Feeds:
Berichten
Reacties

Posts Tagged ‘Primeurs. Mazuro’

Het is een prachtige zomerdag. Zittend op mijn balkon kijk ik uit over Park Meerhoven en over de sportvelden van voetbalvereniging DBS, waarop de talloze neergestreken meeuwen zich niets aantrekken van de grasmaaiende tractoren. De wind ruist door de bomen, het is niet te warm: een in alle opzichten vredig decor. Wat wil een mens nog meer?

Maar ditzelfde vredige decor is ook op zo’n twee kilometer afstand van Eindhoven Airport, waar aanstonds de landing wordt verwacht van de twee vliegtuigen die in elk geval een gedeelte van de slachtoffers van de aanslag op de MH17 eindelijk naar huis brengen. Misschien zie ik zelfs de toestellen wel in de lucht vlak voor de landing.

Ik was eigenlijk bezig met een stuk te schrijven over Robin van Persie. Het ligt al dagen op de plank en het gaat nota bene, onder meer, over perversie. Want woordspelingen zijn mijn noodlot. Maar ik kom er niet mee verder. Wat moet ik met perversie in combinatie met voetbal als de perversiteit van het menselijke bestaan zich in al zijn gedaantes voor onze ogen afspeelt?

obs-mazuroDe misdadige gebeurtenissen, de mensonterende beelden, de menselijke gebreken en tragedies laten me niet los. Ik kijk naar de tv, luister naar de radio, lees de kranten en volg de social media. Stuur linkjes door, retweet mij welgevallige of juist schokkende berichten en meng me in discussies, vooral op Twitter. Ik vind van alles en balanceer voortdurend tussen walging, woede, medeleven, bewondering en verbijstering. Over allerlei ontwikkelingen, beelden, personen en gedragingen. Maar toch vooral over mezelf.

Het zal wel een functie hebben en ik moet mezelf ook weer niet te hard vallen, maar toch. Waarom moet ik zo nodig te pas en vooral te onpas overal op reageren? Wat schieten de nabestaanden van de slachtoffers daarmee op? Waarom moet ik zo nodig mijn gelijk halen? Wie zit er op mijn goed- dan wel afkeuring te wachten? Wil ik aantonen dat ik betrokken en deugdzaam ben? Waarom heb ik, naast wel degelijk ook waardering, ook bijgedachten bij de alom geprezen speech van Frans Timmermans? In die zin dat het hem straks geen windeieren zal leggen met het oog op zijn onmiskenbare ambities? Sorry Frans. Het zegt veel meer over mijzelf.

Waarom heb ik mijn bedenkingen bij uitlatingen van onze regeringsvertegenwoordigers en het koningshuis over het ‘hele land dat rouwt en begaan is; dat alle Nederlanders diep geschokt zijn en volop meeleven’? Wat heeft het voor zin om daar tegenin te brengen dat er altijd landgenoten zijn die er zich geen barst van aantrekken of in elk geval veel meer bezig zijn met hun eigen sores en belangen? Wie is daarbij gebaat? Waarom erger ik mij aan de obligate teksten die Willem Alexander tegenover het volk uitspreekt? Ik heb toch niks met het koningshuis, dus waar maak ik me druk over? Voor de direct betrokkenen maakt het waarschijnlijk helemaal niks uit en is het een troost dat men hoe dan ook medeleven betuigt.

Net nog vond ik het nodig om te laten weten dat het door de FIFA gekozen WK-Dream-Team een lachertje is. Over prioriteiten gesproken. Waarom moet ik zo nodig blijk geven van mijn verbijstering dat de FIFA het bestaat om uitgerekend vandaag met Poetin in Rusland de toewijzing van het WK in 2018 te vieren? Waarom heb ik nu ook ineens kritiek op het feit dat Rusland daarvoor überhaupt is aangewezen? Opportunisme en selectieve verontwaardiging ten top, iets wat ik o zo vaak anderen en andere instanties verwijt.

Nationale rouw, waarom niet? Ook al weet niemand precies wat hij ermee aan moet. Zojuist kreeg ik een mailtje van mijn tennisvereniging dat in het kader van deze nationale rouwdag het park de gehele dag gesloten is. En inderdaad, ik zou vanavond gaan tennissen. Het is onze wekelijkse tennisavond en inderdaad, ik had me er toch wel op verheugd. Alleen al als fysieke uitlaatklep van al die triviale hersenspinsels die ik hier aan u en aan mezelf toevertrouw. Dus teleurstelling. Nationale rouw, prima. Maar ten koste van mijn vaste tennisavond? Het spijt me, nabestaanden. Excuses, tennisvereniging. Mijn morele kompas en politieke correctheid hebben het inmiddels weer van mijn egocentrisme overgenomen.

En de Gazastrook dan? En Mosul? En Syrië? En…? Zojuist las ik dat er vanuit hetzelfde rampgebied door de rebellen twee Oekraïense straaljagers zijn neergeschoten. Maar net zag ik ook prachtige plaatjes van mijn kleinkinderen voorbijkomen. Stel dat zij… Ik hoorde net ‘More than words’ op de radio, een fanatiek meegezongen hit uit de beginjaren negentig tijdens onze vakantie met mijn eigen kinderen. Stel dat zij…

En nu zie ik live op tv de landing van de vliegtuigen op Eindhoven Airport, hier vlakbij. Ik ben er dus letterlijk dichtbij betrokken, maar tegelijkertijd ervaar ik ook een onoverbrugbare afstand. Ik kan er niet bij komen en heb ook niet de illusie dat ik daar ooit in zal slagen. Tenzij.. Ik moet er niet aan denken.

Sorry slachtoffers. Sorry nabestaanden. Ik ga nóg harder mijn best doen om met jullie mee te leven. En ik wens jullie oprecht alle kracht en ondersteuning toe die nodig zullen zijn om dit onbeschrijfelijke verlies – en de betreurenswaardige onbetamelijkheden die daar nog bij zijn gekomen – te verwerken.

Read Full Post »

Dat de Olympische Spelen rare dingen kunnen doen met een mens, deelnemer zowel als toeschouwer, is algemeen bekend. Het is een fenomeen op zich. Nu ik echter voor het eerst vrijwel ongelimiteerd de beelden aan mij voorbij kan laten trekken, zijnde een gepredisponeerde prepensionado, ben ik mezelf niet meer. Want uiteraard probeer ook ik zo dicht mogelijk bij mezelf te blijven. Zoals aangeraden door motivatiekunstenaars, positiviteitsgoeroes en andere modernistische charlatans. Hoe je in hemelsnaam (dichterbij) iemand anders dan jezelf kunt zijn (blijven), heeft mij nog nooit iemand kunnen uitleggen. Pathologische invloeden even daargelaten.

Maar goed, we dwalen af. De Olympiade. Het heet de Spelen, maar het wordt verondersteld sporten te zijn. Dat er in het verleden en heden heel wat spelletjes worden gespeeld die met sporten niets van doen hebben, laten we even voor wat het is. Dus we gaan niet moeilijk doen over naaktstrandballen, kleiduivenmelken en trampolinedancen. Want als er een medaille in het geding is – en dan ook nog het liefst ter meerdere eer en glorie van het vaderland – wordt om het even welk spastisch spelletje gepromoveerd tot een adembenemende sportthriller. Zouden we het normaal gesproken geen blik waardig gunnen, voor de Olympische kijker geldt kennelijk nog steeds het aloude adagium dat deelnemen in de vorm van waarnemen belangrijker is dan winnen.

De Olympische matadoren spelen ook met je ballen, je emoties en je denkpatroon. Het is wielrennen of modern football in overtreffende trap. Bewondering, ontzag en fascinatie strijden om voorrang met argwaan, afschuw en (selectieve?) verontwaardiging. Onmogelijk geachte prestaties, doelen door middel van stimulering met onvolgroeide lichaampjes, roofbouw plegende drilmethodes. Schitterende duels, ongekende veerkracht, ongebreidelde blijdschap, peilloos verdriet, bittere teleurstelling. Dit alles weergaloos in beeld gebracht. En niet te vergeten getwitterd. De Olympiade 2012 gaat nu al de geschiedenis in als de Twitter-Spelen. Met alle gevolgen van dien. Een enkeling twittert en schittert nu al door afwezigheid. Ranomi twittert en schittert door aanwezigheid, op alle fronten.

Wat chauvinisme, het vrolijke broertje van nationalisme, met een mens/volk kan doen, behoeft verder geen betoog. De Mart en tabloids schreeuwen ons dit toe. Dat het echter deze zelfverklaard realistische en relativistische zestiger zó zou ontregelen, stemt tot nader zelfonderzoek. Waarvan akte. In elk geval deze 16 dagen doen de gefraseerde, profetische woorden van de Romeinse dichter Juvenalis nog steeds opgeld: ‘Geef het volk brood en spelen’. Eigenlijk is dit al een hele sportkwakkelzomer lang zo. Waarin we, naast fikse sportieve teleurstellingen, ook nog eens de Smeetsen, Derksens, Genee’s en Jakobsen op de koop toe moeten nemen. Maar ook aangename verrassingen als de briljante turnvoice-over Hans ‘amplitude’ van Zetten en sidekick Robin van Galen, de ex-coach van de gouden waterpolovrouwen 2008. Wij moeten het hebben van genadebrood, de kruimels die de andere landen laten liggen.

En dan zijn we nog maar pas op de helft en de Spelen eigenlijk nog maar net begonnen. Als we tenminste het fanatiek atletiekpubliek moeten geloven. Maar ja, stoten en slingeren met een kogel en werpen als een speer met een schijfje zijn ook wel een discussie waard. Hoe traditioneel deze ‘sporten’ ook mogen zijn. Al met al, het blijft me ‘bedazzlen’. Ik zie nu net onze bloedeigen, hedendaagse Wilhem Tell, Rick van der Ven uit Oss, midden in de roos schieten en gevoel de spanning aan den lijve. Want er ligt weer een medaille in het verschiet. Terwijl ik, buiten het voetbal, helemaal niks met schieten heb. Sterker nog, alles wat met wapens te maken heeft als dubieus en gevaarlijk beschouw. Want dan schieten me meteen allerlei bloederige drama’s te binnen. Het is sowieso wrang en ironisch tegelijkertijd dat die ‘atleten’ al die wapens binnengesmokkeld krijgen op een evenement dat zo streng bewaakt en beveiligd heet te zijn. Ik bedoel maar, de Olympische Spelen brengen ook mijn hoofd op hol. Terwijl handboogschutter Rick van der Ven de halve finale bereikt en ons weer hoop geeft op  een medaille. Hup Holland hup!

Read Full Post »

Zoals reeds gememoreerd, de Scandinaviërs en Engelsen domineerden het toeristenstraatbeeld. En wij dan als goede derde.  Met Scandinaviërs weet ik het niet. Het zijn over het algemeen geen lachebekjes, geen spontane types. Het vreemde is dat in de voetbalwereld de Hollandse en de Scandinavische cultuur goed bij elkaar aan lijken te sluiten. De merendeels Zweedse en Deense voetballers maken ook bijna altijd een sympathieke indruk. Ik kan mij echter niet herinneren ook maar ooit een wat meer dan beleefdheidscontact te hebben gehad met een Scandinavische toerist. Toegankelijk en sociaal vaardig als wij zijn, kan dat natuurlijk niet aan ons liggen. Mijn ervaring is dat ze erg op zichzelf zijn en vaak in gezins- of nog groter verband op vakantie gaan. Dat laatste nodigt sowieso al niet uit tot internationaal, -actief en -cultureel contact.

De Britten vormen een verhaal op zich. Over ons verblijf op de Kanaaleilanden heb ik jullie al eerder bericht en het beeld van de onaantrekkelijke, potsierlijk uitgedoste en vaak uitgedijde ingezetene van Het Verenigd Koninkrijk is al eilandhoppend alleen maar versterkt. Een Engelse toerist is het vaak wanstaltige bewijs van mijn stelling dat wij niet allen gelijk geschapen zijn. Ook het verontrustende beeld van de zwaargewichtigheid neemt steeds grotere vormen aan en dan lijkt Engeland ook nog eens een dikke voorsprong te hebben. Maar ook nogal wat Scandinaviërs sloegen in dat opzicht een ‘goed’ figuur.

Het is zwaar zorgwekkend te moeten constateren dat al vanaf de vroege jeugd de vetzucht schrikbarend toeneemt. En dan zaten we nog in het voorseizoen waarin het beeld hoofdzakelijk wordt bepaald door de oudere generatie die schril en vooral schraal afsteekt bij de alsmaar uitdijende, jongere generaties tot, zeg maar, een jaar of 45.
Nu moet ik zelf, niet in het minst dankzij de smaakvolle Griekse gerechten, ook wel een beetje op gaan passen, maar toch. De toenemende omvang van de gemiddelde wereldburger is onmiskenbaar. Je kun er nauwelijks meer omheen. Dikdoenerij vormt letterlijk en figuurlijk het grootste gevaar voor welzijn en volksgezondheid. Wie hoor je tegenwoordig nog zeggen: ‘Geef mijn portie maar aan fikkie’?

Natuurlijk zag ik ook weer de nodige loookalikes. En niet de minsten! We hebben nog op het punt gestaan om Peter R. te bellen, want plots ontwaarde ik Joran van der Sloot! Twee dikke druppels water! Nota bene in het gezelschap van een blonde jongedame! Terwijl ik net op de voorpagina las dat ’s lands bekendste voornaam was gearresteerd! Het paartje zat ook nog eens in ‘ons’ hotel!
En eindelijk heb ik de naam van de band te pakken waarop ik de gehele vakantie heb zitten te broeden, steeds opgerakeld door het zien van het, weliswaar wat oudere, evenbeeld van de zanger van die band. Bart van der Weide van Racoon!

Mooie afsluiting en typering van deze vakantie: het leek tenminste ergens op. Avtío!

Read Full Post »

Noot vooraf Mazuro: van zus Dineke kreeg ik in een reactie dit prachtige gedicht van M. Vasalis toegestuurd. Op het gevaar af dat u mijn rigide rijmelarijen als gestoethaspel zult beschouwen, publiceer ik met genoegen dit evenzo hartverscheurend mooie als schrijnende poëem. Het zal vooral de zorgzamen onder ons aanspreken.

DE IDIOOT IN HET BAD

Met opgetrokken schouders, toegeknepen ogen,
haast dravend en vaak hakend in de mat,
lelijk en onbeholpen aan zusters arm gebogen,
gaat elke week de idioot naar ‘t bad.

De damp, die van het warme water slaat
maakt hem geruster: witte stoom…
En bij elk kledingstuk, dat van hem afgaat,
bevangt hem meer en meer een oud vertrouwde
droom.

De zuster laat hem in het water glijden,
hij vouwt zijn dunne armen op zijn borst,
hij zucht, als bij het lessen van zijn eerste dorst
en om zijn mond gloort langzaam aan een groot
verblijden.

Zijn zorgelijk gezicht is leeg en mooi geworden,
zijn dunne voeten staan rechtop als bleke bloemen,
zijn lange, bleke benen, die reeds licht verdorden
komen als berkenstammen door het groen opdoemen.

Hij is in dit groen water nog als ongeboren,
hij weet nog niet, dat sommige vruchten nimmer
rijpen,
hij heeft de wijsheid van het lichaam niet verloren
en hoeft de dingen van de geest niet te begrijpen,

En elke keer, dat hij uit ‘t bad gehaald wordt,
en stevig met een handdoek drooggewreven
en in zijn stijve, harde kleren wordt gesjord
stribbelt hij tegen en dan huilt hij even.

En elke week wordt hij opnieuw geboren
en wreed gescheiden van het veilig water-leven,
en elke week is hem het lot beschoren
opnieuw een bange idioot te zijn gebleven.

Read Full Post »

Zoals vermeld werd het eerste buitenhuis, dat Severinus in haar woonzorgaanbod opnam, mij in de schoot geworpen. Zeg maar gerust, als een (klein)kind. Een soort gevoel van déjà vu, een AH-Erlebnis.

– Dit behoeft al meteen enige toelichting. Hoewel Severinus zich destijds nog als stichting heilig verklaarde, zal ik gemakshalve voortaan de huidige naam bezigen. En de schrijfwijze van AH-Erlebnis heeft niets met Albert Heijn, laat staan met voetbalplaatjes te maken, maar des te meer met de man die als een rode draad door mijn en door het vrijwel gehele Severinusbestaan heeft gelopen en de finish nog steeds niet heeft bereikt. Dit even terzijde voor de ingewijden –

Ik waande en voelde mij als een vernieuwer, een pionier, een visionair eerste klas. Wij hadden een missie avant la lettre, want destijds was een missie nog gewoon een vertrek van een priester naar een arm en godverlaten land. Het overbrengen van spiegeltjes in Gods boodschappentas door een missionaris. Op zich niks mis mee, voorzover de boodschap niet de inhoud van de tas overschaduwt. Tegenwoordig heeft iedereen wel een missie (gehad). Een kleine of grote boodschap, maakt niet uit: we hebben een missie. Mag ik even doortrekken?

Maar goed, wij gingen iets nieuws doen, om wijlen Jos Staatsen nog maar eens te parafraseren. Ofschoon evenzogoed overmoedig, was ons vernieuwingsproject een langer leven beschoren dan Sport 7. En wat heet langer! Biezenkuilen 8 leeft nog steeds, al kan en mag het uiteraard geen vernieuwingsproject meer worden genoemd. Wel is de accommodatie inmiddels aan menige restyling onderworpen.

De bewoners van De Biezenkuilen, zoals de gebruikersnaam luidde, werden in het voorjaar van 1978 geselecteerd uit de bestaande populatie van Severinus. Vijf mannen en vijf vrouwen met een hoog zelfstandigheidsniveau en qua leeftijd variërend zo tussen de 18 en 30 jaar. Het begeleidingsteam bestond uit vier, min of meer ervaren full-timers, voor het eerste jaar aangevuld met een derdejaars leerling-Z-verpleegkunde. In het team zaten drie mannen en twee vrouwen, inclusief de leerling. En ik mocht me dus, bij ingebruikneming 28 jaar jong,  hoofd buitenhuis noemen. De gangbare benaming van deze functie was groepshoofd, maar wij waren naarstig van plan om in een curieuze combinatie van naïviteit en arrogantie, dus vergeefs, het groepsdenken toch op z’n minst te verdringen.

Het is van belang te weten dat de functie van groepshoofd een leidinggevende was. Zoals eerder vermeld bestond de woonstructuur uit paviljoens, onderverdeeld in groepen. De direct leidinggevenden van het groepshoofd waren het paviljoenshoofd en diens assistent(e), weet u nog? Maar hoe moest dat nou met een buitenhuis? Het was geen groep en ook geen paviljoen. Gehecht als ik was – en nog steeds ben – aan een zo groot mogelijke mate van onafhankelijkheid, ijverde ik met aanvankelijk succes voor een status aparte. De Biezenkuilen werd een op zichzelf staande woonvorm, niet gekoppeld aan een paviljoen(shoofd). En mijn direct leidinggevende was het hoofd der verpleging. Inderdaad…, de man in aanhef geassocieerd met dat AH-Erlebnis. Deze constructie ging de Severinusgeschiedenis in als een gentleman’s agreement.

Ik kon of wilde toen niet in volle omvang bevroeden dat een dergelijke uitzonderingspositie een doorn zou zijn in menig uniform en hiërarchish afgesteld oog. Hoe dat mij snel duidelijk werd, kunt u onder meer lezen in de volgende aflevering over mijn buitengewone, soms buitenissige belevenissen in buitenhuis De Biezenkuilen

Read Full Post »


Vooropgesteld: ik heb geen geld. Nochtans zult gij mij niet horen klagen, daar ik toch ook wel weer over voldoende pecunia beschik om datgene wat mij wel of niet bevalt, betaald te zetten. Evenmin heb ik verstand van geld of van economische principes en bancaire zaken. Ik ben een volbloed alfa, een zelfverklaarde bêtablokker. Van cijfers, getallen, berekeningen heb ik geen kaas gegeten en al hélemaal niet van de zogeheten financiële wereld die bestaat uit beurzen, aandelen, effecten, koersen en indexen. Ik ken alleen To The Wall Street Shuffle van 10CC. Altijd gedacht dat de AEX-index stond voor Altijd Eerst Xenofobenregister, als variant op eigen volk eerst. De beurs is voor mij nog steeds de portemonnaie die in mijn kontzak zit, beleggen doe ik mijn boterham en speculeren doe ik altijd en overal, behalve op de/mijn beurs. U kunt zich derhalve voorstellen dat ik al enige tijd nóg minder van deze wereld begrijp dan ik al deed.

Want we verkeren in een kredietcrisis. We zijn de recessie, dus de wanhoop nabij. Vreemd genoeg boeit en verwondert het mij toch enorm, zoals ik wel vaker heb met zaken die me ver te boven gaan. Het zijn de sociologische, psychologische en emotionele elementen in het wereldverbreide Monopoly-spel die mijn aandacht trekken en mijn fantasie prikkelen. Maar bovenal zijn het taalgebruik, de metaforische hype en het opmerkelijke medische jargon de triggers van mijn fascinatie voor deze massahysterie. Dat zaken als vertrouwen versus wantrouwen, rust versus paniek, verantwoord handelen versus onnodige risico’s nemen van eminent belang en invloed zijn op welke sector dan ook, dát zijn dingen die ik juist wel begrijp. En evenzeer herken en snap ik het papegaaien- en kuddegedraggehalte dat op kan treden in dit soort barre tijden.

Ik bedoel maar, Hitler was nooit zo berucht geworden zonder deze sociaaleconomische paradigma’s. Wat ik echter maar niet kan vatten, is dat een bank dreigt om te vallen en dat dit welhaast nog meer aandacht en angst genereert dan het omvallen van de Twin Towers of al die huizen en gebouwen als gevolg van oorlogsgeweld in Afghanistan, Irak en Uruzgan. Het lijkt verdomme wel of de Engelsen hun eigen Pound Zero willen creëren door bijna eigenhandig de Engelse Bank omver te stoten!! Een lokale krant kopte recent op de voorpagina: “Bloedbad op de beurs”. Ik meteen lezen welke computernerd nu weer naar het wapen had gegrepen en hoeveel dodelijke slachtoffers hij op De Amsterdamse Effectenbeurs had gemaakt. Niets van dit alles; de koersen waren weer gezakt toen iemand zijn beurs had geopend en gesloten. Nu vraag ik u!! Kan het misschien ook een pondje minder!

Maar toch, het valt niet te negeren: de financiële markt is ziek. En het is niet zomaar een verkoudheidje of een griepje, neen het is een hardnekkig virus dat moet worden bestreden met kapitale injecties, alle  doorgezakte bankinstellingen moeten aan het infuus. Met De Staat als sanatorium, Wouter Bos als geneesheer-directeur en Nout Wellink als plastisch chirurg om het bankwezen haar gezicht te laten redden. En daar staan ze weer gebroederlijk – nou ja, Noutje meer als backing vocal – op de kansel om de pers en het volk minzaam doch kredietopbouwend gerust te stellen met alwéér een aalmoes voor een wankelende bank. B(os) & W(ellink), de Burgemeester en Wethouder (waarin verschilt nou Wellink van Hekkink…) van De Staat Der Nederlanden. Over vertrouwen gesproken! De Verenigde Banken zetten hun eigen Archie, de man van (Boele) Staal in om hun gebouwen te funderen en te stutten. Het gezegde door de bank genomen, krijgt door dit alles een geheel andere betekenis…

Ach, het geeft maar weer eens aan waar we ons écht druk om maken. Goed, ik geef toe: als dit zo doorgaat kost het banen, gaan bedrijven op en ouderen aan de fles, zo las ik vandaag in de krant. Dan denk ík meteen: hoe meer er wordt gedronken, des te meer wordt er omgezet, accijns in het staatslaatje; kassa! Maar da’s dan weer te simpel geredeneerd door deze bêtablokker. Als alfabeet weet ik dan weer wel dat dit van alle tijden is; een voorspelbare golfbeweging die ontsproten is uit de misplaatste overtuiging van de jaren ’80 dat privatiseren zaligmakend is voor de economie en de kwaliteit van werk en product; dat deze neergang het resultaat is van een hoog- en overmoedige, lange staat van beleg(gen) door megalomane bankiers en financiers die ook nog eens operant werden geconditioneerd door forse bonussen. Gelukkig heb ik van schijnbare zekerheden meer verstand.

Read Full Post »

%d bloggers liken dit: