Feeds:
Berichten
Reacties

Posts Tagged ‘missie’

Zoals vermeld werd het eerste buitenhuis, dat Severinus in haar woonzorgaanbod opnam, mij in de schoot geworpen. Zeg maar gerust, als een (klein)kind. Een soort gevoel van déjà vu, een AH-Erlebnis.

– Dit behoeft al meteen enige toelichting. Hoewel Severinus zich destijds nog als stichting heilig verklaarde, zal ik gemakshalve voortaan de huidige naam bezigen. En de schrijfwijze van AH-Erlebnis heeft niets met Albert Heijn, laat staan met voetbalplaatjes te maken, maar des te meer met de man die als een rode draad door mijn en door het vrijwel gehele Severinusbestaan heeft gelopen en de finish nog steeds niet heeft bereikt. Dit even terzijde voor de ingewijden –

Ik waande en voelde mij als een vernieuwer, een pionier, een visionair eerste klas. Wij hadden een missie avant la lettre, want destijds was een missie nog gewoon een vertrek van een priester naar een arm en godverlaten land. Het overbrengen van spiegeltjes in Gods boodschappentas door een missionaris. Op zich niks mis mee, voorzover de boodschap niet de inhoud van de tas overschaduwt. Tegenwoordig heeft iedereen wel een missie (gehad). Een kleine of grote boodschap, maakt niet uit: we hebben een missie. Mag ik even doortrekken?

Maar goed, wij gingen iets nieuws doen, om wijlen Jos Staatsen nog maar eens te parafraseren. Ofschoon evenzogoed overmoedig, was ons vernieuwingsproject een langer leven beschoren dan Sport 7. En wat heet langer! Biezenkuilen 8 leeft nog steeds, al kan en mag het uiteraard geen vernieuwingsproject meer worden genoemd. Wel is de accommodatie inmiddels aan menige restyling onderworpen.

De bewoners van De Biezenkuilen, zoals de gebruikersnaam luidde, werden in het voorjaar van 1978 geselecteerd uit de bestaande populatie van Severinus. Vijf mannen en vijf vrouwen met een hoog zelfstandigheidsniveau en qua leeftijd variërend zo tussen de 18 en 30 jaar. Het begeleidingsteam bestond uit vier, min of meer ervaren full-timers, voor het eerste jaar aangevuld met een derdejaars leerling-Z-verpleegkunde. In het team zaten drie mannen en twee vrouwen, inclusief de leerling. En ik mocht me dus, bij ingebruikneming 28 jaar jong,  hoofd buitenhuis noemen. De gangbare benaming van deze functie was groepshoofd, maar wij waren naarstig van plan om in een curieuze combinatie van naïviteit en arrogantie, dus vergeefs, het groepsdenken toch op z’n minst te verdringen.

Het is van belang te weten dat de functie van groepshoofd een leidinggevende was. Zoals eerder vermeld bestond de woonstructuur uit paviljoens, onderverdeeld in groepen. De direct leidinggevenden van het groepshoofd waren het paviljoenshoofd en diens assistent(e), weet u nog? Maar hoe moest dat nou met een buitenhuis? Het was geen groep en ook geen paviljoen. Gehecht als ik was – en nog steeds ben – aan een zo groot mogelijke mate van onafhankelijkheid, ijverde ik met aanvankelijk succes voor een status aparte. De Biezenkuilen werd een op zichzelf staande woonvorm, niet gekoppeld aan een paviljoen(shoofd). En mijn direct leidinggevende was het hoofd der verpleging. Inderdaad…, de man in aanhef geassocieerd met dat AH-Erlebnis. Deze constructie ging de Severinusgeschiedenis in als een gentleman’s agreement.

Ik kon of wilde toen niet in volle omvang bevroeden dat een dergelijke uitzonderingspositie een doorn zou zijn in menig uniform en hiërarchish afgesteld oog. Hoe dat mij snel duidelijk werd, kunt u onder meer lezen in de volgende aflevering over mijn buitengewone, soms buitenissige belevenissen in buitenhuis De Biezenkuilen

Read Full Post »


4 juli 2010
 – We schrijven zaterdagmorgen 3 juli 2010. The morning after en ik heb nog geen pil hoeven in te nemen. Want de missie is nog niet volbracht. Zoals het de ware aanstaande Weltmeister betaamt, staan we niet meer stil bij De Moeder Aller Wedstrijden Met Twee Gezichten tegen Brazilië. Brazilië?! Wordt daar ook gevoetbald dan?

We focussen ons volledig op het volgende slachtoffer. Want focus is het nieuwe toverwoord. Wie de komende tijd de pech heeft zich te moeten onderwerpen aan een bedrijfstraining, een teambuildingactiviteit of aan welke nodeloze, geld- en tijdverspillende sessie dan ook – de focus zal als rode, lange draad door het programma lopen. En wees niet verbaasd wanneer Bert van Marwijk of Frank de Boer als gastspreker op de agenda staat.

Uruguay dus. Tweevoudig en kleinste wereldkampioen ooit. Het landje telt slechts 3.5 miljoen Suárez en co. Goed, het is al wel héél lang geleden dat La Celeste (The Sky Blue One) de coupe Jules Rimet omhoog mocht steken (1950). Toen, uit respect voor helden uit het voetbalverleden, waren Juan Alberto Schiaffino en Alcides Edgardo Ghiggia de Diego Forlán en Luis Alberto Suárez van Uruguay. Klein verschilletje: eerstgenoemden zijn wereldkampioenen en de laatsten worden dat hoogstwaarschijnlijk nooit.

Maar toch, ze zijn er vaak bij en vormen altijd een geduchte, gemeen harde (zeker vroeger!), geslepen en gepassioneerde tegenstander. Vooral dat laatste viel op tegen het arme Ghana, dat waarschijnlijk van iedereen buiten Uruguay – minus ondergetekende, want had Uruguay voor geld voorspeld in de halve finale – had mogen winnen. En vooral arme Asamoah Gyan! De man van 24 met het oude, wijze (stam)hoofd. Klassespits, maar op het allerbeslissendste moment verlaten door de rust en wijsheid. Maar wel weer met de leeuwenmoed om achter de 1e van de, helaas verloren penaltyreeks te gaan staan. Na afloop ontroostbaar – en wij met hem – in zijn peilloze verdriet. Schrale troost: de strafschop net voor tijd was onterecht, want in de situatie voorafgaand aan Luis’ handige redding, stond Appiah duidelijk buitenspel. Voorzover ik weet, door niemand van de heren commentatoren en analytici waargenomen.

De verpersoonlijking van het gemene en de passie bij Uruguay is onze eigen Luis ‘in de pels’ Suárez. Hij deed weer alles waarvoor wij hem hebben gekapitteld en verafschuwd, tot het de hand slaan aan de bal aan toe. Daarmee sloeg hij, retrospectief gezien, zijn land wel naar de halve finale. Omdat we net De (rot)Jong Van Bommel, Robben cum suis alle grenzen hadden zien opzoeken en soms overschrijden ten koste van Brazilië, kregen we waardering voor de niets en niemand ontziende inzet van El Pistolero. Die desondanks zijn kruit droog hield en erger nog, althans voor Uruguay: het pistool tegen Oranje noodgedwongen op zak moet houden.

En je kunt het op je vingers natellen: natuurlijk heeft ook hier weer God de hand in gehad. Na Pluisje en die andere luis Fabiano, zal ook Suárez een Opperwezen bij de hand nemen om zijn actie de zegen te geven. En dan zijn het er al drie. God allemachtig, Hij heeft er zijn handen wel aan vol! Sowieso kan Uruguay wel wat hulp van boven gebruiken. Geen Suárez dus, maar ook geen Fucile (geschorst). En geen Lodeiro. Daarbij is het meespelen van beide centrale verdedigers, de twee Diego’s Godín en Lugano, twijfelachtig. Het kan dus zomaar zijn dat Oscar Tabárez driekwart van zijn defensie moet vervangen. Overigens, zouden al die Diego’s, want ook nog Pérez en Forlán, naar Dé Don Diego zijn vernoemd? Denk het niet, gezien het verleden tussen beide landen.

Dus moet Van Persie mogelijk tegen de ouwe dibbes Scotti: 34, maar ogend als een dikke veertiger. Drollenvanger en tegelijk penalty-, maar allesbehalve ladykiller Fernando Muslera oogt daarentegen als een knaapje. Dat kun je niet zeggen van Sebastián Abreu. De man van 14 clubs, 13 ongelukken. Niet voor niets door het leven gaand als El Loco. Want een penalty waarop ene Panenka nog jaloers zou zijn.
Nee, Oranje heeft straks tegen Uruguay maar één man om te vrezen en dat is Diego Forlán. Een absolute topper, die alleen teveel hooi op zijn vork neemt. Of, door gebrek aan beter, moet nemen. Verzet bergen werk en komt zo toch te weinig toe aan zijn specialiteit en dat is storen en scoren in het vijandelijke strafschopgebied.

Verder moeten de Oranjemannen alleen zichzelf vrezen. Waken voor onbewuste onderschatting en zelfoverschatting. Want het kan en moet nog beter! We kunnen niet blijven parasiteren op geluk en goals die uit de lucht komen vallen. En, toegegeven, een gedegen organisatie. Eens moet toch ook het aanvallend/voetballend vermogen boven komen drijven. Deze halve finale komt dáárvoor als geroepen.

We schrijven zaterdagavond laat,  3 juli 2010. De deconfiture van Pluisbolletje en zijn Albicelestes en later de miraculeuze ontsnapping van de Spanjolen hebben zich voltrokken. Als Del Bosque wijs is, geeft ie eindelijk een van ’s werelds beste voetballers, Fàbregas, een basisplaats. Wel weer twee Zuid-Amerikaanse ploegen naar huis. Paraguay met opgeheven hoofden, al zal dat bij Cardozo wel even tijd nodig hebben. Titelpretendent Argentinië was zo onthutsend zwak, dat zelfs Lionel het onderspits moest delven. Alleen voor de liefhebber van slechte B-films is het jammer dat ’s werelds beste individualistische voetballer ooit puur natuur, maar als trainer een karikatuur, naar huis moet. Und die Mannschaft: ein Superspiel! Die hebben hun hoogtepunt al gehad, wij moeten het onze nog krijgen.

Edoch, eerst de focus op Uruguay. Helaas moet het toernooi verder zonder Messi, maar wij hebben mannen met een MISSIE.

Read Full Post »

 12 juli 2010 – Laat er geen misverstand over bestaan: er is alle reden om trots te zijn op de prestatie van de mannen van Oranje. Op Van Marwijk, De Boer, Cocu, Jansma en Jorritsma en de complete begeleidingsstaf. We mogen eveneens trots zijn op de belangrijke personen achter, op en voor de schermen. Op heilsoldaat Dick van Toorn, gebedsgenezeres Yolanthe. Op scherpzetter Bert Maalderink en zelfs op Jack van Gelder, die de stoute Wes toch maar over de knie durfde te leggen. Zij allen hadden een missie. De eersten zijn er twee jaar terug al mee begonnen, de anderen werden er later bij betrokken. Nou ja, voor de meesten geldt: zij betrokken zichzelf bij het proces dat de tintelende verwachting in zich had van het succes.

Ok, de missie heeft haar ultieme doel niet bereikt. Maar dat hadden we van het begin af aan kunnen weten. Een missie, het woord zegt het al, is bij voorbaat gedoemd om te mislukken. Althans voor wat betreft het eindresultaat. Maar veel belangrijker dan dat is het proces van de missie: de processie. De bijkans heilige optocht, de sacrale gang op weg naar de eindbestemming: het altaar waarop (voetballers)lichamen worden geofferd om de Wereldkelk te mogen ledigen. En dat het mis zou gaan, werd al duidelijk toen een aardse sterveling vlak voor aanvang van de viering nog zó dichtbij De Heilige Graal wist te geraken. Oppergod Sepp aanschouwde het en besloot de beelden ervan niet rechtstreeks naar de aarde door te zenden.

Ook ik heb me laten meeslepen door de massale, monomane, manifeste, met man en macht moverende, min of meer maniakale missie. De M zit niet in de maand, maar meermaals in Van Marwijks mannen met een missie. Hoe dichter het altaar werd genaderd, des te meer ik werd bevangen en getroffen door de zendingskracht van apostel Bertholomeus. En met mij vele discipelen. We gingen en masse geloven in Het Wereldwonder. De Spaanse Inquisitie zou ons geenszins deren. De Goden Voorspoed, Voorziening en Genade en het vleesgeworden rozenkransje Yolanthe waren ons goedgezind. En aan het einde van de tunnel wachtte ons Het Licht: de Goddelijke Gave in de profane, zo niet heidense vorm van de Coupe Jules Rimet.

Intussen zijn we genezen, ontnuchterd, ontheiligd danwel bekeerd. De Spanjaarden bleken geen missie te hebben, maar gewoon betere en mooiere voetballers. En uiteindelijk is het toch dáár waar het om draait. Wie de betere is. Als voetballer, als mens, als spelersvrouw of als wie dan ook. We zullen, althans voorlopig, nooit weten hoe het voelt om een WK(-finale) onterecht te winnen. Zoals al vele wereldkampioenen zich minimaal 4 jaar lang hebben gevoeld. Of, zoals de Duitse WK ’74-generatie, wat het is om nu al 36 jaar lang niet te worden erkend als de terechte winnaar. Ik weet dat er velen zijn, in elk geval op dit moment zo zullen reageren, die dat gaarne op de koop toe zouden nemen in ruil voor de titel. Maar ik twijfel daaraan.
Bovendien valt te vrezen dat de beelden van lelijke overtredingen en het het ‘slechts’ loeren op de counter van het toch als positief voetballend bekend staande Oranje voorlopig op het buitenlandse netvlies zullen beklijven.

Misschien is het beter zo en moeten we onze zegeningen (het durven aangaan van een missie, het centraler zetten van het resultaat, het teambelang) tellen, koesteren en dat dan koppelen aan onze basiskwaliteiten techniek, tactiek en aanvallende dynamiek. Duitsland is succesvol bezig aan het omgekeerde traject en zal de komende jaren de geduchtste tegenstander zijn, hoogstwaarschijnlijk en gelukkig zonder de disproportionele vijandigheid van nog maar voor enkele jaren terug. Maar hopelijk wel met de nodige rivaliteit en, waar nodig, animositeit om de jus erin te houden.

De onvoorwaardelijke trouw aan en hoop op zijn vaste mannen en de per saldo toch ontoereikende Van Persie in het bijzonder, tonen voor mij zowel het succes als de kwetsbaarheid van Bertholomeus’ Missie aan. Nu het zelfverklaarde doel niet is bereikt, mag onze nationale voetbalherder worden verweten dat hij niet meer en vaker vertrouwen heeft gegeven aan de scherpe schapen Huntelaar en Afellay. Met name in de eindfase van de finale was een ingreep ten koste van Van Persie als spits zeer wel wenselijk geweest. Dan had ie zelfs nog niet per se gewisseld hoeven te worden.

Eén spelsituatie maakte onmiskenbaar duidelijk dat Robin in dit team niet de juiste spits was. Hij verlengde met een evenzo simpele als sublieme voetbeweging de bal op Van der Wiel die geheel vrij kwam, rechts van het Spaanse doel. Deze op zijn beurt zette voor, maar uiteraard was daar geen Robin, dus geen spits om af te ronden. Een Huntelaar, zelfs een Kuijt, had instinctief op de juiste plek gestaan. Del Bosque daarentegen wisselde zelfs de man in bonus en met status David Villa om het resultaat te bewerkstelligen.

Moraal: het Marwijk-team heeft elementen van een missie – onvoorwaardelijk vertrouwen geven, niets mag het groepsproces/de teamsamenhang verstoren – zeker in de cruciale eindfase laten prevaleren boven het ultieme doel van de missie: alles opzij zetten voor het behalen van de wereldtitel. En schoot daarmee in eigen en onze voet.

Er blijven genoeg positieve aspecten over om deze Oranjeselectie en het begeleidingsteam te loven. De veelgebruikte krantenkop “Weer niet” kun je met reden en trots ook vervangen door “Alweer bijna de allerbeste”. Met de geleden imagoschade zullen we moeten leren leven en de eerstkomende wedstrijden moeten afrekenen.

In 2012 worden we weer Europees kampioen ten koste van Duitsland en dan zijn in 2018 – bid maar stevig voor een geslaagde missie – de tijd en het Hollandse voetbalklimaat rijp voor een heuse wereldtitel. Dat kan niet missen.

Read Full Post »

%d bloggers liken dit: