
Mensen nemen zich vanalles voor en meestal in positieve zin. Dát moet je hen dan toch weer nageven. Wel is het zo dat het nagenoeg immer gaat over stoppen of minderen. Zelden hoor je dat iemand zich min of meer voorneemt ergens mee te gaan beginnen of dat men het het getal danwel de mate wil gaan opschroeven. ”Ik ga dit jaar eens beginnen met roken en wat vaker vreemd”, is toch een schaars voorkomend voornemen. Althans in hardop uitgesproken zin. Want die Gedanken sind frei, oder?
En dat is meteen het probleem van voornemens. Dat het vrijwel altijd gaat om verslavend, dwangmatig of onmatig gedrag. Gedrag waarmee je wel praktisch, maar niet of nauwelijks mentaal/geestelijk kunt stoppen. Anders gezegd: je steekt er geen meer op, maar de rook kringelt voortdurend in je neus en tussen je oren. Je stopt in woord en daad met het overspelen van en met welk lichaamsdeel dan ook, maar zet in gedachten aldoor je relatie, je terughoudendheid en je leesbaarheid op het spel. Je eet en drinkt niet meer onmatig, terwijl er geen dag voorbijgaat waarop je niet snakt naar een snack en een borrel bij een goed gesprek. Het zijn zaken die je je elk jaar weer opnieuw moet voornemen ermee te stoppen. Er zijn mensen, niet zelden van het masculiene soort, die hun partner en zichzelf ervan trachten te overtuigen dat ze, door zich zo af en toe aan hun lust of verslaving te bezondigen (zich er aan over te geven..), dat ze er daardoor feitelijk minder vaak mee bezig zijn. En zich van de weeromstuit dus ook minder overspelig, verslaafd of dwangmatig wanen en voordoen. Wie hierin iets autobiografisch meent te ontdekken, doet dat geheel voor eigen rekening. Maar je moet de dragers van dit gedachtengoed toch nageven, dat er wel iets creatiefs schuilt in dit voornemen. Al zullen vrouwen die bij de dokter komen, hier wellicht toch een andere draai aan geven…
De aanleiding van al deze overwegingen is gelegen in het voornemen van een lieve hartsvriendin van vrouwlief en toch ook een beetje van mij. Ze is in elk geval een zelfverklaarde, fervente fan en reflectante van en op mijn geschriften. Haar vaste voornemen voor dit jaar is om minder te gaan werken teneinde meer leuke dingen te kunnen gaan doen. Dan moeten we niet denken aan het obligate hobbyisme waarmee mensen schermen die min of meer stoppen met werken. Nee, ze wil de tijd en (ook in letterlijke zin) de ruimte creëren om haar vaardigheden en sociale ambities te kunnen ontwikkelen en te exploiteren.
Kijk, dat spreekt mij nou aan! In feite heb ik in mijn eigen werksituatie hetzelfde principe toegepast. Ook ik heb de tijd en de ruimte qua caseload, taken en werkzaamheden – zij het na moeizame onderhandelingen - dusdanig aangepast dat ik meer aan mijn kwaliteiten toekom en minder last heb van werkdruk als gevolg van niet-haalbare eisen en verwachtingen. Door minder te gaan werken én door een aantal taken zowel in getal als zwaarte te verminderen, ben ik juist meer gaan doen. En dus in objectieve zin harder gaan werken, maar dan wel met veel minder stress en werkdruk. In mijn geval heeft me dat wel geld gekost, maar dát is de afweging, lees het voornemen, welke ík heb gemaakt ten faveure van mijn welzijn. En dát mag ik mezelf toch weer nageven.
Het mooie van het voornemen van onze vriendin is, dat in haar geval het minder werken helemaal niet hoeft te leiden tot minder inkomen. Ze kan en wil haar vaardigheden en accommodatie te gelde maken, waardoor het spreekwoordelijke mes zijn bilaterale werk kan doen. Ze doet dingen die ze leuk vindt en het levert ook nog iets meer op dan voldoening. Een voortreffelijk voornemen, dát moeten we haar toch nageven. Wij hopen van harte dat dit voornemen niet de gebruikelijke, vroege dood sterft die het doorsnee-exemplaar van deze onversneden alibigedachte en gewetensusser ten deel valt. Maar daar is vriendin niet het type voor, ook dát moeten we haar nageven.
Nu ik nog slechts 48 werkdagen, minus vakantiedagen en feestdagencompensatie heb te gaan , moet ook ik mijn voornemen, hoe mijn tijd en ruimte in te delen, gaan concretiseren. Ook ik zal me proberen verre te houden van de illusie dat hobby’s een positieve werksituatie kunnen compenseren. En met het gemis van collega’s – hoe lastig, ergerlijk en stressbevorderend sommigen ook kunnen zijn – zal ik moeten leren leven. Want dat gemis zal onmiskenbaar en onomkeerbaar zijn. Één ding is zeker: ik sluit een akkoord met het geschreven woord. Want wie schrijft, die blijft…trouw aan zijn gegeven woord, opgewekt en blij. Dit laatste analoog aan de wet van Jong Nederland, een (Brabantse?) variant op de scouting en de padvinderij. Hadden wij destijds conform de scouting Maxima als beschermvrouwe gehad, dan ware ik als saluerend, fier rechtopstaand lid nu nóg steeds Jong Nederlander.
Een Jong Nederlander is een goed kameraad, bereid om anderen te helpen, sportief bij alles wat hij doet, trouw aan zijn gegeven woord, opgewekt en blij.
Voorwaar een voorbeeldig voornemen. Dát moeten we deze licht-militaristische, semi-nationalistische jeugdbeweging dan toch ook weer nageven.