Feeds:
Berichten
Reacties

Posts Tagged ‘gebrek aan samenwerking’

Mijn missie was dus voortijdig volbracht. Mijn tekortkomingen braken me niet op, al was dat dan onvoorzien. Evenmin was voorzien dat mijn kwaliteiten ertoe bijdroegen dat de structurele defecten al snel werden opgespoord. Neemt niet weg dat dit veel anders en goedkoper had gekund. Maar ik vrees dat dit kenmerkend was voor de ad hoc-werkwijze en -consumptie van het Consulententeam. Sint Anna en Sint Joep snoepten driftig uit de subsidieruif, terwijl op andere plekken het geld veel harder nodig was. Waar was en is de coördinatie van de selectie? Waarom werd er niet veel meer gebruikgemaakt van de toen al ontwikkel(en)de expertise, zoals de Methode Heijkoop?  Vele situaties zouden niet zijn vastgelopen.

Het lijkt aannemelijk dat er in de zaak-Brandon, relatief gesproken, soortgelijke elementen een rol spelen. Dat hier sprake is (geweest) van de nodige inzet en betrokkenheid, lijdt geen twijfel. Maar dat doet niets af aan de onmenselijke, dus onwenselijke situatie. Men kan en mag dit niet accepteren! Dat wij in Nederland door de bank genomen een redelijk tot goede zorg hebben, is geen verdienste. Het zou een grof schandaal zijn wanneer dit niet zo was met de ruime middelen, welvaart en kennis die we voorhanden hebben. Dat betekent dat elke ongewenste situatie, zoals met Jolanda en Brandon, er een teveel is. En ik vermoed dat er in verpleegtehuizen en instellingen nog veel te veel onmenselijke toestanden heersen. Dat we bijvoorbeeld wettelijk moeten regelen dat incontinente ouderen bijtijds verschoond worden, is al een aanklacht op zich.

Oplossingen? Een eveneens ervaren co-blogger en -criticus gooit dubbele moraalridder Andries Knevel in het strijdperk. Zoals reeds vermeld: mijn  observaties en conclusies zijn gebaseerd op persoonlijke ervaringen van enige tijd geleden. Maar nog steeds heb ik contacten en affiniteit met oud-collega’s en met de zorgsector.  Dit weblog is daar een getuige van. Dat brengt enerzijds een niet volledig actuele kennis met zich mee, maar verschaft me anderzijds een positie vanwaaruit ik met de nodige distantie en neutraliteit de zaak kan beoordelen. Waarvan akte.

Oplossingsgewijs haal ik maar meteen mijn stokpaard van stal. Men spreekt doorgaans van iemands stokpaardje, maar in mijn geval is het een stevige knol. Ik kan me zeer wel voorstellen dat u, zeker nu, geen zin hebt om deze op zich behartenswaardige, maar zeer uitvoerige uiteenzettingen door te spitten. Daarom zal ik pogen om dit, al samenvattend, onder meer als oplossingsrichting te presenteren.


Want een betere, structurele, intentionele, onvoorwaardelijke samenwerking, een doordachte uitwisseling van kennis, middelen en mankracht, plus een efficiënte coördinatie zijn de onontbeerlijke fundamenten waarop de oplossingsconstructie moet worden gebouwd. Ik besef terdege dat dit niet alleen een gratuite, maar ook moeilijk te realiseren, laat staan af te dwingen voorwaarde is. Maar alles staat of valt nu eenmaal bij de intentie, de motivatie, de bereidheid om het doel, een menswaardige zorg, te bereiken. En samenwerking in alle facetten en geledingen is daarbij zowel de sleutel als de uitkomst
.

– Daarnaast is een betere, meer rechtvaardige, maar ook meer doelmatige verdeling van de financiën hoogst noodzakelijk. Er hoeft niet per se geld bij, want er kan mijns inziens stevig worden bezuinigd (beter gezegd, geld worden gewonnen) als gevolg van een veel betere, meer efficiënte samenwerking en gebruikmaking van middelen op allerlei gebieden .
– Opwaardering van het loon voor verpleegkundigen en begeleidkundigen in de zorg en drastisch korten op (loonhoogte van) vele overbodige managers en kaderfunctionarissen.
– Beter opgeleide en betaalde krachten inzetten in complexe (verpleeg)zorg.
– Gerichte, doelmatige toepassing van functiedifferentiatie, waarbij onderscheid wordt gemaakt tussen meer methodisch, planmatig functionerende en meer uitvoerende krachten.
– Verbetering en budgettering van specifieke opleidingen en opleidingseisen.
– Tot reële proporties terugdringen van onnodige/overbodige bureaucratie mbt rapporteren, registreren en protocolleren. En declareren!
– Veel meer aandacht voor en toezicht op inhoud i.p.v. beheersing, organisatie en productie. Toelichting: er wordt veelal volstaan met het kunnen overleggen van zorgplannen en protocollen met het oog op het binnenhalen van ‘bedden’ en budgetten, waarna (het toezien op/bewaken van) de inhoud en de toepassing er vaak niet meer toe doet. Met haar regelgeving en subsidiestructuur dwingt ook de overheid/politiek de zorgsector ertoe c.q. werkt het in de hand dat men zo te werk gaat.

Tot slot een vurig pleidooi voor een veel beter toezicht op en coördinatie van extra-subsidieafhankelijke constructies zoals het CCE, maar ook PGB (Persoonsgebonden Budget). Op het CCE heb ik momenteel niet veel zicht, maar de zaak-Brandon en het kennelijke feit dat er nog vele soorgelijke misstanden heersen, suggereren op z’n minst dat ook hier ‘winst’ te behalen is. Met het PGB heb ik meer (recent) ervaring en daarvan weet ik zeker dat dit veel doelmatiger, dus ook rechtvaardiger kan. Het ontbreekt ten enenmale aan toezicht op en bewaking van zowel de selectieprocedure als de toepassing van het budget. Met als helaas klassiek en repeterend gevolg dat het meeste geld oneigenlijk wordt opgeslokt door de brutalen, waardoor juist degenen die het  hard nodig hebben, misgrijpen.

Er borrelen in mij nog veel meer aanbevelingen en praktische uitwerkingen, maar laat ik vooralsnog volstaan met deze, in mijn ogen, onontkoombare uitgangspunten voor het verbeteren van de zorg en het uitbannen van onacceptabele uitwassen. In de hoop dat Brandon op redelijke termijn niet langer meer figuurlijk, maar letterlijk wordt afgetuigd.

Read Full Post »

Over het mis(daad)bruik en de schijnheilige zwijgcultuur binnen de Katholieke Kerk behoef ik hier niet verder uit te weiden. En let maar op: ook bij protestanten, gereformeerden en andere gluiperige geloofsgenootschappen komt vroeg of laat het schuim  bovendrijven. Nergens is het old-boys-networkgehalte zo massaal en intens doordesemd van het schandaal. Dat men uitgerekend in het walhalla der prediking van naastenliefde middels doofpot en ontkenning stelselmatig heeft nagelaten verder leed te voorkomen, is een onvoorstelbare misdaad en van een wrangheid die zijn weerga niet kent!

Tijdens mijn inmiddels afgesloten loopbaan in de Geestelijke Gezondheidszorg en Gehandicaptenzorg ben ik meermalen geconfronteerd met miscommunicatie en bewuste informatiemisleiding ofwel misinformatie van/door de leiding. De directe link naar latere, fatale incidenten is uiterst moeilijk vast te stellen, maar toch durf ik de stelling aan dat beter en meer verantwoord overleg in menig geval het nodige leed had voorkomen. Uit de media kennen we al jarenlang legio voorbeelden van flagrante blunders, grove beoordelingsfouten en cynische ontkenning van laak- en strafbare feiten.

Waarom wordt de moderne, met schier onbeperkte mogelijkheden en reikwijdte toegeruste technologie niet optimaal benut om informatie uit wisselen die van belang is voor de ander? Waarom, bij voorbeeld, heeft de Duitse politie niet alles in het werk gesteld om hun kennis van Robert M. door te sluizen naar waar of wie dan ook die het risico liep met hem te worden geconfronteerd? Waarom zijn de waarschuwingen voor Benno L. niet ter harte genomen? Waarom heeft in de MST-affaire de Raad van Bestuur en zelfs de toenmalige hoofdinspecteur Gezondheidszorg de zaak in de doofpot gestopt en nagelaten alles in het werk te stellen dat niet nog meer patiënten konden worden beschadigd door Jansen Steur?

Mijn treurigstemmende verklaring is deze. De betrokkenheid, verantwoordelijkheid en bezorgdheid van de doorsnee-beroepsbeoefenaar rijken niet verder dan de eigen cliënt(en), doelgroep en netwerkkring. Het is míjn patiënt, míjn werk, míjn competentie, míjn expertise. Men wil zich profileren, differentiëren, specialiseren. En heeft geen tijd, geen energie, geen intentie om er iets gezamenlijks van te maken. Want dan komt mogelijk het eigenbelang, de eigenrichting, de eigenheid in het geding. En waar de goede wil in beginsel wel aanwezig is, daar wordt deze gefnuikt door werkdruk en pruductieterreur. Maar het is, zoals vrijwel alles is, een keuze. De focus ligt op het zich indekken, het naleven van de protocollen, het maken van naam en productie, kortom op het zo goed mogelijk zorgen voor zichzelf.

Het verzuim en de onwil om samen te werken kosten niet alleen kwaliteit en onveiligheid, het kost ook nog eens een boel geld. Geld dat nu zo nodig bezuinigd moet worden. In de zogenaamde quartaire sector, maar ook daarbuiten, zou onnoemelijk veel geld kunnen worden bespaard en gericht efficiënt kunnen worden ingezet, indien er meer en beter zou worden samengewerkt. Op het gebied van zowel kennis-, apparatuur-, voorzieningen- als personeelsuitwisseling. De disproportionele kwaliteitsverschillen qua verzorging en huisvesting in bijvoorbeeld de Gezondheidzorg en Welzijnsector zijn een grof schandaal en een regelrechte aanklacht tegen de politiek en de verantwoordelijken die niet bereid zijn in te zetten op samenwerking en eerlijke verdeling.

Het is voor mij het grootste raadsel en tegelijkertijd de grootste schandvlek van de huidige samenleving. Het structurele onvermogen, de volstrekte onwil en de kennelijk diepgewortelde weerzin die leiden tot een vrijwel totaal gebrek aan samenwerking. Hoe talrijker en geavanceerder de ‘sociale’ media en communicatiemiddelen, des te schraler het communicatiepatroon ten dienste van het overleg en de samenwerking. We weten steeds meer, maar delen steeds minder met de ander. Althans waar het gaat om cruciale, essentiële wetenswaardigheden.

Het deficit wordt wellicht nog het ‘best’ geïllustreerd door de beschamende blauwtjes die de linkse, ‘progressieve’ politieke partijen mekaar laten lopen in hun onderlinge opvrijages. Partijen die onderlinge betrokkenheid, samenwerking en zorg voor de ander hoog in het vaandel hebben staan, falen hopeloos in het zelf en onderling tot stand brengen van samenhang en algemeen belang. Dat de samenleving, wij als burgers dus, zich dit laat aanleunen, is al evenzeer laakbaar. Evenals de onachtzaamheid en onverschilligheid, waarmee wij deze zelfde politiek en verantwoordelijken hiermee weg laten komen. Ook wij hebben kilo’s boter op onze hoofden.

Dezer dagen schreeuwen we moord en brand om de schandelijke affaires en nalatigheden, net als we dat deden in talloze eerdere kwalijke kwesties. Maar over een paar weken gaan we weer over tot de orde van de dag en werpt eenieder zich weer op zijn speeltje, zijn domein, zijn kunstje, zijn partij, zijn religie. Of worden we eindelijk wakker en weer alert op en voor de ander die niet direct tot onze inner circle behoort? En wordt heel misschien 2011 wel het jaar van de samenwerking.

Read Full Post »

Voorwoord: zo op het eerste oog hebben kindermisbruik, doofpotpraktijken, onnodige bezuinigingen en misstanden in zorg, bedrijfsleven en politiek niet zoveel met mekaar te maken, behoudens dan de verwerpelijkheid en impact ervan. Qua oorzaken en procesverloop lijken ze op hun eigen merites te moeten worden beoordeeld. Naar mijn stellige overtuiging ligt echter aan al deze zaken, zeker voor wat betreft ontstaan en afwikkeling, een en dezelfde, hardnekkige kwaal ten grondslag: een structureel, fundamenteel gebrek aan bereidheid en vermogen tot samenwerking. In twee afleveringen zal ik dit pogen te duiden en te onderbouwen. Dit keer zonder ironie of kwinkslag. Al jarenlang broeit en borrelt deze aanklacht in me. De actuele,  schokkende schandalen brengen het nu onstuitbaar aan de oppervlakte.

Woede, verbijstering, agressie, afschuw en machteloosheid vechten om voorrang als ik denk aan of geconfronteerd wordt met de zaak over kindermisbruik in Amsterdam. Of in Nijmegen bij de voetbalclub SV Hatert. Of denkende aan Benno L. Enzovoorts, enzovoorts. De machteloosheid komt voort uit het reële, maar daarom niet minder schrijnende besef dat dit soort affaires nooit geheel uit te bannen zijn. De overige emoties richten zich natuurlijk vooral op de dader(s) en op de markt en het klimaat die het mogelijk maken om dit soort gruwelen in de praktijk en aan – het is helaas meestal zo – de man te brengen.

Toch zijn mijn woede en agressie minstens zo sterk gericht op de onvoorstelbare incompetentie en achteloosheid, om niet te zeggen onverschilligheid van personen en instanties in een eerder en cruciaal stadium van dit soort zaken. Alleen dát al is uiterst laakbaar. Maar niet zelden gaat het ook om doelbewuste, doofpot- en na-mij-de-zondvloed-handelingen. Of nalatigheden. Telkens weer opnieuw blijkt dat er in dit soort affaires meerdere momenten en/of situaties zijn geweest waarbij, om wat voor redenen dan ook, doelbewust niet is ingegrepen. En indien wel, dan met het oogmerk om een schandaal te voorkomen en om uit de publiciteit te blijven. Onderdeel daarvan is het nalaten om andere instanties, geledingen of personen in te lichten, waardoor deze(n) zich hadden kunnen wapenen tegen naderend onheil. En zelfs zou je nog kunnen stellen dat daarmee wordt verzuimd de dader(s) tegen zichzelf in bescherming te nemen.

Het is uiterst wrang om dit telkens als een automatisme te moeten constateren. In elk geval zou ik, als ouder of dierbare van een slachtoffer, krankzinnig worden in het besef dat ‘men’ op een relatief eenvoudige wijze het onbeschrijfelijke leed  had kunnen voorkomen. Zelfs beseffende dat je hier nooit een garantie voor kunt krijgen, dan nog zou ik het de in gebreke gebleven personen of instanties uiterst kwalijk nemen. Ik vraag me ook in gemoede af of ik hiermee wel zou kunnen leven. Want geloof me: ofschoon verafopa, kwam het heel dichtbij!

De schrijnende voorbeelden van dit verderfelijke, ogenschijnlijk onuitroeibare, verdoezelingsgedrag liggen helaas voor het oprapen. Extra pijnlijk is de constatering dat het in de ‘beste families’, in de ‘hoogste’ kringen en bij de meest ‘geachte’ personen en instanties voortkomt. Niet zelden is het een van de uitwassen van het ‘Old-Boys-Network’, een gevalletje van ‘ouwe-jongens-krentenbrood’. Uit angst voor bevlekking van het blazoen, met mogelijk als gevolg gezichts- en inkomstenverlies. Ter voorkoming van slepende procedures of van wat dies meer zij: het leidt schier onontkoombaar tot doofpotpraktijken en struisvogelpolitiek.

Als blijkt dat men echt niet meer om ingrijpen heen kan, dan beperkt men zich tot het schoonvegen van het eigen straatje. Waar de potentiële recidivist naartoe gaat, wat deze elders teweeg kan brengen: “Het zal ons verder worst wezen, want wij zijn van het probleem af”. Hoe anders kan worden verklaard dat eerder veroordeelde personen, of waarvan het misbruik is bewezen, schijnbaar moeiteloos elders emplooi vinden?! Waarom neemt een professionele bestuurder of hulpverlener, waarvan je toch zou mogen verwachten dat deze zich ook verantwoordelijk voelt voor de cliënt buiten zijn eigen werkkring, niet de moeite en de verantwoording om werkelijk alles in het werk te stellen om herhaling te voorkomen??!!

Een sprekend, beter gezegd stilzwijgend, voorbeeld is de affaire Jansen Steur in het Medisch Spectrum Twente in Enschede. Nota bene degene die ten tijde van deze affaire hoofdinspecteur was van de  Inspectie Gezondheidszorg, dhr. Herre Kingma, wordt later de bestuursvoorzitter van MST! Het dossier staat bol van de omkoop- en doofpotperikelen. En let wel: Jansen Steur kon zijn dubieuze praktijken rustig voortzetten in Duitsland. Wij zijn er vanaf, wij hebben ons (juridisch) ingedekt, wij hebben het protocol nageleefd. De morele plicht, voor zover hier al sprake van is, strekt zich niet verder uit dan tot de eigen (net)werkkring. Een schrijnend en schokkend staaltje van ‘na mij de zondvloed’. Wordt vervolgd.

Read Full Post »

<span>%d</span> bloggers liken dit: