Feeds:
Berichten
Reacties

Archive for the ‘1. PRIMEURS’ Category


Insiders weten dat ik een groot voetballiefhebber ben, zeg maar gerust een fanaat. Diezelfde ingewijden (kunnen inmiddels ook) weten dat ik mijn gezonde verstand en kritische geest niet door deze passie laat ondersneeuwen. Dit kunt u lezen op het onvolprezen, door oudste zoonlief bedachte, kritisch knipogende voetbalblog Voetblah, waarop ik met grosso modo gelijkgezinden minimaal wekelijks publiceer. Maar ook dit weblog getuigt van een breder belangstellende blik die, in voetbaljargon, over de bal heen kijkt. Vandaar dat ik me niet alleen geroepen, maar tevens gelegitimeerd voel om het vrijwel unaniem als complete voetbalgekte aangemerkte pandemonium rondom Ajax nader te beschouwen. En zelfs de pretentie heb om althans een poging tot verklaring te doen.

Dat ik dit op mijn eigen weblog en niet op Voetblah of via een ander sportief kanaal doe, komt voort uit een mengeling van plaatsvervangende schaamte en behoefte aan duiding als ik denk aan het segment in onze samenleving dat helemaal niks met voetbal heeft of zelfs haat. Een segment dat qua omvang en negatieve waardering zeker niet zal zijn gekrompen door de recente, onverkwikkelijke Ajax-perikelen. Onder mijn vaste lezers zijn er ongetwijfeld velen die zich onder dit segment zullen scharen.


Maar het is, zoals de titel en inleiding al aangeven, niet alleen een soort van excuus aan al degenen die (n)iets met/tegen voetbal hebben. Het beoogt ook een verklaring te zijn, misschien zelfs wel een legitimatie,  voor gebeurtenissen die zeker op het eerste oog en oor – met dank aan Bram Moszkovicz – abject en infaam zijn. En voor de antagonisten: dit gevoel overheerst ook bij vele protagonisten. Zoals, zeker aanvankelijk, ook bij mij. Tegelijkertijd gaan velen met een een dubbele moraal aan de haal met dit verhaal. Naar buiten toe afkeuringswaardigheid, zelfs weerzin prediken en ondertussen stiekem smullen van de sensatie.

Vooropgesteld: de overvloedige, monomane aandacht voor dit koningsdrama in optima forma ging alle perken te buiten. Dat in de sportmedia gebeurt, alla, maar ook daarbuiten was het brekend nieuws, #trending topic en niet te vermijden. Zoals dit tegenwoordig ook al usance is wanneer Oranje een EK of WK speelt. Geen enkele nieuwsrubriek durft zich te onttrekken aan deze schier automatische reflex. Tsunami’s, hongersnood en Arabische of elders gelokaliseerde lentes doen er dan even niet toe. Het volk, het kijkersvee, wil spelen en koopt geen brood voor het echte wereldleed. Zo lijken althans de nieuws/programmamakers te redeneren, maar ik geloof hier geen barst van.

Als zelfs deze zelfverklaarde voetbalfanaat al constateert dat er sprake is van overkill en een flagrante miskenning van wat óók (want het doet er wel degelijk toe) belangrijk is, dan moet het bevolkingsdeel dat het er hier minstens mee eens is aanzienlijk zijn. Het is dat altijd maar weer hautain zwijgende segment, misschien wel in de meerderheid, dat maar niet in opstand wil komen, dat het zich steeds maar weer opnieuw laat aanleunen. Ik ben zelfs geneigd te stellen, dat zijn verantwoordelijkheid niet neemt. Dat zich liever elitair, snobistisch en koket in eigen kring tegen het voetbalvolk afzet dan dat het hiertegen actief, doch genuanceerd, in het geweer komt. (Laat nou uitgerekend Youp gevolgd door Govert, terwijl ik dit in de steigers zet, een als hier bedoeld ‘wij pikken het niet langer’-signaal afgeven!)

Saillant genoeg is het nota bene Ajax zelf geweest dat het eerst in intellectuele, artistieke kringen werd omarmd. Gefascineerd door de revolutionaire ontwikkeling van Cruijff en co – die bovendien de provocatieve, anti-establishment-geur van de eindjaren ’60 en beginjaren ’70 uitwasemde – schurkte menige kunst(on)zinnige BNN’er zich tegen het Lucky Ajax-succes aan. Van de jonge Freek tot de oude Youp, van Peter R. in zowel FReddy als FeRdi tot aan wie is De Mol. Ze verwerden tot zelfbenoemde dan wel gebombardeerde voetbaldeskundigen. Als factor die heeft bijgedragen tot de buitenproportionele aandacht voor het voetbal en Ajax in het bijzonder mag dit gegeven niet worden veronachtzaamd. Alle partijen houden malkander, de media en dus ons al publiek gegijzeld in hun ongebreidelde behoefte aan aandacht, gepaard aan angst om in de vergetelheid/lage kijkcijfers te geraken.

Alle vermaledijde, onverkwikkelijke uitwassen van de Ajax-soap ten spijt, kan ik er niet genoeg van krijgen. Omdat het door te trekken is naar het leven, de maatschappij, het mens-zijn zo u wilt. In wezen is het al lang van het voetbal losgezongen. De onontwarbare medialijntjes doen de rest. Slangenkuil, achterklap, karaktermoord, hoogverraad, intriges, manipulaties, kinderachtigheid en egomaan gedrag pur sang: het heeft alle kenmerken en ingrediënten van het echte (zaken)leven en de politiek. Alleen in het voetbal en in het bijzonder bij Ajax ligt het meteen op straat, lult iedereen mee, vormt Jan en alleman zich een mening en kiest men partij. Democratie in optima forma. In het bedrijfsleven en in de politiek zijn dit soort zaken schering en inslag, maar blijft het meestal binnens/achterkamertjes. In een enkel geval wordt er jaren nadien een kamerdebat of, als je ‘geluk’ hebt, een parlementaire enquête aan gewijd. Waaruit dan de verderfelijke geur van jarenlang rottend vullis opstijgt.

Er is nóg een element dat mijn poging om dit fenomeen te verklaren legitimeert en dat is mijn leeftijd. Ik stond aan de wieg van zowel de sportieve opkomst als de huidige, bestuurlijke afgang van Ajax. Ik doorleefde zowel het fenomeen Cruijff als het unieke verschijnsel Van Gaal. Ik bewonder alsmede verwerp het doen en laten van beide opponenten. Ik ben een der logischtieken/Cruijffianen én een evanGaalist. Of beter nog, geen van beiden. In de 2e aflevering ga ik dieper in op de ontstaansgeschiedenis en het verloop van dit klassieke, o zo menselijke, (grotendeels generatie)conflict.

– Afbeelding Van Gaal/Cruijff komt van http://www.ajax.nl

– Afbeelding antagonist/protagonist is van noctriate.deviantart.com

– Afbeelding slangenkuil is afkomstig van photographyabdu.com

Read Full Post »

Sorry mensen, maar het wordt een drieluik. Geen een-tweetje, maar een driehoekje. Waarmee ik me aan dezelfde overdadigheid bezondig, waarvan ik anderen beschuldig. Het zij zo. Bovendien, het is nu en op De Toekomst wel erg rustig, al kan dat zo weer anders zijn. Hieronder dus deel II. Dit weekend nog de afronding. Zie het maar als compensatie voor het momentane schromelijke gebrek aan Ajax-informatie..


Inmiddels zitten we volgens velen alweer wekenlang opgescheept met het onwel en wee in de Ajax-gelederen. Zoals gezegd, ík smul én walg ervan. Maar dat gaat vaak samen, komt misschien wel op hetzelfde neer. Onlangs heeft zich weer een nieuw element ingevoegd: een predikant als zijnde ex-ledenraadslid spreekt vanaf de Perskansel.nl een stichtelijk woord. Onthult even wat biechtgeheimen. De Griekse Tragedie aldus transformerend in een Bijbelse Vertelling. Toen de Ajacieden zich godenzonen zijn gaan wanen, gingen ze richting hel en verdoemenis, aldus Eerwaarde Klaas Vos. Me dunkt dat hij zich toen juist geroepen voelde. En hij rept over “de criminele apostelen van Cruijff“. Jammer dat hij ‘verzuimt’ de Judas-rol toe te bedelen. Want er zijn er nogal wat die daarvoor op z’n minst auditie hebben gedaan. En dan is er binnenkort nog een Cruijff Court in het geding op uitgerekend de dag dat Ajax de Koninklijke ontmoet! Wat je noemt een wedstrijd in een wedstrijd.

Eerder maakte ik gewag van een (grotendeels) generatieconflict. De (post-)babyboomers als Cruijff-apostelen en de late generaties (NI)X, Y en Z als evanGaalisten. Uiteraard is dit een scheiding met de grove kam. Er zijn allerlei dwarsverbanden en varianten op dit twee kampen-thema en ik heb u al uiteengezet hoe ik mezelf hierin positioneer. Zoals in vrijwel elk conflict draait het hoofdzakelijk om competentie en communicatie. Om behoefte aan erkenning en bevestiging. Met een niet te onderschatten rol voor de levenspartners.

Waar het gaat om status en erkenning heeft Van Gaal de pech tegenover Cruijff te staan, wiens mythe al was gecreëerd toen Louis voetballend en coachend nog aan de weg moest timmeren. Dus moest opboksen tegen wat er al bestond en sowieso als speler onbereikbaar was. Daar zal ook geen meningsverschil over bestaan. De crux zit ‘m in de trainingsaanpak en voetbalvisie in en op De Toekomst. Door Cruijff bloedserieus, dus uiterst schertsgevoelig, verengt tot de linker- en rechterhersenhelft. Ook Van Gaal hanteert een mensenbeeld, breed uitgemeten in zijn geautoriseerde biografie. Materie waarin beiden niet thuis zijn, dus verre van zouden moeten blijven. Eigen(on)zinnigheid en betweterigheid ten top. Ook al een bijna wetmatigheid qua tweestrijd: de opponenten gelijken in vele opzichten op elkander.

Er zijn echter twee essentiële verschillen die, naar mijn inschatting, ook de kiem vormen van dit conflict. Johan heeft, anders dan Louis, geen bevestiging meer nodig; is de zucht naar roem en erkenning allang voorbij. Hoe je ook over hem denkt, Cruijffs status als voetballer én trainer is, zeker in het buitenland, onaantastbaar. Wat Louis ook doet, hoeveel prijzen hij nog binnensleept, hij zal altijd in Cruijffs schaduw staan. Ik vermoed dat beiden dit weten, maar dat Johan dit vanzelfsprekend/logisch vindt en dat Louis het als een onrechtvaardigheid beschouwt.

Een tweede cruciale factor is volgens mij dat Cruijff een geheel ander(e) gewicht en betekenis aan het begrip ruzie lijkt toe te kennen. Gewend als hij is aan de kleedkamer’discussie’-cultuur en om altijd gelijk te hebben/krijgen, lijkt hij geen last te hebben van scrupules en rancune. Ook hier weer die vanzelfsprekendheid, waardoor hij zich niet kan voorstellen dat er anders over wordt gedacht en er zich dus ook niet in kan/wil verdiepen. Cruijff heeft, zo lijkt, een geheel eigen referentiekader inzake (vermeende) conflicten.

Waar vrijwel iedereen het gevoel heeft – en dus ook die conclusie trekt – dat er van een hooglopende ruzie sprake is, daar lijkt het voor Cruijff slechts een akkefietje. Iets waar hij dus snel overheen stapt en dan ook oprecht verbaasd is als dit anders wordt ervaren. Als gebrek aan empathie bijvoorbeeld of zelfs als gewetenloosheid. Voor zover dan – en zolang – de bal in het geding is, hoe ver dit attribuut in deze kwestie ook uit het zicht lijkt te zijn verdwenen. Want dit alles lijkt weer moeilijk verenigbaar met de man die een Foundation en University zijn naam heeft gegeven.

– Afbeelding De Toekomst komt van website nl.afcajax.wikia.com
Afbeelding Tweestrijd is afkomstig van zoom.nl
– Afbeelding Referentiekader is van uitdaging.net

Read Full Post »

Het behoeft dus geen betoog dat wanneer iemand als Cruijff in samenwerkingsverband wordt gebracht, de rapen binnen de kortste keren gaar zijn. Maar welbeschouwd heeft Johan nooit om dit samenwerkingsverband gevraagd. Hij wilde, zich van zijn eigenheid bewust zijnde, aan de zijlijn blijven. Werd, naar verluidt, tegen wil en dank lid van de RvC. (Deze foto draagt als bijschrift ‘RvC Ajax 2011 compleet’. Heb geen enkele foto van de RvC mét Cruijff kunnen vinden). Maar het was, blijkt nu onmiskenbaar, vragen om moeilijkheden. Cruijff had daar ook nooit aan moeten beginnen c.q. men had die constructie nooit moeten bedenken. Of, de paar personen die wel invloed op hem hebben, hadden hem en Ajax hiervoor moeten behoeden. Johan is ten enenmale geen bestuurder en dat weet hij zelf als geen ander.

En Van Gaal dan? Vrijwel niemand twijfelt aan ’s mans capaciteiten en aan de rol van betekenis die hij zou kunnen spelen bij dit doelmatig dolende Ajax. Ook denken velen, doch kennelijk niet de hoofdrolspelers zelf, dat hun visies vrijwel overeenkomen. Toch lijkt het uitgesloten dat ze ooit gezamenlijk zullen optrekken, alle ludieke verzoeningspogingen ten spijt. Maar alleen al het uiterst dubieuze gegeven dat Van Gaal zich op dát moment en in déze situatie met Ajax heeft ingelaten, voedt de gedachte dat Louis veeleer door ressentiment wordt gedreven dan Johan.

Wat heeft Van Gaal in hemelsnaam bezield om hieraan mee te werken?! Deze als o zo straight bekend staande en daarom door mij en menigeen zo bewonderde en als volstrekt authentiek ervaren persoonlijkheid. Wat is er in hem gevaren?! Hoe diep zit de wrok dat Louis als het ware karakterzelfmoord pleegt?! En wat te denken van de heer Ten Have cum suis?! Hoezeer Johan zijn mede-RvC-leden ook tot wanhoop heeft gedreven – dat zij überhaupt iemand buiten medeweten om van Cruijff, maar dan uitgerekend ook nog Van Gaal hebben aangesteld, kan niet anders als moreel verwerpelijk alsmede strategisch/psychologisch volkomen misplaatst worden geacht. Zo het al rechtmatig is. Een euvele daad die al het overige, al dan niet bekende gekonkel in de schaduw stelt en bovendien een louter contraproductief effect heeft.

In feite zijn alle onverkwikkelijke taferelen nadien een gevolg van deze onbegrijpelijke en in geen enkel opzicht te rechtvaardigen actie. De verontwaardiging dient zich dus enkel en alleen dáár op te richten en dit heeft feitelijk niets met de persoon of het gedrag van Cruijff of wie dan ook te maken. Dat er daarna, op zichzelf beschouwd wellicht bedenkelijke (re)acties  van Cruijff en/of diens kamp zijn gevolgd, is derhalve op z’n minst begrijpelijk, want te herleiden naar deze ene wandaad. Die door het anti-Cruijff- of pro-Van Gaal-kamp te allen tijde en in alle toonaarden zou zijn veroordeeld, als het ieder ander dan Cruijff was overkomen. Dát maakt deze kwestie zo curieus, zo losgezongen van alle redelijkheid en betamelijkheid. Zich altijd als intelligent, genuanceerd presenterende mensen die in deze affaire alle redelijkheid en nuance uit het oog verliezen omdat ze faliekant tegen dan wel vóór iemand of een uitkomst zijn. Of om van het gezeur af te wezen.

Last but definitely not least de rol van de media. Nog meer dan een generatieconflict is deze hele kwestie een mediaveldslag. Over onze huidige, vaak tot razernij wekkende mediamaatschappij schreef ik reeds naar andersoortige aanleiding.  Ons  kleinmiezerige medialandschap brengt met zich mee dat alle denkbare media zich als nieuwsaasgierigen op een en dezelfde kwestie storten. Geen enkele beheersing waar het betreft de kunst van het wegblijven, toch cruciaal in het voetbal én het schrijven (Look who’s talking..). Elke, meer zichzelf dan het onderwerp respecterende columnist doet een duit in het (vuilnis)zakje. Dat bij de rest op straat belandt, waardoor de rotzooi Napolitaanse vullisvormen aanneemt.

Wie denkt dat de ontzuiling zich vérgaand heeft voltrokken, de mediaverzuiling is nog springlevend. Overal zijn lijntjes uitgezet, eenieder heeft zijn/haar spreekbuis of ghostwriter, waardoor je niemand nog onverdacht uit de hoek ziet komen. En als je een neutrale, onafhankelijke positie wilt innemen, waarop moet je je dan in hemelsnaam baseren? Op de keeper (om toch nog een voetbalbegrip erbij te slepen) beschouwd, zijn het de media en hun afnemers die dit pandemonium hebben geopend, hun eigen dynamiek gegeven en aldus in stand houden. Zonder kijkers geen (hoe ‘jammer’ het ook zou zijn) Joep Schreuder of surrealistische beelden van het parkeerdek in de ArenA en zonder lezers geen Telegraaf of vergelijkbare (pulp)publicaties. Waarmee ik mezelf, in ‘goed’ gezelschap van miljoenen anderen, ontmasker als dé aansteker van dit lopend vuurtje.

Och, je mag een voetbalhater zijn of allergisch voor Ajax – deze affaire heeft alles in zich van menselijk falen en dwalen dat zich in alle geledingen van de hedendaagse (media)maatschappij afspeelt. Dat verklaart én legitimeert de massale aandacht met alle weerzin, gekte en overkill van dien. En het ziet ernaar uit dat de strijd nog lang niet is gestreden. Waarvan akte.


– de foto van de Napolitaanse vuilnisbelt is van hln.be

de afbeelding PULP  komt van thehurstreview.wordpress.com

Read Full Post »

Alweer veel te lang geleden publiceerde ik mijn laatste (jubileum)aflevering in dit kader. Bent u de draad kwijt, dan kunt u desgewenst hieronder uw geheugen opfrissen.

Mijn (werk)leven werd dus rondom en de jaren na het millennium in grote mate beheerst door psychosomatische wederwaardigheden. Van lieverlee – en omdat ik altijd wel een vermoeden heb gehad dat er iets mis was met mijn slaapkwaliteit – maakte ik mijn herintrede op Kempenhaeghe te Heeze. Beter gezegd: op het slaap- en waakcentrum van Kempenhaeghe. Mijn eerdere onderzoeken aldaar hadden al in die richting gewezen en tot medicamenteuze behandeling geleid, maar dat bood weinig soelaas. Ervan uitgaande dat de onderzoeksmethoden en de expertise inmiddels weer gemoderniseerd en verbeterd waren, liet ik me opnieuw registreren en analyseren.

Maar tegelijkertijd was ik zodanig tegen mijn baan en functie op Severinus/Biezenkuilen aan gaan hikken, dat ik me genoodzaakt voelde de knoop door te hakken. Door aan te geven dat ik me niet meer in staat voelde om deze functie op deze werkplek nog langer naar behoren uit te oefenen. Ik ben met doorgaans volop, soms wat minder, medewerking en begrip van ‘Severinus‘ een traject ingegaan dat uiteindelijk heeft geleid tot het gaan werken bij de GGzE. Maar dan gaan we wel erg kort door de bocht. Ik zat een poos voor een gedeelte in de ziektewet en dat andere gedeelte werd ingevuld door werkzaamheden/klusjes van uiteenlopende aard binnen Severinus. Parallel daaraan liep een soort van re-integratietraject, inclusief een zogeheten assessment. Gaandeweg groeide zowel bij mij als bij de inmiddels ex-directeur het besef dat het beter zou zijn om niet terug te keren op de Biezenkuilen en om in/met een andere werkomgeving/functie-inhoud te gaan werken.

Ik kan en wil er niet omheen dat dit alles, met name als gevolg van een moeizame relatie met mijn toenmalige direct leidinggevende/sectorhoofd, nogal wat voeten in aarde heeft gehad. Om niet te zeggen met de nodige verwikkelingen gepaard is gegaan. Laten we volstaan met mijn interpretatie dat we beiden een verschillende uitleg gaven aan de/mijn situatie. Dat rijmt zonder dat het rijmde. Gelukkig is dit op de valreep, mede door interventie van de ex-directeur en mijn voormalige sectorhoofd, toch nog redelijk goedgekomen.

Ruwweg gesteld wilde ik een meer inhoudelijke dan coördinerende/organiserende baan en wilde ik ook af van de gebrekkige, voorspelbare communicatiestructuur die nu eenmaal inherent is aan de omgang met verstandelijk beperkte mensen; de relatief hoge zelfstandigheidsgraad van de Biezenkuilen ten spijt. Dat ik er daarmee in salaris op achteruit zou gaan, was een ingecalculeerde keuze. De assessment-procedure was een belevenis op zich. Alleen al vanwege mijn ‘opgebrande’ gevoel, maar ook door alle verwikkelingen, waren mijn zelfvertrouwen en energiepeil danig gekelderd en uitgerekend in die deplorabele conditie moet je geschiktheidstesten afleggen. Daarbij heb ik – iets wat intimi niet zal verbazen – heel wat discussies gehad met de onderzoeker over de formulering van de uitkomsten en dan met name over de stelligheid waarmee zaken werden geponeerd.

Volgens mij is geen enkele testcase/assessment zaligmakend dan wel geheel objectief, waardoor het minimaal gewenst is om in de conclusies herhaaldelijk te vermelden dat ‘dit onderzoek heeft uitgewezen’ i.p.v. iets als waar en onomkeerbaar te poneren en registreren. Dat neemt overigens niet weg dat er verhelderende conclusies in waren verwerkt, waarmee ik zeker ook mijn voordeel heb gedaan. En de kernconclusie dat ik te lang op dezelfde werkplek ben blijven hangen en (dus) stil ben blijven staan in mijn (werk)ontwikkeling, daar kon zelfs ik onmogelijk omheen. Maar dit moest ik wel even kwijt.

De insteek was dat ik vooralsnog in dienst zou blijven van Severinus, maar op detacheringsbasis elders zou gaan werken. Talloze sollicitatiebrieven en -gesprekken waren het gevolg. Let wel, ik was inmiddels de 50 ruim gepasseerd en wist eigenlijk niet meer wat solliciteren was. Sowieso heb ik altijd moeite gehad om mezelf aan te prijzen/te verkopen, deels ook vanuit de ietwat arrogante instelling dat ik altijd wel ergens voor gevraagd zou worden. Dat men mijn kwaliteiten wel zou zien en dat ik die dan wel ergens zou kunnen etaleren. In zo’n sollicitatietraject word je dan snel ontnuchterd, voor zover ik dat al niet was.

Ik zal u niet lastig vallen met alle gevolgde sporen die varieerden van consulent tot vrijwilligerscoördinator, van casemanager tot ambulant begeleider. Merendeels werd ik vriendelijk te woord gestaan en weer de deur gewezen. In een enkel geval was de be- en afhandeling verre van sollicitantvriendelijk. In het bijzonder de gang van zaken rondom mijn sollicitatie naar de functie ‘Coördinator Vrijwilligerswerk’ bij de stichting ORO in Helmond was ronduit schandalig. Ofschoon alweer járen geleden word ik opnieuw hels als ik eraan terugdenk. Met name dhr. Jans(s)en, destijds aldaar hoofd p & O – vrijwel overal de kleine p van ‘personeel’ en de grote O van ‘Organisatie’ –  en de contactpersoon in deze sollicitatieprocedure, verdient een ‘eervolle’ vermelding.

Binnenkort schets ik u de verdere gang van zaken op weg naar en tijdens mijn late wissel in de herfst van mijn zorgwekkende carrière.

Ps 1. Afbeelding Assessment is van http://www.intermediair.nl

Ps 2. Afbeelding Re-integratie is van reintegratieshit.blogspot.com

Ps 3. Afbeelding Detachering is van http://www.nachtportiers.com

Read Full Post »

Links Alphonso Joseph D’Abruzzo, beter bekend als Alan Alda en waarschijnlijk nóg beter als Hawkeye Pierce uit de memorabel legendarische tv-serie M*A*S*H. Voortgekomen uit de gelijknamige speelfilm, waarin good old Donald Sutherland de rol van Arendsoog op zich nam. Alleen het grappigste personage uit de speelfilm, Radar, werd in de tv-serie door dezelfde acteur (Gary Burghoff) vertolkt.
Rechts Arnoud Boot. Hoogleraar financiële markten, wat dat ook moge betekenen. Professor, doctor, econoom en actueel tv-hoofd in crisistijden bij o.a. publiekstrekkers als DWDD en Pauw & Witteman. Er is een leeftijdsverschil van 24 jaar ten ‘voordele’ van Arnoud, die dan ook sprekend lijkt op de jonge Alan, zonder hen letterlijk op elkaar af te stemmen. Want Boot mist ten enenmale het ongeëvenaard karakteristieke stemgeluid van Hawkeye.


Hoewel Alan Alda’s verreweg grootste bekendheid aan M*A*S*H zit vastgeroest, heeft de man een conduitestaat opgebouwd om u tegen te zeggen. Het is zeer de moeite waard om voorgaande link te bekijken, maar hier zij vermeld dat een jeugdige Joseph, alias Alan, al in Amsterdam op de buis verscheen, samen met zijn vader. Zijn eerste rol was in een tv-serie die ook al in Amsterdam is opgenomen. Hij was bovendien een musical-acteur en (veel) later toneelacteur, regisseur, politiek activist en befaamd presentator van de tv-show Scientific American Frontiers. De erkenning dat er ook een leven als filmacteur na M*A*S*H bestond, kreeg hij met een Oscar-nominatie voor zijn (bij)rol in de film The Aviator. Hij speelde bovendien vele gastrollen in diverse gerenommeerde tv-series.

Evenbeeld Boot heeft uiteraard een minder glamourous curriculum vitae. Hoewel ‘droge’ wetenschappers, economen en andere bètablokkers zich meer en meer hebben ontbolsterd als de nieuwe mediamagneten. En gezien de crisistijden die we ons alsmaar aanpraten, ligt het voor de hand dat met name de financiële experts regelmatig voor de camera’s en microfoons mogen verschijnen. Arnoud Boot is, als gezegd, één van hen. Niet de eerste, maar wellicht wel de beste. Afgaande op zijn biografie althans, want ik ben nu eenmaal meer van het zogeheten alfabetweten. Als zodanig spreekt mij aan dat de hooggeleerde professor het solidariteitsbeginsel aanhangt en bovendien migratie-minded is. En vindt dat we weliswaar de nodige kansen hebben gemist, maar desondanks moeten beseffen en waarderen dat we al met al in een best land leven. En Arnoud kan het weten, want is wel vaker op de harde weg geweest, zoals wij het hier in het zonnige zuiden des vaderlands plegen uit te drukken.

Hoezeer Alan Alda en Arnoud Boot qua persoon en métier ogenschijnlijk ook mogen verschillen – wanneer je zó sprekend op elkaar gelijkt, dan móeten er welhaast persoonlijke overeenkomsten zijn. Voor wie er oog voor heeft, zijn die met enige fantasie ook wel degelijk te herkennen. Mijn taak was het om dit in evenbeeld te brengen.

Ps. ‘Stom’ toevallig schoof zojuist onze financiële marktconforme mediamagneet Arnoud Boot aan bij Buitenhof. Vergezeld van de al even vertrouwenwekkende Herman Wijffels. Ze werken samen in/aan een ‘duurzaam financieel laboratorium’, dat hoegenaamd  uiteraard een Engelse variant kent. Boot en Wijffels, de nieuwe ecologonomen. Nu nog een fatsoenlijk logo en het is slechts een kwestie van tijd dat duurzaam gelijk staat aan spaarzaam. 

Read Full Post »

De 25e, soms overbezorgde, dan weer onwelriekende, maar altijd met een beetje ketchup overgoten editie over mijn werkende wel en wee in de zorgsector. Met een openingszin die zowel mijn ietwat statige stijl als dit jubileum markeert en karakteriseert. Mijn hemel, de 25e! Dat is bijna een aflevering per werkjaar. Zeker voor wat betreft mijn Severinus/Biezenkuilen-carrière.

Want we zijn inmiddels aanbeland bij de beginjaren van de 21e eeuw. In het najaar van 2003 zou de moeder aller buitenhuizen van Severinus haar zilveren jubileum vieren. Het mijne had ik er al een paar jaar op zitten. Niet verrassend was ik nog het enige teamlid dat vanaf het begin af aan de Biezenkuilen trouw was gebleven. Ik blijf een liefde nu eenmaal een liefde lang trouw. In de ogen van menigeen was ik eraan vastgeroest. En eerlijk gezegd voelde ik zelf ook de slijtage aan den lijve beklijven. Hoewel de woonhuiscoördinator nog steeds een meewerkende leidinggevende was, draaide ik wel aanmerkelijk minder slaapdiensten. Mijn baan werd meer en meer een kantoorbaan, met dien verstande dat het in slaapdienst weekendwerken bleef bestaan. Ook nam ik regelmatig zitting in commissies en werkgroepen.

Stiekem hoopte, zeg maar gerust rekende, ik op een geschikt aanbod voor het restant van mijn Severinus-loopbaan. Want inderdaad, gevoelsmatig was ik al aan het afbouwen, aan het afscheid nemen, zonder dat ik concreet wist wat dan te doen; laat staan dat ik – modermistisch geformuleerd – proactief bezig was in dit opzicht. Hoog- en lankmoedig als ik was, speculeerde ik erop dat me wel iets in de schoot geworpen zou worden. Al dan niet vanuit mijn oude, vertrouwde buitenhuisje als basis en zo dacht ik het wel uit te kunnen zingen tot aan mijn pensioentje. Want aan voldoende vrije tijd ontbrak het niet en daarbij gebiedt de eerlijkheid me te zeggen, dat ik me ook een tijdlang rijk rekende met een mooie profvoetbalcarrière van mijn jongste zoon. Niet zozeer rijk in materiële zin, maar ik ging ervan uit dat de aantrekkelijke aspecten daarvan in de vorm van dit allemaal te volgen en mee te mogen maken, ruimschoots de sleur en groeiende weerzin omtrent mijn werk zouden compenseren.

Althans, zo redeneerde ik in aanvankelijke zin. Maar niet alleen de voetbalcarrière van zoonlief verliep anders dan verwacht, ook mijn gezondheid ging me steeds vaker en intensiever parten spelen. In hoeverre de psychische component daarin een rol speelde, blijft een kwestie van speculeren. Ongetwijfeld is het feit dat ik er steeds meer tegenaan ging hikken, een cruciale factor geweest. Het jarenlang onregelmatig werken, vooral in nacht- en slaapdiensten, gevoegd bij het te lang blijven hangen op dezelfde werkplek: al deze factoren veroorzaakten bij mij een steeds groeiende, welhaast fysieke weerzin tegen mijn werksituatie. Ik ben er dan ook van overtuigd dat een burn-out zelden voortkomt uit teveel of te hard werken, maar veeleer wordt veroorzaakt door het te lang niet (meer) op de juiste werkplek zitten c.q. door stelselmatig te worden ondervraagd en/of te weinig te worden uitgedaagd. Je kunt gerust stellen dat ik dit in hoge mate heb onderschat.

Hoe dan ook, kip of ei, in 2001 kreeg ik een fikse waarschuwing die mij nóg meer aan het denken heeft gezet en die ik uiteraard op mijn geheel eigen wijze heb beschreven. Waartoe die waarschuwing en al dat denken uiteindelijk hebben geleid, beschrijf ik in de volgende aflevering van mijn, ik besef toch wel steeds zorgwekkender wordend bestaan. Ik beloof u dan ook bij deze dat de luchtige, vrolijke noot ook dan niet zal ontbreken.

Read Full Post »

HET EINDE VAN HET HENDRIKSIAANSE TIJDPERK

Een feuilleton over mijn zorgwekkende loopbaan, dus grotendeels over Severinus Veldhoven, kan en mag niet voorbijgaan aan het recente afscheid van de sedert mensenheugenis vleesgeworden Severinus-directeur. Nu wil ik het gebruik van namen zoveel als wenselijk vermijden in mijn referaten, maar in dit verband laat ik dit principe varen. De aandachtige, maar vooral de meer ingevoerde lezer weet dat de goede man regelmatig de Mazuro-revue is gepasseerd. In allerlei bewoordingen, situaties en kwalificaties.

Ad Hendriks dus. Met pensioen, noodgedwongen op rantsoen, althans qua doen. Onlangs nam hij afscheid – tegen zijn wil, maar als een geslaagde ridder – na een levenslange carrière bij Severinus. Iets eerder begonnen dan ik, beginjaren ’70, om daarna nooit meer, zelfs niet met een andere werkgever/geefster vreemd, laat staan weg te gaan. Althans, voor zover ik weet. En als we hem dan al van polygamie mogen beschuldigen, is dat omdat Severinus zijn tweede vrouw was. Ex aequo op een, beter gezegd.

Onze kennismaking zal ik vast ooit eerder hebben beschreven, maar is té frappant om niet nog eens op te tekenen. In het jaar 1973 kon Nederland veilig gaan slapen omdat schrijver dezes toen (z)onder de wapenen was. Na een verkorte opleiding voor hospik werd ik gestationeerd in Breda. Aangezien ik dacht een permanent poliklinisch kazerneverblijf niet te zullen overleven, ging ik dagelijks per openbaar vervoer van Veldhoven naar Breda. In de eerste bus stapte ook telkens een vroegkalende, iets oudere jongeman in. Op het station Eindhoven scheidden zich dan onze wegen. Nadat ik erin was geslaagd om eervoltijds ontslag uit deze minimilitaire dienst te krijgen, ging ik begin 1974 aan de slag bij de Severinusstichting. Op mijn eerste werkdag stond ik in de badkamer van paviljoen 3, groep 4, toen de deur openging en een klein gezelschap binnentrad onder – toen al – aanvoering van mijn vaste busreiscompaan. Die dus Ad Hendriks bleek te heten. En die vanuit Eindhoven de trein naar Amsterdam nam (tot later onbegrip van Theo Maassen) om aldaar de Sociale Academie te frequenteren. U begrijpt, zoiets schept toch een band.

Dat toen voor de ambitieuzen onder ons de tijd rijp was, heb ik ook reeds uitvoerig uiteengezet. De zwakzinnigheid werd gesepareerd van de psychiatrie, de inrichtingen rezen als paddenstoelen uit de grond en de echte mannen roken hun kans in deze nog allesbehalve geëmancipeerde sector. Je kunt Ad Hendriks gevoeglijk de personificatie van dit specimen noemen. En ik zou hem onrecht aandoen wanneer ik hem alleen maar zou betichten van statuszucht en baantjesjagerij. De ambitie om de kwaliteit van de toen nog zogeheten zwakzinnigenzorg te verbeteren, mag hem zeker niet worden ontzegd. En dat hij daarin, tezamen met een op familiaire leest geschoeide vertrouwensclan, zeer wel is geslaagd, mag evenmin onvermeld blijven.

Dat daarbij onze paden, maar ook degens, zich regelmatig kruisten, is eveneens een feit dat in de hieraan voorafgaande afleveringen uitgebreid aan de orde is gekomen. Het feit dat ik minder gevoelig en geporteerd was voor/van die familiaire clan in engere zin, heeft er zeker en vast toe bijgedragen dat onze verstandhouding aan wisselende kwaliteit onderhevig is geweest. In engere zin waren we aan mekaar verbonden middels een gentlemen’s agreement over een afwijkende constructie qua organisatiestructuur. Dat dit agreement gedurende een bepaalde, minder prettige periode minder des gentlemen’s was, heb ik hier en hier uitvoerig beschreven.

Maar eind goed, al (nou ja, het meeste) goed. Ik ben als een moderne psychiatrische patiënt weer gerehabiliteerd en heb het nodige bij- en afgeleerd. Dat ik wel grotendeels dezelfde ben gebleven, kunt u hopelijk uit mijn geschriften opmaken, maar dat geldt zeker ook voor Ad Hendriks. Ter ere van zijn zilveren Severinus-jubileum mocht ik hem reeds columnistisch toespreken. Als pater familias deed ie in  figuurlijke zin wel aan gezinsuitbreiding middels de uitbouw van zowel de zorgkwaliteit als de woonaccommodatie. Daarbij, het mag niet genoeg worden benadrukt, onvoorwaardelijk gesteund door een selecte groep trouwe vazallen. Waarvan de enige voorname Veldhovenaar (maar geboren Skijndelnaar) die erin is geslaagd om bij leven en welzijn een straat én parkeergarage naar zich te laten vernoemen, een aparte vermelding verdient.

Dat deze in menig opzicht wat al te familiaire benadering niet altijd en voor iedereen een onverdeeld succes en genoegen is geweest, zal in mijn verdere beschouwingen zeker nog te berde worden gebracht. Dat laat onverlet dat de verdiensten van Ad Hendriks voor Severinus groot zijn geweest. En zoals het in een goed huwelijk betaamt, ook omgekeerd. Want wat en waar was hij geweest zonder Severinus? En als het aan hemzelf had gelegen, was de hechte relatie voortgezet. De ‘iets oudere jongeman’ van toen in de bus, blijkt nogal wat ouder in werkelijkheid, want AOW-gerechtigd. En daar wordt ie, tegen zijn zin en wil in, aan gehouden. Het zou een mooie AH-erlebnis zijn om de cirkel rond te krijgen, maar ook al hebben we nu beiden zeeën van reistijd, ik denk niet dat we nog ooit samen in de bus zullen zitten.

Een grootscheepse receptie, waarop zijn glimmende schedel door een zwarte paraplu werd beschermd tegen het licht dat over zijn glanzende carrière scheen, viel hem zwaar ten deel. Misschien dat dit sonnet tot troost heeft aangezet.
De koning heeft dan wel afstand gedaan van de troon, de geest van het Hendriksiaanse koninkrijk zal nog wel een poos rond blijven waren.

Read Full Post »

Vrijwel meteen nadat de eerste berichten over de afschuwelijke tragedie in Noorwegen doorsijpelden, buitelden de meningen, commentaren en over-en-weer-beschuldigingen over mekaar heen. Soms had men nog net het (berekenende?) fatsoen om enig medeleven met de slachtoffers en nabestaanden te betonen, om dan direct door te schakelen op de automatische piloot van duiding en analyse. Ondertussen lijken alle stellingen wel te zijn betrokken en het moet gezegd dat er naast alle holle retoriek en hersenloze oprispingen, wel degelijk doorwrochte en hout snijdende publicaties zijn verschenen. De visie van mijn favoriete columnist Bas Heijne bijvoorbeeld. Maar dit stuk is niet bedoeld om hier nog een schepje bovenop te doen. Bovendien, wie ben ik om de pretentie te hebben nog iets te kunnen toevoegen aan al die illustere opiniemakers hier te lande en ver daarbuiten?

Sowieso heb ik erg veel moeite met de automatische reflexen waarmee de journalistiek reageert op rampen en aanslagen waarbij slachtoffers vallen. Je zult maar nog levend slachtoffer of dierbare/nabestaande zijn in een onderhavige situatie. Denk aan de Studio Sport-verslaggever die naar aanleiding van de dakinstorting van het FC Twente-stadion slechts aandacht heeft voor de sportieve gevolgen van de club in kwestie, terwijl de doden nog niet zijn begraven en andere slachtoffers in het ziekenhuis vechten voor hun leven. Neem de vaste praktijk bij rampen in het buitenland, die kennelijk voorschrijft dat het belangrijkste is dat we zo snel mogelijk weten of en hoeveel landgenoten erbij betrokken zijn. Alsof een vaderlands slachtoffer erger is dan eentje van buiten de grenzen. Eigen volk eerst, hier en in het hiernamaals.

In Noorwegen zijn om en nabij 80 doden te betreuren, moeten dus honderden dierbaren van deze slachtoffers omgaan met een peilloos verdriet. Met ook andere emoties als verbijstering, agressie en haat jegens degene die hiervoor verantwoordelijk is. En dat is toch echt, althans zo ziet het ernaar uit, die ene krankzinnige geest die ervoor is opgepakt. Ik kan me niet voorstellen dat ook maar één van de aan de dood ontsnapten of nabestaanden bezig is met de achterliggende, diepere oorzaken of onderliggende voedingsbodem van deze gruweldaad.

Misschien denken de ‘opiniemakers’ dat dit hun taak en verantwoording is omdat de naast betrokkenen hier om begrijpelijke redenen niet aan toekomen. Maar ik denk dat, als ze dan toch zo graag de betrokkenen willen ondersteunen, ze zich veel beter gedeisd kunnen houden en hun stilistische gaven beter kunnen aanwenden om compassie, piëteit en (excuses voor de afgesleten term) respect met en voor de slachtoffers en de Noorse samenleving te betonen. Nu heeft het op z’n minst de geur van je gelijk halen, je profileren en positioneren over de hoofden van de zwaar getroffenen heen.

Natuurlijk moet het debat plaatsvinden en doorgaan over de multiculturele samenleving en over de standpunten die de diverse politieke en religieuze groeperingen hierover innemen en vooral hoe ze deze verwoorden. Maar eerst en vooral, of in elk geval daarnaast, moet volgens mij een discussie plaatsvinden over onze uit de hand lopende mediamaatschappij. Met meteen maar de vaststelling dat we de tijd, de techniek niet terug kunnen draaien en dus zullen moeten (leren) leven met deze maatschappij waarin het nieuws sneller is dan het geluid. En dat het bovendien ook positieve effecten heeft zoals rondom De Arabische Lente.

Toch is naar mijn stellige overtuiging dit gegeven – de oneindige mogelijkheden om je gedachtegoed te verspreiden en om na een gruweldaad aandacht te genereren – een van de belangrijkste drijfveren, zo niet hét belangrijkste motief van de (massa)moordenaars en terreurplegers van de laatste decennia. Doelbewust noem ik ook niet hun namen en plaats ik ook geen foto’s om niet in dezelfde val te trappen als de media – ik geef toe, voor een deel onontkoombaar – plegen te doen. Zoals ik ook toe moet geven dat deze verhandeling eveneens in het straatje van doelbewust gezochte media-aandacht past. Al moet ik daarbij natuurlijk enige terughoudendheid betrachten, mijn bescheiden podium indachtig.

Potentiële terroristen en aanslagplegers zijn van alle tijden en alle gezindten. Het zijn, vrijwel niemand uitgezonderd, aandachtzoekers. Wannabe-martelaren of kruisvaarders, die in de meeste gevallen slechts te stoppen zijn door een te verwachten gebrek aan publiciteit of heiligverklaring. Nu hoef je heden ten dage overal bang voor te zijn, behalve voor gebrek aan aandacht. Waar ik me heel goed voor kan stellen dat een geboren terrorist in pakweg 1975 zich toch maar gedeisd hield in het besef dat de verspreiding van zijn boodschap en bedenkelijke geur beperkt, in elk geval sterk vertraagd zou blijven/worden. Dat dit niet eenieder heeft weerhouden – en de voorbeelden kennen u en ik, zonder ze zo nodig te benoemen – is een feit, maar weerlegt daarom nog niet mijn stelling dat het anderen zal hebben weerhouden. Anderen, soortgelijke lieden die in de huidige mediamaatschappij veel sneller zullen worden getriggerd om tot actie over te gaan.

Is hier een remedie tegen? Zoals al gememoreerd kunnen we onmogelijk de moderne communicatiemiddelen, dus de mediamaatschappij,  een halt toeroepen. Maar misschien kunnen we wel de moderne communicatieCULTUUR en –STRUCTUUR doorbreken. Zou het maar één slachtoffer schelen, dan is het al de moeite waard. Laat al die politici, journalisten, columnisten, omroepen en programmamakers eens stilstaan bij hun eigen visie en werkwijze. Net zoals ze de stellingnemers op links en rechts, de pro- en anti-islam-groeperingen, plus hun boegbeelden en woordvoerders oproepen om zich te bezinnen op (de toonzetting en consequenties van) hun uitlatingen en gedachtegoed. Als dat er in eerste instantie toe zou leiden dat er meer empathie en aandacht zal zijn voor de slachtoffers en andere naast betrokkenen, dan is dat al pure winst. Waar het verder toe zal leiden, mag ik slechts hopen. Maar één ding is zeker: ook al is de dader zelf de hoogst verantwoordelijke, in tijden van gebeurtenissen als deze dient eenieder bij zichzelf te rade te gaan.

Read Full Post »

Ik heb al eerder bekend dat wij in enigerlei mate niet vrij waren van profileringsdrang. En misschien moet ik deze bekentenis wel tot mezelf beperken. Mijn wars zijn van en aversie tegen de inrichtingsvorm en -cultuur zullen hier zeker mede debet aan zijn geweest. Dat neemt evenwel niet weg dat een zekere mate van gerechtigheid en zelfs van verdienste ons zeker toekomen.

Daarbij is er bij velen een bepaalde stereotiepe, vaak met onderschatting gepaard gaande opvatting ontstaan over de ‘zwaarte’ van het werken in een buitenhuis als de Biezenkuilen. Vanwege de relatief hoge zelfstandigheidsgraad van de bewoners wordt er maar al te snel van uitgegaan dat de begeleiding een makkie is. Maar in acht genomen de sterke persoonlijkheden en moeilijke  karakters; de lang niet altijd harmonieuze, dus conflictueuze onderlinge band; de bij sommigen hardnekkige gerichtheid op de buitenwereld, met als risicofactor een grote mate van beïnvloedbaarheid: dit alles maakt(e) het werk op de Biezenkuilen weliswaar boeiend en enerverend, maar lang niet altijd even gemakkelijk. En dan laten we de bewoners met extra handicaps als zware diabetes, epilepsie en spasticiteit nog buiten beschouwing.

Ook zeker niet iedereen blijkt daarvoor geschikt. Met name jonge mensen hebben vaak moeite met de naar verhouding mondige, eigenzinnige bewoners. Ze zijn het vak ingegaan om te (ver)zorgen, mensen letterlijk te helpen en moeten nu juist een stapje terug doen, wegblijven. Het credo “Hoe minder je in direct helpende zin zelf hoeft te doen, des te beter je je werk doet”, is voor menigeen – en zeker voor een enthousiaste jongere – moeilijk te vatten en vooral lastig in de praktijk te brengen. Dat deze werkinstelling en -methode heel wat voorbereiding, anticipatiekunst, observatievermogen plus evaluatie vergen, dat leren ze hopelijk later, maar helaas velen nooit. Omdat het in de welke begeleidingszorg dan ook nu eenmaal nog steeds schering en inslag is  om te veel en te snel te (willen) helpen en in te grijpen.

Helaas staat daar weer tegenover dat in andere, overschatte zelfstandigheidssituaties, vele wel hulpbehoevenden aan hun vermeende zelfbeschikkingsrechtlot worden overgelaten. Zorg op maat: een veel gebezigde term en beleden visie. Het klinkt zo simpel en vanzelfsprekend, maar de praktijk van alledag laat vrijwel overal zien dat de plank helaas maar al te vaak wordt misgeslagen.

In de volgende editie zal ik beschrijven welke invloed al deze en ook andere facetten/factoren hadden op het reilen en zeilen van Biezenkuilen 8/69 en van mij in het bijzonder gedurende de beginjaren van deze eeuw.

Read Full Post »

Inmiddels zijn we gearriveerd aan het einde van de 20e eeuw. Mijn 25-jarig Severinus-jubileum wordt gevierd en ik loop tegen de 50. Ik werk nog steeds op Biezenkuilen 8/69, maar wordt minstens zoveel in beslag genomen door mijn voetballende zonen en alles daar omheen. In toenemende mate krijg ik te kampen met vermoeidheids- en hoofdpijnklachten. Bovendien bespeur ik bij mezelf dat ik steeds meer tegen mijn werksituatie begin aan te hikken.

De zogenaamde slaapdiensten beginnen me steeds meer op te breken, ook al kan ik deze diensten qua aantal enigszins beperken. In hoeverre dit alles ook samenhangt met en wordt beïnvloed door de alsmaar toenemende inkapseling van Biezenkuilen 8/69 – en dus ook van mijn bewegingsruimte – is moeilijk concreet vast te stellen. Maar het lijdt geen twijfel dat dit een belangrijke factor is (geweest) in het verminderen van mijn werkmotivatie, thans vaak treurig aangeduid als arbeidssatisfactie.

Vanwege de geografische ligging moest Biezenkuilen 8/69 worden toegevoegd aan de zogeheten sector Akkereind, qua locatie het vroegere ’t Honk. Daarmee kregen we/kreeg ik een ander sectorhoofd en sectoroverleg. Ik heb nimmer onder stoelen of banken gestoken dat ik/we bijzonder wel gedijde(n) onder het sectorhoofd en binnen de sector waaraan we, na een aanvangsperiode van relatieve zelfstandigheid, werden gekoppeld. Dat ik zelf inmiddels al lang tot datzelfde Severinus-meubilair behoorde, schuiven we even eronder, maar niet terzijde. Maar zowel de biotoop de Berkt als de daarbij horende personen pasten nu eenmaal beter bij mij/ons dan de meer in zichzelf gekeerde cultuur op ‘t Honk. Natuurlijk is het ook daar gaandeweg gemoderniseerd en genormaliseerd, maar de werkcultuurverschillen bleven in mijn ogen bestaan.

Nu besef ik als geen ander dat het nagenoeg ondoenlijk is om een eenmaal postgevat oordeel later bij te stellen. Anders gezegd: de mens neigt ertoe om veelal slechts oog te hebben voor hetgeen zijn oordeel bevestigt dan wel versterkt. En aangezien ook ik maar een mens ben, sluit ik niet uit dat dit heeft meegespeeld. Dan nog kwam ik, objectief beschouwd, in een wezenlijk andere werk- en overlegcultuur terecht. En niet onbelangrijk: in een totaal andere werkrelatie met mijn nieuwe leidinggevende. Alle mogelijke subjectiviteit en betrekkingswanen ervan afgetrokken, blijft altijd nog een situatie over waarin er veel minder waardering en begrip was voor de buitenhuissituatie in zijn algemeenheid en voor mijn functioneren in het bijzonder. Mijn inschatting daarvan is dat  ‘men’ vond dat ‘wij’ al lang genoeg teveel bewegingsvrijheid hadden gekregen, al veel te lang een uitzonderingspositie hadden bekleed en dat dit maar eens een halt moest worden toegeroepen.

De eerlijkheid gebiedt wel te zeggen dat Severinus volop in beweging was om de inrichtingsvorm te verlaten en middels een heus masterplan op weg was naar een revolutionaire omslag qua wonen en werken. De paviljoens werden stuk voor stuk ontmanteld, daarvoor in de plaats kwamen ‘gewone’, zij het op maat en baat  gesneden woonhuizen en het instellingsterrein werd ontsloten. Het begrip omgekeerde integratie deed zijn intrede, waarmee wordt bedoeld dat er naast en tussen de Severinus-woonhuizen particuliere woningbouw werd gepleegd. Niet de ‘abnormale’ integreert tussen de ‘normalen’, maar de ‘normale’ huist tussen de ‘abnormalen’ in. Hoofddoekjes, boerkagezinnen, toupetjes en geblondeerde bleekgezichten, vrolijk door elkaar heen dartelend. Daarmee viel inderdaad de letterlijk buitengewone(n) positie van de buitenhuizen weg. En voor mij dus ook een belangrijk deel van de specifieke affiniteit met en aantrekkelijkheid van het werken in een/dit buitenhuis.

Ps 1. Natuurlijk is alles lezens- en behartenswaardig, maar toch wil ik u in het bijzonder de linkjes onder 25-jarig jubileum en vroegere ’t Honk aanbevelen. Al is het maar op een eventueel later tijdstip. Voor wat het waard is.

Ps 2. In deze periode kom ik ook in aanraking met Kempenhaeghe vanwege mijn structurele vermoeidheids- en hoofdpijnklachten. Waaruit zal blijken dat voor mij de slaapdiensten minder relaxed uitwerken dan ze klinken.

Read Full Post »

« Newer Posts - Older Posts »

%d bloggers liken dit: