Feeds:
Berichten
Reacties

Posts Tagged ‘vakantiebelevenissen’

Zoals reeds gememoreerd, de Scandinaviërs en Engelsen domineerden het toeristenstraatbeeld. En wij dan als goede derde.  Met Scandinaviërs weet ik het niet. Het zijn over het algemeen geen lachebekjes, geen spontane types. Het vreemde is dat in de voetbalwereld de Hollandse en de Scandinavische cultuur goed bij elkaar aan lijken te sluiten. De merendeels Zweedse en Deense voetballers maken ook bijna altijd een sympathieke indruk. Ik kan mij echter niet herinneren ook maar ooit een wat meer dan beleefdheidscontact te hebben gehad met een Scandinavische toerist. Toegankelijk en sociaal vaardig als wij zijn, kan dat natuurlijk niet aan ons liggen. Mijn ervaring is dat ze erg op zichzelf zijn en vaak in gezins- of nog groter verband op vakantie gaan. Dat laatste nodigt sowieso al niet uit tot internationaal, -actief en -cultureel contact.

De Britten vormen een verhaal op zich. Over ons verblijf op de Kanaaleilanden heb ik jullie al eerder bericht en het beeld van de onaantrekkelijke, potsierlijk uitgedoste en vaak uitgedijde ingezetene van Het Verenigd Koninkrijk is al eilandhoppend alleen maar versterkt. Een Engelse toerist is het vaak wanstaltige bewijs van mijn stelling dat wij niet allen gelijk geschapen zijn. Ook het verontrustende beeld van de zwaargewichtigheid neemt steeds grotere vormen aan en dan lijkt Engeland ook nog eens een dikke voorsprong te hebben. Maar ook nogal wat Scandinaviërs sloegen in dat opzicht een ‘goed’ figuur.

Het is zwaar zorgwekkend te moeten constateren dat al vanaf de vroege jeugd de vetzucht schrikbarend toeneemt. En dan zaten we nog in het voorseizoen waarin het beeld hoofdzakelijk wordt bepaald door de oudere generatie die schril en vooral schraal afsteekt bij de alsmaar uitdijende, jongere generaties tot, zeg maar, een jaar of 45.
Nu moet ik zelf, niet in het minst dankzij de smaakvolle Griekse gerechten, ook wel een beetje op gaan passen, maar toch. De toenemende omvang van de gemiddelde wereldburger is onmiskenbaar. Je kun er nauwelijks meer omheen. Dikdoenerij vormt letterlijk en figuurlijk het grootste gevaar voor welzijn en volksgezondheid. Wie hoor je tegenwoordig nog zeggen: ‘Geef mijn portie maar aan fikkie’?

Natuurlijk zag ik ook weer de nodige loookalikes. En niet de minsten! We hebben nog op het punt gestaan om Peter R. te bellen, want plots ontwaarde ik Joran van der Sloot! Twee dikke druppels water! Nota bene in het gezelschap van een blonde jongedame! Terwijl ik net op de voorpagina las dat ’s lands bekendste voornaam was gearresteerd! Het paartje zat ook nog eens in ‘ons’ hotel!
En eindelijk heb ik de naam van de band te pakken waarop ik de gehele vakantie heb zitten te broeden, steeds opgerakeld door het zien van het, weliswaar wat oudere, evenbeeld van de zanger van die band. Bart van der Weide van Racoon!

Mooie afsluiting en typering van deze vakantie: het leek tenminste ergens op. Avtío!

Read Full Post »

Als onversneden voetballiefhebber is Mazuro uiteraard in de ban van het WK. Nee, niet zoals al die Oranje-nepfeestsupporters die mij nopen binnen te blijven om te voorkomen dat ik zinloos, maar o zo verleidelijk geweld ga gebruiken tegen de eerste de beste idioot in oranje. Nu het straatbeeld tijdens de carnaval godzijdank veel minder van de zotte is geworden, heeft dit ergerlijke pseudoplezier zich verplaatst naar de grote voetbaltoernooien. Zoals eigenlijk ook bij het zuivere, oorspronkelijke carnaval, zijn het niet de ware liefhebbers, maar de tuthola’s, de lullo’s, de sponsorende proleten en de zakenmannetjes en -trutjes die de rangen rondom de voetbalarena bevolken. Niet gehinderd door ook maar een greintje kennis van en affiniteit met onze edele voetbalsport, creëren zij het scheve beeld dat men in het buitenland heeft van de Hollandse voetbalsupporter. Mij doet het bijna verlangen naar een onvervalste hooligan. En dan het liefst eentje die al die oranje indianen, tooien en pruiken in één vloeiende beweging scalpeert. Nee, vroeger was lang niet alles beter, maar dit wel.

Onze ‘grote’ vakantie ging dit jaar naar – wie kent het niet – de Sporaden. Nou, ik dus, althans voordat we het als bestemming in overweging namen. De Sporaden bleken te bestaan uit nogal wat Griekse eilandjes, waaruit wij kozen voor het  triootje Skiathos, Skopelos en Alonissos. Wat noordelijker gelegen in de Egeïsche Zee dan de grotere trekpleisters Rhodos en Kos en laat uw kennis er maar verder op los. We hebben ons dus bezondigd aan het zogenaamde eilandhoppen. Op de 2e pinksterdag landden we op Skiathos na een vlekke-, maar allesbehalve wolkeloze vlucht vanaf Schiphol. Qua as was er gelukkig geen wolkje aan de lucht, dus wat dat betreft lag alles keurig op schema. 

Dat was op 1e pinksterdag wel even anders! Vanaf Eindhoven Airport konden we niet vliegen, vandaar de openbare reis naar Amsterdam om bij zoonlief te over’nachten’ en dan ’s morgens zeer vroeg vanaf Schiphol op te stijgen. Op zich is het, zelfs met zware koffers en bepakking, zeer wel mogelijk om even met de bus naar station Eindhoven en dan linea recta per spoor naar Schiphol te reizen. Mits alles tijdig en zoals aangekondigd vertrekt. Mits er geen stroomstoring is. Mits er geen koper(en) ploerten op het dievenspoor zijn. Mits er geen Sven Kramer (of zo u wilt Advocaat) -wissel is toegepast. Mits er dit en mits er dat.

Want van de laatste – pak’mbeet – 8 keer dat wij openbaar in vervoering hadden moeten geraken, zijn wij toch minstens 4x het spoor bijster geraakt. En zeker met bagage word je dan dubbel gepakt en gezakt. Ditmaal dwong een koperdiefstal ons al bij Den Bosch uit de trein en in de bus naar Geldermalsen te koersen. Toen met een boemeltrein naar Utrecht, alwaar we weer moesten overstappen op de trein die ons eindelijk op de plaats van bestemming bracht. We hadden nog het geluk dat we geen vliegtuig moesten halen, want dan zat je voorwaar in zak en as.

Maar genoeg geklaagd. Vanaf Skiathos bracht de ferry ons vrijwel meteen naar Skopelos, alwaar we 4 nachten zouden vertoeven op een schitterende accommodatie. Die, zoals terstond met trots werd gedemonstreerd, de vrijplaats was geweest voor de cast en crew van Mama Mia The Movie. Daarbij werden we ook nog opgeschaald omdat onze kamer bleek te zijn overboekt. En vlijde ik me ’s nachts neer op  een bed, waarin  ik me vleide met de gedachte dat Meryl Streep herself daar ook in had geslapen. Het kon niet mooier beginnen!

Skopelos bleek een prachtig, rustiek eilandje met mooie baaitjes, dorpjes en gebouwen, nog geenszins bezoedeld door massatoerisme en met een uiterst vriendelijke bevolking. Hoewel van huis uit dus enigszins sceptisch geworden, bleek het busvervoer alhier een openbaring, zodat we ons grotendeels per bus hebben verplaatst. Een busreis bood je vrijwel voortdurend fraaie doorkijkjes, schitterende uit- en vergezichten en bleek bij uitstek geschikt om een nadere bestemming voor de volgende dagen te bepalen.

Na 4 dagen voeren we met enige weemoed naar Alonissos. Een nóg rustiger oord met nóg minder toerisme, dus ook minder voorzieningen. Voor 3 nachten betrokken we hier een qua ligging en panorama sublieme accommodatie die bovendien net zeer stijlvol was gerenoveerd. Gelegen op zowat het hoogste punt van het hoofdstadje Alonissos. Dat betekende dus wel vele malen behoorlijk steil klimmen en dalen omdat de winkels en horeca zich beneden bevonden. De vroegere hoofdstad, Chora, de ‘oude stad’ genoemd, ligt op  een halfuurtje loopafstand. In 1965 is dit stadje vrijwel geheel verwoest door een aardbeving en nu nog steeds – 45 jaar na dato! – is men met de wederopbouw bezig. Een curieuze omstandigheid en gewaarwording om rond te lopen in een plaats met voor een deel door veelal buitenlanders bewoonde  (tweede) huizen; in een oord dat gedeeltelijk wordt geëxploiteerd met horeca en kitscherige ramprevenuen  en deels dus al decennia lang in opbouw en renovatie is.

Op Alonissos bleek de enige bus die het eilandje rijk was in reparatie te zijn en het zou best eens kunnen dat dit nu nog steeds het geval is. Aangezien we vooraf hadden besloten om ons tijdens deze vakantie te láten vervoeren, deden we enkele keren een beroep op taxichauffeur Pericles ter verkenning van het eiland.  Ik kan al het moois wel lyrisch gaan beschrijven, maar dat is al vele malen eerder en ook nog eens veel beter gedaan. Wie houdt van rust en natuur ondergaat hier de ideale ontspanningskuur.

De laatste week was bestemd voor Skiathos, het meest toeristische eiland van de drie. Met dus al zijn voor- en nadelen. De overgang was groot en het was zeker even wennen na die weelde van rust en voorkomendheid. Maar eenmaal ingeburgerd, bleek Skiathos toch heel wat in haar mars te hebben. Al wandelend, busreizend en varend kregen we een evenzo fraai als overzichtelijk beeld van het meest pretentieuze lid van dit Trio Hellenique. Een paar dagen korter op Skiathos, anders gezegd een wat meer evenredige verdeling qua verblijf op de drie eilanden, valt wellicht te preferen – neemt niet weg dat het een alleszins aanbevelenswaardige bestemming is.

Maar zoals u inmiddels van mij bent gewend, is een vakantie ook en vooral een ontmoeting met en observatie van andere mensen. Inlanders, buitenlanders en vaak nog de nodige vage tussenpersonen. Een beschrijving daarvan kunt u lezen in het tweede deel  van dit orakel over Griekse toestanden in het toerisme op de hiphopeilanden.

Read Full Post »

DIT LAG NOG OP DE PLANK, DUS EVEN EEN TUSSENDOORTJE. VOOR – IN ALFABETISCHE VOLGORDE – ASTRID, BEA, CARLA, ELS,  JACQUELINE, NICOLINE? NOU JA, VOOR AL DEGENEN DIE (GE)DICHTBIJ BIJ ME STAAN EN MOEILIJKE, LANGE ZINNEN LIEVER OVERSLAAN. EN VOOR DIE HEIMELIJKE FAN DIE IK,  HELAAS, NOG NIET KEN.
ALLEN ZIJN ME EVEN DIERBAAR, DUS HOPELIJK IS HET LICHT VERTIERBAAR.

Mazuro heeft er inmiddels een gewoonte van gemaakt om u kond te doen van zijn reis- en vakantiebelevenissen. Enigszins gewaagd was de bestemming onlangs het grensgebied kop Overijssel/Drenthe met als afsluiting een weekendje Katwijk. Dat laatste was ook om reden van een voetbalwedstrijd van zoonlief op zaterdag aldaar. Toevalligerwijs hadden beide locaties een hoog strenggereformeerd karakter, met natuurlijk Staphorst als reformatie in volle gratie. Niet dat we er last van hebben gehad, behoudens dan dat er meer kerken open waren dan kroegen.
Nu is het zo dat vooral Hollandse plaatsnamen mij van de weeromstuit woordoverspelerig en rijmelarijk maken. Dan passeer ik een plaatsnaambord of een richtingaanwijzer en onwillekeurig gaan de namen met me aan de haal. Ik weet, het is een afwijking, een dwangstoornis, en lang niet iedereen zit te wachten op de wrange vruchten daarvan. Welnu, die kunnen dan bij deze afhaken. Voor de rest volgt nu een woordgrap(?)dichter in optima forma. Maar wel, zoals met bijna  elke grap, mét een grote of kleine boodschap.

 

Al fietsend door het vrome Staphorst
waar men uit liefde node sap morst
omdat men ’s Heren gramschap torst
en dus niet lachen om de grap dorst

Walhalla van schijnheiligheid
het summum van langwijligheid
waar gij die onrein geilig zijt
in borstrok balein veilig vrijt

We vertoeven in het Reestdal
veel boerderij, een enkele veestal
en degene die dit leest zal
waarschijnlijk denken, dat is meestal

Van het Reestdal op naar Katwijk
boter bij vis, voorwaarde schatrijk
de visboer als Islamabad-sjeik
waar ik als door een sleutelgat kijk

Dwang tot kuisheid en godvruchtigheid
bang voor vuigheid en ontuchtigheid
hang naar vrijheid en voortvluchtigheid
verlang naar veiligheid en luchtigheid

Een vakantie zwaar gereformeerd
kerken vol gedeporteerd
klederdracht voorgesorteerd
vol ongeloof geportretteerd

 

Read Full Post »

 relaxselectrofietsseniorenfiets

 

Als zelfverklaard, vleesgeworden analyticus van en vorser naar hype- , trend- en cultuurverschijnselen liet mij deze weelderige wanstaltigheid, de overvloedigheid ten spijt, maar niet los. Afgezien van de heersende smaak en mode, leek er sprake te zijn van een structurele tekortsluiting tussen lichaam en kledingstuk. Het leek wel of elk  figuur en lichaamsdeel, op welke plek en met welke omvang  dan ook, per se in het veelal identieke kledingstuk moest worden geperst.  En dat kledingstuk was dan een kort, laag uitgesneden, fel- en veelkleurig jurkje met een hoge band die de boezem in de vaart der volkeren opstuwde. Het deed de vraag opwellen of de Britse magistratuur ontvankelijk zou zijn voor een aanklacht wegens zin(nelijk)loos opgedrongen, disproportioneel lichamelijk geweld. Wij zouden deze dresscode al snel als hoerig, ordinair en smakeloos bestempelen. Smakeloos was het vaak zondermeer, maar het werd gedragen en tentoongespreid met diezelfde vanzelfsprekendheid en natuurlijkheid als waarmee de vriendelijkheid werd geëtaleerd. Het was des te meer, soms letterlijk, in het oog springend omdat het er kennelijk ook de gewoonte is dat jongere vrouwen groepsgewijs uitgaan met een jaloersmakende onbevangenheid die de ‘smakeloosheid’ in ruime mate compenseert.

Nu is het altijd tricky om te oordelen over uiterlijk en uitdossing. Zeker als je zelf al niet moeders mooiste bent – hoewel, mijn broers en zussen in ogenschouw nemend.. – moet je daar altijd voorzichtig mee zijn. Wel heb ik een zekere reputatie qua kleedgedrag hoog te houden. Voor wat het waard is.
Wat echter, niet voor discussie vatbaar, de nodige zorgen zou moeten baren, is het angstaanjagende overgewicht van de jeugdige en al wat oudere bevolking; een gezondheidsprobleem dat  kennelijk wereldwijd, maar toch vooral in de UK duidelijk zichtbaar is. Hun toekomstbeeld moet voor henzelf des te schrijnender zijn omdat hun lijf zo fel contrasteert met de gemiddelde senior; eilandbewoner of toerist zijnde daargelaten. Want die zijn doorgaans goed in zicht  op gewicht.

Maar laat ons toch ook  nog even stilstaan bij de toeristische aantrekkingskracht van de Kanaaleilanden. Eerlijk gezegd hadden wij van Jersey en Guernsey meer verwacht. Meer idylle, meer authenticiteit, meer rust. Iets wat overigens op Guernsey vaker aanwezig was dan op Jersey. Pas op het eind van ons verblijf zijn we op het eilandje Herm geweest, alwaar geen auto’s zijn toegestaan en dat ons hart direct heeft gestolen. Achteraf bekeken hadden we er beter aan gedaan wat langer op Herm en ook nog op het iets grotere Sark te verblijven. Neemt niet weg dat het alleszins de moeite waard is om de Kanaaleilanden met een uitgebreid bezoek te vereren. Vooral op Guernsey is men erin geslaagd om het Franse savoir vivre en laisser faire in harmonie te verenigen met het Engelse cheek in tonque en gevoel voor understatement. Deze broederschap beider landen komt zelfs in de namen terug, zowel van plaatsen en straten als van personen. Het voorname komt steevast van de Engelsen en de achterkant is met de Franse slag. Bekende voetballers als Matthew Le ‘God’ Tissier en Graeme Le Saux zijn hiervan de levende voorbeelden.

Bent u een auto- of motorliefhebber, dan hebt u hier weinig tot niets te zoeken. Één keer gas geven en u hebt bij wijze van spreken het hele eiland doorkruist. Wandelen en fietsen zijn dé aangewezen activiteiten om de eilanden te verkennen en te leren waarderen. Een fiets met trapondersteuning is daarbij geen overbodige luxe – zeker als je het grootouderschap nadert – omdat je nogal eens onverwacht voor een pittige beklimming komt te staan. Wie dit kikkerlandje beu is en snel rijk wil worden, raad ik aan om er een fietsenhandel te beginnen en om de VVV, met name op Guernsey, te ondersteunen in het bewegwijzeren van de route’s. Groot voordeel: je kunt er weliswaar makkelijk verdwalen, maar bent nooit ver van ‘huis’ af.

Een echte strandcultuur lijkt men er niet te kennen, ofschoon de stranden en de temperatuur er zich zeer wel toe lenen. Maar de mooiste strand(tent)en heb je nu eenmaal in Nederland. Wel is opvallend dat  het er altijd eb lijkt te zijn, ondanks alles in (over)vloed. De inwoners hebben hun schaapjes op het droge, maar hun vissers- en plezierboten moeten zich vaak voelen als een vis op het droge. Een bezoek waard op zich is het huis waar Victor Hugo in ballingschap heeft gewoond. Dit bevindt zich op Guernsey in St. Peter’s Port. Men kan zich een miserabeler optrekje voorstellen. Slechts de muren stonden er en de Franse schrijver heeft verder alles ontworpen en ingericht. Elk vertrek een bezienswaardig kunstwerk op zich. Met een wonderschoon uitzicht! Werkelijk formidable!! Saillant detail is dat Victor blijkbaar geenszins gecharmeerd was van het feit dat zijn werk op muziek werd gezet en al hélemaal niets moest hebben van musicals. Heb ik tenminste iéts met deze grote schrijver gemeen…
Al met al toch een aanradertje dus. Voor hen die de moeite en de rust nemen om de schoonheid ervan te ontdekken. Die zich willen laven aan goed eten en drinken, maar ook het neusje bezitten om opmerkelijke sociaalculturele aspecten van het mensdom op te snuiven. Goodbye mes ami(e)s!

Read Full Post »

 kanaaleilandenIn een schuchtere poging om aan te haken bij de reisverhalen van Cees Nooteboom, wil ik jullie deelgenoot maken van onze belevenissen op de Kanaaleilanden Jersey, Guernsey en Herm. De overige twee, Sark en Alderney, hebben we niet betreden. Let wel: de beruchte Utrechtse wijk Kanaleneiland heeft niets met voornoemde eilanden te maken. In feite zijn ze, de naamgelijkenis ten spijt, elkaars tegenpolen. Voor een juiste oriëntatie zie hierboven de visiualisatie. Vorig jaar maakte ik een registratie van mijn rehabilitatie onzer Oosterburen en werden De Natie in het algemeen en Trier in het bijzonder in een bleek zonnetje gezet. Straks even naar beneden scrollen und alles wird klar. Nu dus wederom even een tussenstop, een rustpunt in het opmaken van de balans van mijn ervaringen in en met de gezondheidszorg. Een vakantie lijkt me daarvoor nog niet zo’n gekke gelegenheid.

De Kanaaleilanden liggen als vreemde eenden in het water waar Engeland en Frankrijk elkaar het meest bijten: de open verbinding van de Noordzee met de Atlantische Oceaan die nauw begint bij Calais en zich daarna wat verbreedt, maar toch toepasselijk Het Kanaal wordt genoemd. De klimatologische omstandigheden zijn gemiddeld gunstig onder invloed van de warme golfstroom uit het Caraïbisch gebied. Hoewel deze eilanden veel dichter bij Frankrijk liggen, behoren ze toch tot het Verenigd Koninkrijk. Verwacht niet van mij  om de complexe politieke en constitutionele verhoudingen uiteen te zetten. Er zijn vele Britten en zelfs eilandbewoners die dit niet eens kunnen.

Laat ik volstaan met te vermelden dat zowel Jersey als Guernsey (de twee ‘grootste’ eilanden) hun eigen uitgave hebben van de eens zo solvabele Engelse pond. De waarde komt overeen, met dien verstande, dat je in Groot-Brittannië zelf of elders ter wereld niets kunt aanvangen met de eilandponden. En als je er geld haalt ‘uit de muur’ , dan is het maar de gok welke ponden je uit de kast trekt. Geld is er sowieso een issue, want met name Jersey staat qua va banque-facilités bekend als de ultieme beleving van het Zwitserleven-gevoel. Het straatbeeld van St. Helier, de ‘hoofdstad’, wordt dan ook gedomineerd en ontsierd door aanverwante kantoorpanden en in snelle pakken gehulde,  zwaarwichtig zwoegende zakenmannetjes. Die als zodanig een wonderlijk combinatie vormen met de bizar slechtgeklede, letterlijk figuurlijk zwaarwichtige autochtonen en gemiddeld hoogbejaarde toeristen. We hebben nog nooit zóveel oude mensen, alsmaar aanspoelend, bijeen gezien.

De kwalificatie oubollig doet in al zijn facetten opgeld(..) De toeristenaccommodaties zijn merendeels ouderwets, maar authentiek en karakteristiek. De toerist zelve is doorgaans in de herfst van zijn bestaan. Overzeese ouwe, taaie tantes en rakkers die hun Engelse ponden spenderen aan het opvallend smakelijke en culinair verantwoorde voedsel dat hun door de uitstekende, klantvriendelijke horeca wordt voorgezet. Die vriendelijkheid wordt overigens wel geserveerd door allerlei nationaliteiten, uitgezonderd de Engelse. Polen, Letland en Bulgarije lijken de hofleveranciers te zijn van het horecapersoneel op de Kanaaleilanden.
De vele fraaie optrekjes staan zonder scrupules te bewijzen dat menigeen bol staat van het (oud) geld. Oude, naar het lijkt teloorgegane omgangsvormen zijn hier evenzo vanzelfsprekend als weldadig. De mensen zijn er de vriendelijkheid zelve, wellevendheid is hun tweede natuur.

Maar die oubolligheid strekt zich veel verder uit. De architectuur en de inrichting van de landhuizen zijn fascinerend in hun pittoreske oudheid en grandeur, maar lijken exponenten van een verdwenen tijdperk. Het landschap bolt, glooit en welft en houdt daarmee gelijke tred met de gemiddelde contouren van de  jongere vrouw. Platvoers wordt het nooit, want de overstelpende werkelijkheid is met geen geweld plat te krijgen. Onmiskenbaar en in grote mate(n) zijn de eilandbewoonsters en de vrouwelijke bootvluchtelingen uit Engeland Hollands glorie in het kwadraat! We mogen dan nog nooit zóveel oudere mensen hebben gezien, het aantal onmetelijk diep uitgesneden décolletés, met daarin onverholen, verre van vormvast vrouwelijk vlees, overtrof qua omvang  en volume ruimschoots de grijze golf. Als erkend borstenbodyguard en -watcher kan ik er niet genoeg van krijgen. Het is mijn meest geliefde duo, met het billenpaar als goede tweede. Maar dit was zelfs voor mij teveel van het ‘goede’. Overbolligheid, evenals overdaad, schaadt. Het beeld van de lelijke, uitgedijde en vaak slechtgeklede onderdaan van het Verenigd Koninkrijk werd tijdens deze vakantie overvloedig bestendigd. En dames, de mannen vormen hierop geenszins een uitzondering. Vrouwvriendelijker kan ik het niet beschrijven, toch laten we dit maar even beklijven. Eind deze week de slotaflevering, welke wederom bol zal staan van onwellustig wervelende wederwaardigheden.

Read Full Post »


We waren nimmer in Duitsland op vakantie geweest. Nou ja, we hebben vorig jaar een lang weekend in Berlijn verbracht, maar dat telt niet voor mijn gevoel. Berlijn is geen Duitsland, hoe tegenstrijdig dat ook klinkt, want geen andere Duitse plaats is meer doordrenkt van de roemruchte Germaanse historie. Toch had ik er nooit het gevoel in een typisch Duits oord te vertoeven zonder genau zu wissen wat dat dan wel moge zijn. Vielleicht door het kosmopolitische karakter van de stad, de gigantische architectonische tegenstellingen, de dominante aanwezigheid van de jeugd in het straatbeeld? Het is ’n beetje zoals met Amsterdam: van de ene kant Hollandser dan Holland, provincialer dan de provincie en tegelijkertijd een plek waar de hele wereld zich verzameld én genesteld lijkt te hebben, ons Brabanders voorop. De randstedelingen die zich als Übermenschen plegen te profileren ten opzichte van hun medelanders, voeg ik mijn standaardreactie toe: Nederland is één grote provincie.

De reden waarom ik onze oosterburen vakantiegewijs altijd links (van mij uit gezien rechts) heb laten liggen, is een bij mijn generatie overheersende. Al opgroeiende was Duitsland voor mij: Heil Hitler!; Wir haben es nicht gewusst; Jawohl Herr Obersturmbahnführer!; Leck mich doch am Arsch, du Arschloch!; Scheisse!; Schlagermusik.
Het Duits was een taal zum schimpfen, om te bespotten en de spot mee te drijven. Die Deutsche Sprache was het instrument van geweld en onderdrukking. Vreemd genoeg is Die Lorelei het enige gedicht dat ik uit mijn middelbare schooltijd nog nagenau letterlijk kan declameren. Maar destijds was het überhaupt niet salonfähig om ook maar enigszins genuanceerd, laat staan gefascineerd het Duitse cultuurgoed te benaderen. Kort en goed: het was volkomen normaal en volledig geïnternaliseerd dat je het Germaanse ras generaliseerde, discrimineerde, demoniseerde en ridiculiseerde. Ik deed daar vrolijk aan mee en het moet gezegd: het werd me ook wel gemakkelijk gemaakt. Want über alles werden ze voor mij toch die vermaledijde moffen die verantwoordelijk waren voor het grootste drama in mijn leven tot dan toe. Voor alle duidelijkheid en tevens met excuses aan alle oorlogsslachtoffers en -getraumatiseerden: ik ben van 1950.

We schrijven München, 7 juli, ‘Zijn we er toch ingetuind’, 1974. WK-voetbalfinale, Duitsland-Nederland. Need I say more? Tot overmaat van ramp bleek de eerste persoon die ik na de desastreuze afloop tegen het omvangrijke lijf liep in het café annex hotel – we besloten toch maar om ons vooropgezet plan na afloop de kroeg in te gaan uit te voeren – een Duitse hotelgast te zijn! Doorgaans ben ik de welvoeglijkheid en voorkomendheid zelve, maar deze arme oosterbuur zal dit wahrscheinlich nicht bestätigen.

Kortom, Duitsland was allesbehalve mijn favoriete (vakantie)land. Allengs ontdekte ik wel waar De Natie (ik probeer alsmaar tevergeefs die klankovereenkomst met nazi te negeren) ook voor staat en stond. Het Duitse volk baarde niet alleen massaverdelgers, maar ook Wagner, Beethoven, Brecht, Goethe, Marx, Nietzsche, Kant, Schopenhauer, Wittgenstein. Und so weiter. Tegenover Schlagermusik staan Marlene Dietrich, Herbert Grönemeyer, Nena, Kraftwerk, Reinhard “gute Nacht Freunde’ Mey.

Van die Mannschaft uit 1974 was misschien Hölzenbein te verfoeien, maar gek genoeg wekte deze ploeg verder weinig irritatie op. Nadien aanvankelijk steeds meer natuurlijk, want de frustratie was gigantisch. Günther Netzer, Helmut Haller, Franz Beckenbauer waren echter mooie voetballers en nauwelijks omstreden. De latere generatie moest het evenwel bekopen bij het voetbalminnende publiek en zo werd de typisch Duitse, irritante, zuigende, duikelende voetballer gepercipieerd. Met als exponenten: Lothar Matthäus, Stefan Effenberg, Rudi Völler, Oliver Kahn. Ideale types om je op af te reageren, om op te schelden, maar ook om – Verzeihung! – de oorlog, dus wedstrijd mee te winnen. Pas sinds kort durven we te erkennen dat wij manchmal zo’n type ook wel hadden kunnen gebruiken. En willen we toegeven dat er ook best aardige Duitse spelers zijn zoals Jürgen Klinsmann en ….eeuhh…… Nou ja, ze zijn in elk geval lang niet meer zo irritant. Wat wellicht erop duidt  dat ons ’74-trauma slijtende is.

Maar die taal hè. Het laat mij nimmer los. De klanken en woorden kunnen striemen, snijden, blaffen. Maar ook vloeien, stromen, troosten. De namen beklijven en zijn vaak met geen pen te beschrijven. Onverwijld maak ik me lustig om, als daar zijn: Fritz von Turn und Taxis, Hans-Georg Aschenbach und der Sebastian Schweinsteiger. Sommige Duitse gezegdes daarentegen kennen hun gelijke niet, zowel qua klank als diepzinnigheid. Die Gedanken sind frei; Himmelhoch jauchzend oder zum Tode betrübt; Wass sich liebt, neckt sich(…); Alle Brüder werden Menschen, al zal Karl Marx zich(het) nu in zijn graf liever omdraaien. Bovendien is onze eigen taal vergeven van de germanismen en Duitse woorden, zoals dit relaas duidelijk maakt

Na door velen te zijn gewezen op mijn bevooroordeeldheid en stereotyperingen aangaande het Duitse volk en nadat zij mij bovendien verzekerden dat Duitsland in vele opzichten ein fast ideales Ferienort war, heb ik me gestort op de Wiedergutmachung. Onderweg luidkeels zingend: ‘Wilma, wir fahren nach Trier’, togen we naar Rheinland-Pfaltz, de streek van die Mosel, die Saar und die Weintrauben. Inderdaad, Trier, de oudste stad van Duitsland en de stad van Karl Marx.

Und jawohl, ik ben helemaal om! Prachtige natuur, mooie oude architectuur en – niet te versmaden – een ausgezeichnete drink- en eetcultuur. Dat we dikke autopech kregen, is waarschijnlijk de tol die ik moet betalen voor mijn jarenlange miskenning van een natie die het, haar verleden ten spijt, verdient om op haar huidige merites te worden beoordeeld. Overigens was die autopech en alle rompslomp daaromtrent een mooie gelegenheid om te profiteren van de alom geprezen en soms gevreesde Duitse Ordnung und Pünktlichkeit. Welnu, vergeet het maar! Niets Menschliches blijkt de Duitsers vreemd. En gek genoeg doet ook dát me deugd. Dat de stereotypering niet klopt. Het maakt hen in mijn ogen toch weer wat sympathieker. Het kan niet anders dan dat ik mijn gevoelens voor dit lange tijd zo getroebleerde land heb onderdrukt(..), als het ware heb weggemoffeld.

Het wordt tijd voor mijn eigen wederopbouw en ook om hierbij, al dan niet onder invloed van de zinnenprikkelende Riessling en schatplichtig aan JFKunverfroren en hardop uit te spreken: “Ich bin ein Trierer”. Want ik moet natuurlijk wel even afwachten of andere plekken ebenso schön und gemütlich sind. Voor nu zeg ik u: “Auf Wiedersehen und zum Wohl!

Read Full Post »

%d bloggers liken dit: