Feeds:
Berichten
Reacties

Posts Tagged ‘Robin van Persie’

25 juni 2010 – WE hebben de volgende ronde bereikt. De finalisten van 2006 zijn al naar huis. Slowakije is de volkomen onverwachte, volgende tegenstander van Oranje. De cijfers zijn nagenoeg onberispelijk, maar spreken die ook voor zich? Een kijkje in het innerlijk van uw colunmist en een schuchtere poging om de ziel van de voetballiefkenner te doorgronden.

Nog steeds weet ik niet wat ik met het Oranje op dit WK aan moet. Het heet dat er in de Nederlandse voetbalkennersmaatschappij, dus zeg maar in het hele land, een tweedeling is ontstaan tussen de ethici en de cynici. De adepten van schoonheid en attractiviteit versus de predikers van realisme, effectiviteit en resultaatgerichtheid. Ik geloof hier niks van. Nou ja, niks. Volgens mij speelt deze strijd zich voortdurend af binnen elke voetballiefhebber. Het is een klassieke, innerlijke strijd die eeuwig woedt en nimmer gestreden zal zijn. Bovendien spelen er allerlei psychologische factoren mee die het onmogelijk maken om het zwart-wit te duiden, dus is het totaal ongeschikt als gespreksonderwerp in bijvoorbeeld VI Oranje.

Wanneer het ene doel niet wordt bereikt, kan het andere worden aangewend om het ontstane gevoel te compenseren. Wordt er slecht gevoetbald, maar het resultaat is goed, dan benadrukken we dat laatste om onszelf toch nog een beetje gerust te stemmen. Want, het gaat tenslotte om de winst. En omgekeerd gaat het precies eender. Dan wordt de slechte uitkomst gerelativeerd en gebagatelliseerd omdat het spel toch wel erg hoopgevend was. En wordt benadrukt dat voetbal een kijkspel is en dat de toeschouwer waar voor zijn geld moet krijgen.
Ik bedoel maar, opportunisme is niet slechts een smet die aan nogal wat politici en beleidsmakers kleeft – het houdt ook de innerlijke mens in evenwicht en beschermt hem tegen doorslaan naar gevoelens van wanhoop en uitzichtloosheid of juist naar ongemotiveerd optimisme en hoogmoedswaanzin.

Ik besef dat ik nu bezig ben met een wel erg pretentieuze poging om mijn eigen beleving te projecteren op de rest van de samenleving. Laat ik dus maar, en vergeef me het welzijnsjargon, dicht bij mezelf blijven. Wat vind ik van en ervaar ik bij dit Oranje? Met permissie haal ik er dan even het robotvoetbal bij. Want voor wie het nog niet wist: we hebben voor derde achtereenvolgende keer de WK-finale van het robotvoetbal verloren. Van China. De parallellen met het mensenspel dringen zich nog meer op als ik lees dat we wel reeds Europees kampioen zijn geworden.

We citeren de zwaar teleurgestelde Hollandse bondscoach, die wel zijn spelers prees om hun beheerste emoties na afloop: “Bepaalde teams, waaronder dus ook het Chinese, focussen zich op het schieten (lees resultaat, rendement), terwijl anderen zich meer op dribbeltechnieken (lees attractiviteit) richten. Onze robots doen het allebei” En verderop: “Het begint steeds meer op het echte voetbal te lijken.” Tussen haakjes is mijn invulling.

Volgens mij begint juist het ‘echte’ voetbal steeds meer op robotvoetbal te lijken. Vooral wanneer de vedetten, die zich nu eenmaal niet laten programmeren, het om wat voor redenen dan ook laten afweten. En ja, ook Oranje roept bij mij regelmatig associaties op met robotachtig voetbal. Bert van Marwijk zal zeker voor het meer extraverte buitenland de vergelijking met Robocop zeer wel kunnen doorstaan. Kijk, wij weten dat Bert wanneer hij een wenkbrauw ophaalt, in wezen schaterlacht, maar ene Jimenez uit Paraguay of een van de vele Boatengs uit welk land dan ook ziet slechts een mechanische man.

Mark van Bommel speelt fantastisch! Dieter Eilts werd ooit uitgeroepen tot speler van een EK(1996), Bommel is vele malen beter. Het zegt alles over dát toernooi, maar ook over deze editie en zeker ook over dit Oranje, dat weliswaar degelijk speelt, maar zonder franje. Om echter te kunnen excelleren, moet je eerst presteren. Verder komen dus, resultaten neerzetten. Maar in mij wisselen vertrouwen, hoop en optimisme zich voortdurend af met angst en beven, met irritatie en onzekerheid. Niet zozeer voor wat betreft de verdedigende organisatie, want die staat! De oneffendheden tegen Kameroen wijt ik aan hinken op meerdere gedachten. Vooral de angst voor een kaart bij deze onvoorspelbare referee, waardoor de echte scherpte ontbrak.

Het zijn vooral de vorm en de positie van Van Persie, de egocentriciteit in het spel van Sneijder én het gebrek aan diepgang en snelheid voorin die mij regelmatig zorgen baren. Die dan weer tijdelijk worden verdreven door hoopvolle acties. Hoopgevers zijn ook de vorm en gretigheid van potentiële invallers als Elia, Afellay, Huntelaar en De Zeeuw. En natuurlijk onze Arjen, die zowaar door kan groeien van ‘slechts’ een uitzonderlijke voetballer tot een innemende persoonlijkheid. De ingehouden emoties tijdens het interview na afloop behoren nu al tot de meest memorabele tv-beelden van dit WK.

Met robotvoetbal tot op bepaalde hoogte – mag ook op zeeniveau – maar wel gelardeerd met gedeprogrammeerde, onvoorspelbare acties van onze menselijke natuurtalenten, mogen, nee MOETEN we wat mij betreft nu eindelijk maar eens wereldkampioen worden. Daarna mag het resultaatvoetbal definitief worden afgeschaft en moet inderdaad het robotvoetbal eindelijk eens op het echte voetbal gaan lijken.

Read Full Post »

 12 juli 2010 – Laat er geen misverstand over bestaan: er is alle reden om trots te zijn op de prestatie van de mannen van Oranje. Op Van Marwijk, De Boer, Cocu, Jansma en Jorritsma en de complete begeleidingsstaf. We mogen eveneens trots zijn op de belangrijke personen achter, op en voor de schermen. Op heilsoldaat Dick van Toorn, gebedsgenezeres Yolanthe. Op scherpzetter Bert Maalderink en zelfs op Jack van Gelder, die de stoute Wes toch maar over de knie durfde te leggen. Zij allen hadden een missie. De eersten zijn er twee jaar terug al mee begonnen, de anderen werden er later bij betrokken. Nou ja, voor de meesten geldt: zij betrokken zichzelf bij het proces dat de tintelende verwachting in zich had van het succes.

Ok, de missie heeft haar ultieme doel niet bereikt. Maar dat hadden we van het begin af aan kunnen weten. Een missie, het woord zegt het al, is bij voorbaat gedoemd om te mislukken. Althans voor wat betreft het eindresultaat. Maar veel belangrijker dan dat is het proces van de missie: de processie. De bijkans heilige optocht, de sacrale gang op weg naar de eindbestemming: het altaar waarop (voetballers)lichamen worden geofferd om de Wereldkelk te mogen ledigen. En dat het mis zou gaan, werd al duidelijk toen een aardse sterveling vlak voor aanvang van de viering nog zó dichtbij De Heilige Graal wist te geraken. Oppergod Sepp aanschouwde het en besloot de beelden ervan niet rechtstreeks naar de aarde door te zenden.

Ook ik heb me laten meeslepen door de massale, monomane, manifeste, met man en macht moverende, min of meer maniakale missie. De M zit niet in de maand, maar meermaals in Van Marwijks mannen met een missie. Hoe dichter het altaar werd genaderd, des te meer ik werd bevangen en getroffen door de zendingskracht van apostel Bertholomeus. En met mij vele discipelen. We gingen en masse geloven in Het Wereldwonder. De Spaanse Inquisitie zou ons geenszins deren. De Goden Voorspoed, Voorziening en Genade en het vleesgeworden rozenkransje Yolanthe waren ons goedgezind. En aan het einde van de tunnel wachtte ons Het Licht: de Goddelijke Gave in de profane, zo niet heidense vorm van de Coupe Jules Rimet.

Intussen zijn we genezen, ontnuchterd, ontheiligd danwel bekeerd. De Spanjaarden bleken geen missie te hebben, maar gewoon betere en mooiere voetballers. En uiteindelijk is het toch dáár waar het om draait. Wie de betere is. Als voetballer, als mens, als spelersvrouw of als wie dan ook. We zullen, althans voorlopig, nooit weten hoe het voelt om een WK(-finale) onterecht te winnen. Zoals al vele wereldkampioenen zich minimaal 4 jaar lang hebben gevoeld. Of, zoals de Duitse WK ’74-generatie, wat het is om nu al 36 jaar lang niet te worden erkend als de terechte winnaar. Ik weet dat er velen zijn, in elk geval op dit moment zo zullen reageren, die dat gaarne op de koop toe zouden nemen in ruil voor de titel. Maar ik twijfel daaraan.
Bovendien valt te vrezen dat de beelden van lelijke overtredingen en het het ‘slechts’ loeren op de counter van het toch als positief voetballend bekend staande Oranje voorlopig op het buitenlandse netvlies zullen beklijven.

Misschien is het beter zo en moeten we onze zegeningen (het durven aangaan van een missie, het centraler zetten van het resultaat, het teambelang) tellen, koesteren en dat dan koppelen aan onze basiskwaliteiten techniek, tactiek en aanvallende dynamiek. Duitsland is succesvol bezig aan het omgekeerde traject en zal de komende jaren de geduchtste tegenstander zijn, hoogstwaarschijnlijk en gelukkig zonder de disproportionele vijandigheid van nog maar voor enkele jaren terug. Maar hopelijk wel met de nodige rivaliteit en, waar nodig, animositeit om de jus erin te houden.

De onvoorwaardelijke trouw aan en hoop op zijn vaste mannen en de per saldo toch ontoereikende Van Persie in het bijzonder, tonen voor mij zowel het succes als de kwetsbaarheid van Bertholomeus’ Missie aan. Nu het zelfverklaarde doel niet is bereikt, mag onze nationale voetbalherder worden verweten dat hij niet meer en vaker vertrouwen heeft gegeven aan de scherpe schapen Huntelaar en Afellay. Met name in de eindfase van de finale was een ingreep ten koste van Van Persie als spits zeer wel wenselijk geweest. Dan had ie zelfs nog niet per se gewisseld hoeven te worden.

Eén spelsituatie maakte onmiskenbaar duidelijk dat Robin in dit team niet de juiste spits was. Hij verlengde met een evenzo simpele als sublieme voetbeweging de bal op Van der Wiel die geheel vrij kwam, rechts van het Spaanse doel. Deze op zijn beurt zette voor, maar uiteraard was daar geen Robin, dus geen spits om af te ronden. Een Huntelaar, zelfs een Kuijt, had instinctief op de juiste plek gestaan. Del Bosque daarentegen wisselde zelfs de man in bonus en met status David Villa om het resultaat te bewerkstelligen.

Moraal: het Marwijk-team heeft elementen van een missie – onvoorwaardelijk vertrouwen geven, niets mag het groepsproces/de teamsamenhang verstoren – zeker in de cruciale eindfase laten prevaleren boven het ultieme doel van de missie: alles opzij zetten voor het behalen van de wereldtitel. En schoot daarmee in eigen en onze voet.

Er blijven genoeg positieve aspecten over om deze Oranjeselectie en het begeleidingsteam te loven. De veelgebruikte krantenkop “Weer niet” kun je met reden en trots ook vervangen door “Alweer bijna de allerbeste”. Met de geleden imagoschade zullen we moeten leren leven en de eerstkomende wedstrijden moeten afrekenen.

In 2012 worden we weer Europees kampioen ten koste van Duitsland en dan zijn in 2018 – bid maar stevig voor een geslaagde missie – de tijd en het Hollandse voetbalklimaat rijp voor een heuse wereldtitel. Dat kan niet missen.

Read Full Post »

%d bloggers liken dit: