt uniek, ook in zijn soort
Helaas, of juist niet, schaars gebezigd

Ook erudiet qua synoniem
Neem aanmatigend, zelfgenoegzaam
Net als laatdunkend anoniem
en in gebruik uiterst behoedzaam

Je kunt het ook heel letterlijk nemen
en richten op het basketbal
Wie daar laatdunkendheid wil claimen
komt na de hoogmoed prompt ten val

Kortom, een woord o zo veelzijdig
Me dunkt, het is nog niet te laat
Klinkt ogenschijnlijk tegenstrijdig
Suggereert dat er iets anders staat

Laat betekent hierin laag
Een hoge dunk daarbij indachtig
Dan rijst bij mij meteen de vraag
Is laagdunkend niet meer waarachtig?

Neen, om de dooie donder niet!
Laatdunkend klinkt duizendmaal mooier
Iets wat je niet terstond doorziet
Kunstzinnig als een eierdooier

Qatar staat al geruime tijd, al dan niet tot eigen genoegen, in de belangstelling. Reeds vanaf de bekendmaking dat het oliestaatje het WK 2022 mag gaan organiseren, worden vraagtekens gezet bij de legitimiteit daarvan. Om praktische redenen, zoals klimaat en accommodaties; vanwege de afwezigheid van ook maar een greintje voetbalcultuur en -historie; én, niet in het minst, om principiële redenen, zoals het politieke klimaat en de dubieuze wijze waarop de mensenrechten er (niet) worden toegepast.

Naargelang er steeds meer bekend wordt over de werkwijze die is gehanteerd bij het bouwen van de stadions, is het protest aangezwollen. Er is sprake van uitbuiting van de werknemers, er zijn zelfs vele dodelijke slachtoffers gevallen. Zonder schroom durf ik hier te stellen dat er wereldwijd talloze mensen zijn, ook onder fervente voetballiefhebbers, die vinden dat dit WK in Qatar geen doorgang moet vinden. Ook durf ik zonder aarzeling te stellen dat er wereldwijd vele (sport)journalisten zijn die uiterst kritisch tegenover dit WK staan.

In Nederland hebben journalisten/columnisten als Frank Heinen (onder meer HP/De Tijd), Paul Onkenhout en Willem Vissers (de Volkskrant) en Sjoerd Mossou (AD) zich openlijk ertegen uitgesproken. Waarbij aangetekend dat Mossou zich uitspreekt tegen de Qatar-reizen van topclubs tijdens de winterstop.

Dat valt te prijzen, maar hoe invloedrijk, principieel en consistent is dit? Gaan ze ook zo ver door het demonstratief te boycotten? Heb ik gemakkelijk spreken als ik hen daarop aanspreek? Want het is toch hun werk en broodwinning? Ik kan dan wel stellen dat ikzelf, mocht het onverhoopt doorgaan, dit WK zoveel als mogelijk zal negeren en er niet naar zal kijken, maar ja.. Misschien denken jullie: nou, dat is lekker gratuit.

Zeker, het staat in geen enkele verhouding tot welk offer journalisten en anderen die uit hoofde van hun beroep daar worden verwacht, zullen moeten brengen. Toch, intimi weten dat het voor mij als zijnde hartstochtelijk voetballiefhebber en zeker geen Against Modern Football-fanaat, wel degelijk een enorme aderlating en opoffering zal zijn.

Als in mijn kielzog wereldwijd en massaal de tv-registraties worden genegeerd, betekent dat een forse derving van inkomsten voor de tv-stations en andere bedrijven die het evenement, de bonden en de spelers sponsoren.

This image has an empty alt attribute; its file name is wk-qatar-mages1.persgroep.net_.jpg

Maar mogen we van journalisten verwachten dat ze deze ongewenste situatie zonder aanzien des persoons veroordelen? Laat staan dat we eisen dat ze uit protest thuisblijven? Met het risico een ongetwijfeld lucratief verblijf aldaar te moeten ontberen, zelfs hun baan te verliezen? Het gaat natuurlijk te ver om van bijvoorbeeld Menno Pot te vragen dat-ie zijn seizoenkaart van Ajax inlevert, als zijn club inderdaad gaat overwinteren in Qatar. Het supporterschap reikt verder dan incidentele misstappen van je club, hoe ernstig de misstap ook is. Ook al omdat het passanten zijn die deze dubieuze beslissingen nemen. Maar kun je wel volstaan met je ertegen uit te spreken en het daarbij dan te laten?

Sjoerd Mossou vindt dat het niet aan individuen, maar aan instanties en organen (clubs, bonden, overheden e.d.) is om er iets aan te doen. Dit als reactie op Twitter naar aanleiding van de discussie over het verblijf van Ajax in Qatar tijdens de winterstop. Waar ook PSV haar luxe tenten dus op gaat slaan. Die leggen er zelfs geld bij, althans dat beweren ze. Daarbij heeft PSV in Rik Elfrink (ED) een clubwatcher die representatief lijkt te zijn voor de journalistieke spagaat waarin de beroepsgroep kennelijk verkeert.

Ajax, PSV en Barcelona kunnen een duidelijk signaal afgeven door af te zien van hun plannen om voor overwintering of een of andere Supercup naar Qatar af te reizen. De toch massale protesten hiertegen lijken vooralsnog aan dovemansoren gericht. Met als uitzondering FC Liverpool, hopelijk niet slechts voor de bühne. De aantrekkingskracht van het vele geld dat dit oplevert, is kennelijk vele malen sterker dan welk principe dan ook. Om ons wijs te maken dat geld hierin geen enkele rol speelt, halen de (vertegenwoordigers van de) clubs de meest ridicule motieven van stal om een verblijf in Qatar te goed te praten.

Het is wel duidelijk dat deze clubs het in ieder geval niet voor het geld hoeven te doen. De suggestie dat sportieve en praktische (accommodaties, klimaat e.d.) redenen eraan ten grondslag liggen, kan makkelijk worden gepareerd met de vaststelling dat daar voldoende alternatieven voor aanwezig zijn. Het is mij dan ook een raadsel waarom deze clubs bereid zijn om zoveel goodwill te verspelen met het vasthouden aan dit plan.

Maar is het wel zo vanzelfsprekend wat Mossou beweert? Hebben individuen niet ook hun (eigen) verantwoordelijkheid en impact? Elk protest, elke boycot, elke revolutionaire verandering is begonnen met individuen. En ook voornoemde instanties en organen bestaan uit individuen die het geheel kunnen beïnvloeden, zelfs ondermijnen. Eenlingen kunnen wel degelijk iets veranderen, iets in beweging zetten. En mogen zich niet verschuilen achter overheden en bonden. Hoe log, ouderwets, rigide, ondemocratisch zelfs, deze ook zijn en opereren, dat mag allemaal geen excuus zijn om je er bij voorbaat bij neer te leggen.

Kom me niet aan met het zwaktebod dat weerklinkt in schijnargumenten als ‘dan kun je nergens meer heen’, ‘waarom horen wij jullie niet als er – pak ‘m beet – in China, Saoedi-Arabië of Rusland wordt gevoetbald?’ en ‘waarom wel nu het Ajax is en vorig jaar niet toen PSV ging?’ Oké, mea culpa, toen hadden we ook moeten protesteren, voor zover niet toch gedaan trouwens. Maar een misdaad of wantoestand wordt toch niet minder erg omdat het in eerdere situaties niet is aangekaart?

This image has an empty alt attribute; its file name is blog-jucak-kfouri.png

Sorry Sjoerd en lotgenoten, hoezeer ik ook begrip heb voor de dilemma’s, volgens mij levert het voorzeker iets op wanneer prominente, invloedrijke individuen het voetballen in Qatar gaan boycotten. Het maakt wel degelijk indruk wanneer gerenommeerde en gerespecteerde journalisten als David Winner, Simon Kuper Juca Kfouri (vooraanstaand Braziliaans voetbaljournalist) of Gary Lineker zich sterk gaan maken om het WK alsnog te voorkomen of anders te boycotten.

Van journalisten die clubs, spelers en scheidsrechters oproepen om eindelijk eens een daad te stellen en van het veld af te lopen bij racistische uitlatingen vanuit het publiek, mag worden verwacht dat zij zelf ook een daad stellen. Beter nog een werkgever – de krant en/of uitgever – die het evenement in de ban doet. Laat de Volkskrant haar maatschappijkritische status eer aandoen met een Quit-Qatarcampagne. Alles beter dan aankomen met de drogreden dat ook iemand ter plekke moet kunnen berichten over de gang van zaken!

Nee, het zal toch echt in eerste instantie van individuen moeten komen; al is het maar om binnen hun eigen kring, geleding of instantie er aandacht voor te vragen. Ikzelf doe al het mogelijke om via de sociale media de ‘zaak’ #QuitQatar warm te houden, maar mijn mogelijkheden en reikwijdte zijn (te) beperkt. Daarom ook mijn dringende oproep aan de Vissers, Mossou’s en Onkenhouts in binnen- en buitenland om zich nóg sterker te maken voor (liefst) het afblazen of in elk geval een boycot van het WK 2022 in Qatar.

Jullie hoeven deze strijd niet alleen te voeren. Bundel de krachten. Vorm één, liefst internationaal front met collega’s die met dezelfde dilemma’s worstelen. Spoor kritische geestverwanten op, maak een gezamenlijk pamflet, schrijf een schotschrift. Daarbij moeten er toch, met goed gebruik van al die connecties, voetballers en/of andere prominenten in de voetbalwereld te vinden zijn die ook kritisch staan ten opzichte van dit evenement en deze ontwikkelingen?

Individuen, mits consciëntieus en gedreven, kunnen iets in gang zetten waardoor onrecht kan worden voorkomen. Of dat daarvoor in ieder geval de aandacht loskomt die het verdient.

Megan Rapinoe. Weinig vrouwen zijn erin geslaagd om in een rap tempo de mensheid zó te verdelen als deze zelfverklaarde, uitgesproken critica van Donald Trump en voorvechtster van het vrouwenvoetbal. Of eigenlijk moet ik het anders formuleren. Over niemand zijn de meningen momenteel zo sterk verdeeld als over Rapinoe. Want het is maar de vraag óf – en zeker in hoeverre – zij op zichzelf verantwoordelijk is voor deze tweespalt. Zegt het niet veel meer over ‘ons’, dat iemand zóveel tegenstrijdige gevoelens oproept? Is het niet vooral een teken des tijds dat de hakken in het zand worden gezet, dat er geen ruimte is voor nuance en bovenal: dat het nauwelijks over de boodschap, de inhoud gaat, maar vrijwel uitsluitend over persoon, gedrag, uiterlijk, vorm en frequentie?

Natuurlijk. Als je Trumpiaan en/of sterk nationalistisch bent, dan is het logisch dat je anti-Rapinoe bent. En als je vindt dat sport en politiek moeten worden gescheiden – hoe onmogelijk dat ook is – dan moet je niks van de ‘bemoeizieke’ Megan hebben. De crux zit ‘m echter daarin, dat velen haar boodschap op zich wel ondersteunen, maar om allerlei erbij gesleepte redenen vinden dat haar persoon c.q. de wijze waarop ze zich manifesteert, hen niet aanstaat. Te Amerikaans, te nadrukkelijk, te frequent, te aandachtsgeil, te egoïstisch, te arrogant, te …. De klassieke reflex van het focussen op de boodschapper in plaats van op de boodschap.

Natuurlijk, ook Megan is maar een mens. Ze zal zich best een beetje hebben laten meeslepen door de enorme aandacht die ze heeft gekregen. Probeer maar eens weerstand te bieden aan al die podia die je worden geboden. IJdelheid is haar niet vreemd, maar wie wel? De bottom line is, dat ze het in een sterk patriottisch, zo niet nationalistisch land, heeft aangedurfd om haar landgenoten te confronteren met de schaduwzijden, de keerzijde van Great America, een staat waarnaar Trump en aanverwanten naar terug willen keren, naar eigen zeggen. Dat ze de moed heeft om de vinger te leggen op de zere plekken die het Trump-bewind veroorzaken. En dat er een onevenredig verschil is tussen de honorering en waardering van voetballers en voetbalsters. En, niet onbelangrijk, ze deed dit al eerder, ook vóór het recente WK.

Dat ze nu te pas en te onpas in beeld komt, is vooral de ‘schuld’ van de media en van de consumenten daarvan. Neem alleen al Twitter, waarop elk bericht waarin Rapinoe figureert, wordt geretweet, becommentarieerd en gebruikt om het eigen gelijk kracht bij te zetten of dat van een ander te kapittelen. Een dynamiek die niet is af te stoppen en waaraan en waarover het onderwerp zelf allang geen bemoeienis en zeggenschap meer heeft.

Dat het hier een vrouw – en ook nog eens een lesbienne – betreft, lijkt de zaak een extra dimensie te geven. Ronaldo of Neymar die zichzelf als de beste beschouwen, worden als zelfverzekerd en kleurrijk bestempeld – Rapinoe die ‘we deserve this’ laat optekenen, wordt als arrogant en denigrerend weggezet. Over voetballers wier kapsels alle kleuren van de regenboog hebben gezien, wordt allang niet meer gegekscheerd, Megans paarse kabinetstukje werd door menigeen als te excentriek en opvallend gezien. Aandachttrekkende voetballers onderscheiden zich van de grijze massa en ideale schoonzonen, zich manifesterende voetbalsters zijn hysterisch of aandachtshoeren. Meten met meerdere maten. Selectiviteit. Stereotypering.

Och, hadden we maar een Rapinoe in het mannenvoetbal! Een sterspeler die zich durft uit te spreken. Tegen Qatar. Tegen homofobie. Tegen uitbuiting. Tegen corruptie. Ook al is het uit ijdelheid, uit aandachtsbehoefte of uit wat dan ook – als de boodschap oprecht onrecht en ongelijkheid aankaart, zal het mij worst wezen wie het is, hoe hij eruitziet en op welke wijze hij de boodschap verpakt.

Het WK vrouwenvoetbal heeft aangetoond dat de vrouwen logischerwijs voetbaltechnisch nog mijlenver van de mannen verwijderd zijn. Maar op het gebied van maatschappelijk engagement en verantwoordelijkheid liggen de vrouwen – niet in het minst dankzij Megan Rapinoe – ver voor. Waarvan akte.

%d bloggers liken dit: