Feeds:
Berichten
Reacties

Posts Tagged ‘afhankelijkheidsrelatie’

Het is alweer geruime tijd geleden dat ik niet-kleinkindgerelateerd mijn innerlijke zielenroerselen aan dit blogske heb toevertrouwd. Niet dat ik alleen maar in de ban was – en nog steeds ben – van dat heerlijke kleine spul en van het edele voetbalspel, maar het kwam er gewoon niet van. Ook al hebben mijn vingers vaak genoeg gejeukt. Een heel enkele keer bezondigde ik mij aan een ingezonden stukje voor de krant, maar verder reageerde ik mij voornamelijk af op mijn dierbaren of op de sociale media.

Er is nu echter iets gaande dat mij er als het ware toe dwingt om uitvoeriger en (hopelijk) meer doorwrocht te reageren. Verwacht van mij geen bekentenissen en boetedoening in de heftige #MeToo-campagne. Ook al zou ik me als zodanig niet al te netjes hebben gedragen dan wel onheus bejegend zijn, dan is dit, of welk publiek platform dan ook, wel de allerlaatste plek waarop ik dat zou openbaren. Dat betekent overigens niet dat ik vind dat dit standpunt door iedereen zou moeten worden ingenomen. En ook niet dat je te allen tijde zou moeten vermijden om hetgeen jou ongewenst is aangedaan in de publiciteit te brengen. En dat dus het politiebureau c.q. de rechtbank de enige en juiste plek is om dit te vertellen en dus aangifte te doen. Uiteraard verdient dat verreweg de voorkeur en de prioriteit, maar ik kan me wel degelijk voorstellen dat je in je machteloosheid en complexe bewijsbaarheid je toevlucht elders, bijvoorbeeld in de pers, zoekt.

Daar zijn dan wat mij betreft wel een aantal voorwaarden aan verbonden. Ten eerste mag, zeker van iemand die de volwassen leeftijd heeft bereikt, worden verwacht dat je zeker van je zaak bent en dat het ook serieus misbruik, aanranding of nog erger is geweest. Dat je bij dubieuze, maar niet per se strafbare handelingen wel duidelijk hebt aangegeven dat je het ongewenst vond. Dat je er dus zelf ook geen dubbele agenda op nahield. En dat de ‘dader’ iemand is op een positie waardoor het het risico van meer slachtoffers en van recidive aanzienlijk is. Ben je overtuigd van dit alles en loop je bij de wettelijke instanties tegen een muur op van onbegrip of handelingsverlegenheid, dan is het wat mij betreft legitiem om de openbaarheid te zoeken. Waarbij je je er dan wel heel erg van bewust moet zijn welk medium je kiest en dat de zaak in de openbaarheid een geheel eigen dynamiek krijgt, die mogelijk een rechtmatige en rechtvaardige gang van zaken zal belemmeren. Zowel voor het ‘slachtoffer’ als de ‘dader’. En niet te vergeten omdat de media hun eigen commerciële motieven (lees kijkers, lezers, abonnementen) hebben.

Op het gevaar af van te worden beschuldigd van victim blaming én, toegegeven, met enige huiver voor het feit dat het daadwerkelijke slachtoffers zal afschrikken zich te uiten, moet me toch van het hart dat ik een aantal essentiële elementen in de hele discussie mis. Of dat daar in elk geval te weinig nadruk op wordt gelegd. Hoezeer het ook evident is dat er in vele gevallen sprake is van een grote afhankelijkheidsrelatie en machtspositie, is het tegelijkertijd ook evident dat die situaties vaak in stand worden gehouden. En daarvoor zijn de afhankelijken mijns inziens eveneens verantwoordelijk. Naast degenen die niet specifiek in een van beide posities zitten, maar wel degelijk op de hoogte (kunnen) zijn van de onevenredige machtsongelijkheid. Lankmoedigheid, laisser faire, gebrek aan saamhorigheid, angst, egocentriciteit, carrièrebreuk: het kennelijke onvermogen om een machtsblok te vormen tegenover een alom bekend zijnde machtsongelijkheid heeft vele vaders. In bijna alle gevallen die de laatste tijd uitgebreid in de media zijn gekomen – van Weinstein tot Spacey, van Louis C.K. tot Sepp Blatter, van Gosschalk tot zelfs Gijs van Dam (volgens Jelle Brandt Corstius tenminste) – gingen al langer geruchten, of was zelfs wijd en zijd bekend, dat ze zich misdroegen of in elk geval de grenzen van het betamelijke opzochten.

#MeToo 15169846_G

Dat deze mensen – mits ze hebben bekend of inderdaad schuldig blijken – langere tijd ongestraft hun gang konden gaan, is natuurlijk in eerste instantie en ook in hoofdzaak henzelf te verwijten. Dat echter velen, waaronder volgens mij ook menig zichzelf als slachtoffer opwerpend persoon, om voor hen moverende redenen mede deze situatie hebben gecreëerd en in stand gehouden, is tot dusver onderbelicht gebleven in deze discussie. Het kan niet anders dan dat vele niet direct betrokkenen, die echter wel op de hoogte waren van wat er speelde, kilo’s boter op hun hoofd hebben. Hen valt zeker te verwijten dat ze (potentiële) slachtoffers in de kou hebben laten staan en verzuimd hebben om hun invloed aan te wenden teneinde de ‘misbruiker’ ter verantwoording te roepen en daardoor mogelijk verder misbruik te voorkomen. Tevens zijn zij medeverantwoordelijk voor een kennelijk ontstane situatie waarin er onverantwoord sprake was van afhankelijkheid en machtsongelijkheid. Het is de hardnekkige, klassieke situatie van een zwijgende, niet direct betrokken, maar wel ingevoerde meerderheid die misstanden op hun beloop laat uit pure onverschilligheid of misplaatste neutraliteit.

Ja, ook uit eigen ervaring weet ik dat het op één lijn krijgen van meerdere personen om tegen wat dan ook in het geweer te komen een vaak frustrerende, want heilloze weg is. Velen zijn het er in de koffiekamer en in de wandelgangen wel over eens dat het er iets aan gedaan moet worden, maar als het er echt op aankomt, heeft eenieder zijn/haar eigen agenda, belang, persoonlijke afweging en alibi om zich er toch maar niet mee te bemoeien. We leven in een democratie en zijn er als de kippen bij om totalitaire regimes af te keuren, maar nemen het kennelijk op de koop toe wanneer een dergelijk monopolie of zelfs dictatoriale alleenheerschappij zich binnen onze eigen werkkring voordoet.

Maar het mag ook niet onvermeld blijven dat er ambitieuze, aankomende carrièrejagers zijn die heel ver wensen te gaan om hun doel te bereiken. En dat kan zowel in de actieve als passieve (dus toelaten en verzwijgen) sfeer liggen. Ook dat mag – en dit kan ik niet vaak genoeg benadrukken – voor degene die hierover wikt en weegt absoluut geen excuus zijn om hiervan misbruik te maken. Het werpt echter wel een ander licht op het slachtofferschap. Het geeft eens te meer de complexiteit aan van de #MeToo-discussie in het algemeen en van (vermeend) seksueel misbruik in het bijzonder.

Dat nu alle vormen – van onwelgevallige tot aan ronduit verwerpelijke en strafbare handelingen – op één hoop worden gegooid is een onmiskenbaar en onvermijdbaar, maar ook betreurens- en afkeurenswaardig uitvloeisel van onze mediamaatschappij. Dat daarbij ‘daders’ zonder enig(e) bewijs en vorm van proces aan de schandpaal worden genageld, is een uiterst kwalijke zaak, die ook geen recht doet aan de werkelijke slachtoffers. Het zwaard van #MeToo komt meedogenloos en onomkeerbaar neer op al degenen die nu publiekelijk worden aangeklaagd zonder aanzien des persoons en ernst van delict. Anders gezegd: het zijn niet de aard en zwaarte van het ‘misbruik’ die het vonnis bepalen, maar de massaliteit en de kracht van de publiciteitscampagne.

Het spreekt vanzelf dat we ontkennende ‘daders’ niet onvoorwaardelijk moeten geloven, maar dat geldt evenzeer voor ‘slachtoffers’, zeker waar het zaken van langer geleden betreft. Niets is zo bedrieglijk en selectief als het geheugen.

Wil men, kortom, de #MeToo-discussie serieus nemen, dan dienen zowel de ‘daders’ als de ‘slachtoffers’ serieus te worden genomen. Dan moeten beide direct betrokken partijen toerekeningsvatbaar worden verklaard, dus verantwoordelijk kunnen worden gesteld voor hun doen en laten. Schuldig bevonden daders dienen te worden veroordeeld, waarbij ook zoveel als mogelijk moet worden voorkomen dat ze nog meer slachtoffers maken. Het serieus nemen van ‘slachtoffers’ mag zich mijns inziens niet beperken tot het klakkeloos geloven, maar zou zich verder uit moeten strekken tot het analyseren van hun doen en vooral laten. Dat houdt in zonder verwijt en schuldvraag proberen te achterhalen wat de beweegredenen waren om het toe te laten of om ondanks dwang of geweld geen aangifte te doen; om er pas later mee voor de dag te komen en waarom juist dan, enzovoorts.

Pas als beginnende carrièremakers zich ervan bewust zijn dat ze zich wel degelijk te weer kunnen stellen, dat hun integriteit belangrijker is dan hun carrière, sterker nog: dat juist hun integriteit hen verder helpt in hun leven en hun loopbaan, dan pas zal hun afhankelijkheidspositie verbeteren en zullen er veel minder ‘daders’ en dus ‘slachtoffers’ zijn. Maar dat kan alleen worden bereikt met behulp van de derde, niet direct betrokken, maar wel degelijk medeverantwoordelijke partij: de collega’s, de omstanders, de toekijkers. Zolang die blijven volharden in hun passiviteit en zich slechts beperken tot medeleven en morele, vaak selectieve, verontwaardiging achteraf, zullen (potentiële) slachtoffers machteloosheid blijven ervaren en zal de #MeToo-campagne, naast het wel degelijk aanwijsbaar nuttige effect, het bijkomende imago van een opportunistische heksenjacht niet van zich af kunnen schudden. Waarvan akte.

Ps. Waar ik ‘daders’ en ‘slachtoffers’ of  verder iets tussen aanhalingstekens zet, is dit omdat ik vind dat er zonder bewijs of bekentenis niet van daders en slachtoffers ‘gesproken’ mag worden.

Read Full Post »

%d bloggers liken dit: