Feeds:
Berichten
Reacties

Posts Tagged ‘Biezenkuilen 8/69’

Alweer veel te lang geleden publiceerde ik mijn laatste (jubileum)aflevering in dit kader. Bent u de draad kwijt, dan kunt u desgewenst hieronder uw geheugen opfrissen.

Mijn (werk)leven werd dus rondom en de jaren na het millennium in grote mate beheerst door psychosomatische wederwaardigheden. Van lieverlee – en omdat ik altijd wel een vermoeden heb gehad dat er iets mis was met mijn slaapkwaliteit – maakte ik mijn herintrede op Kempenhaeghe te Heeze. Beter gezegd: op het slaap- en waakcentrum van Kempenhaeghe. Mijn eerdere onderzoeken aldaar hadden al in die richting gewezen en tot medicamenteuze behandeling geleid, maar dat bood weinig soelaas. Ervan uitgaande dat de onderzoeksmethoden en de expertise inmiddels weer gemoderniseerd en verbeterd waren, liet ik me opnieuw registreren en analyseren.

Maar tegelijkertijd was ik zodanig tegen mijn baan en functie op Severinus/Biezenkuilen aan gaan hikken, dat ik me genoodzaakt voelde de knoop door te hakken. Door aan te geven dat ik me niet meer in staat voelde om deze functie op deze werkplek nog langer naar behoren uit te oefenen. Ik ben met doorgaans volop, soms wat minder, medewerking en begrip van ‘Severinus‘ een traject ingegaan dat uiteindelijk heeft geleid tot het gaan werken bij de GGzE. Maar dan gaan we wel erg kort door de bocht. Ik zat een poos voor een gedeelte in de ziektewet en dat andere gedeelte werd ingevuld door werkzaamheden/klusjes van uiteenlopende aard binnen Severinus. Parallel daaraan liep een soort van re-integratietraject, inclusief een zogeheten assessment. Gaandeweg groeide zowel bij mij als bij de inmiddels ex-directeur het besef dat het beter zou zijn om niet terug te keren op de Biezenkuilen en om in/met een andere werkomgeving/functie-inhoud te gaan werken.

Ik kan en wil er niet omheen dat dit alles, met name als gevolg van een moeizame relatie met mijn toenmalige direct leidinggevende/sectorhoofd, nogal wat voeten in aarde heeft gehad. Om niet te zeggen met de nodige verwikkelingen gepaard is gegaan. Laten we volstaan met mijn interpretatie dat we beiden een verschillende uitleg gaven aan de/mijn situatie. Dat rijmt zonder dat het rijmde. Gelukkig is dit op de valreep, mede door interventie van de ex-directeur en mijn voormalige sectorhoofd, toch nog redelijk goedgekomen.

Ruwweg gesteld wilde ik een meer inhoudelijke dan coördinerende/organiserende baan en wilde ik ook af van de gebrekkige, voorspelbare communicatiestructuur die nu eenmaal inherent is aan de omgang met verstandelijk beperkte mensen; de relatief hoge zelfstandigheidsgraad van de Biezenkuilen ten spijt. Dat ik er daarmee in salaris op achteruit zou gaan, was een ingecalculeerde keuze. De assessment-procedure was een belevenis op zich. Alleen al vanwege mijn ‘opgebrande’ gevoel, maar ook door alle verwikkelingen, waren mijn zelfvertrouwen en energiepeil danig gekelderd en uitgerekend in die deplorabele conditie moet je geschiktheidstesten afleggen. Daarbij heb ik – iets wat intimi niet zal verbazen – heel wat discussies gehad met de onderzoeker over de formulering van de uitkomsten en dan met name over de stelligheid waarmee zaken werden geponeerd.

Volgens mij is geen enkele testcase/assessment zaligmakend dan wel geheel objectief, waardoor het minimaal gewenst is om in de conclusies herhaaldelijk te vermelden dat ‘dit onderzoek heeft uitgewezen’ i.p.v. iets als waar en onomkeerbaar te poneren en registreren. Dat neemt overigens niet weg dat er verhelderende conclusies in waren verwerkt, waarmee ik zeker ook mijn voordeel heb gedaan. En de kernconclusie dat ik te lang op dezelfde werkplek ben blijven hangen en (dus) stil ben blijven staan in mijn (werk)ontwikkeling, daar kon zelfs ik onmogelijk omheen. Maar dit moest ik wel even kwijt.

De insteek was dat ik vooralsnog in dienst zou blijven van Severinus, maar op detacheringsbasis elders zou gaan werken. Talloze sollicitatiebrieven en -gesprekken waren het gevolg. Let wel, ik was inmiddels de 50 ruim gepasseerd en wist eigenlijk niet meer wat solliciteren was. Sowieso heb ik altijd moeite gehad om mezelf aan te prijzen/te verkopen, deels ook vanuit de ietwat arrogante instelling dat ik altijd wel ergens voor gevraagd zou worden. Dat men mijn kwaliteiten wel zou zien en dat ik die dan wel ergens zou kunnen etaleren. In zo’n sollicitatietraject word je dan snel ontnuchterd, voor zover ik dat al niet was.

Ik zal u niet lastig vallen met alle gevolgde sporen die varieerden van consulent tot vrijwilligerscoördinator, van casemanager tot ambulant begeleider. Merendeels werd ik vriendelijk te woord gestaan en weer de deur gewezen. In een enkel geval was de be- en afhandeling verre van sollicitantvriendelijk. In het bijzonder de gang van zaken rondom mijn sollicitatie naar de functie ‘Coördinator Vrijwilligerswerk’ bij de stichting ORO in Helmond was ronduit schandalig. Ofschoon alweer járen geleden word ik opnieuw hels als ik eraan terugdenk. Met name dhr. Jans(s)en, destijds aldaar hoofd p & O – vrijwel overal de kleine p van ‘personeel’ en de grote O van ‘Organisatie’ –  en de contactpersoon in deze sollicitatieprocedure, verdient een ‘eervolle’ vermelding.

Binnenkort schets ik u de verdere gang van zaken op weg naar en tijdens mijn late wissel in de herfst van mijn zorgwekkende carrière.

Ps 1. Afbeelding Assessment is van http://www.intermediair.nl

Ps 2. Afbeelding Re-integratie is van reintegratieshit.blogspot.com

Ps 3. Afbeelding Detachering is van http://www.nachtportiers.com

Read Full Post »

Ik heb al eerder bekend dat wij in enigerlei mate niet vrij waren van profileringsdrang. En misschien moet ik deze bekentenis wel tot mezelf beperken. Mijn wars zijn van en aversie tegen de inrichtingsvorm en -cultuur zullen hier zeker mede debet aan zijn geweest. Dat neemt evenwel niet weg dat een zekere mate van gerechtigheid en zelfs van verdienste ons zeker toekomen.

Daarbij is er bij velen een bepaalde stereotiepe, vaak met onderschatting gepaard gaande opvatting ontstaan over de ‘zwaarte’ van het werken in een buitenhuis als de Biezenkuilen. Vanwege de relatief hoge zelfstandigheidsgraad van de bewoners wordt er maar al te snel van uitgegaan dat de begeleiding een makkie is. Maar in acht genomen de sterke persoonlijkheden en moeilijke  karakters; de lang niet altijd harmonieuze, dus conflictueuze onderlinge band; de bij sommigen hardnekkige gerichtheid op de buitenwereld, met als risicofactor een grote mate van beïnvloedbaarheid: dit alles maakt(e) het werk op de Biezenkuilen weliswaar boeiend en enerverend, maar lang niet altijd even gemakkelijk. En dan laten we de bewoners met extra handicaps als zware diabetes, epilepsie en spasticiteit nog buiten beschouwing.

Ook zeker niet iedereen blijkt daarvoor geschikt. Met name jonge mensen hebben vaak moeite met de naar verhouding mondige, eigenzinnige bewoners. Ze zijn het vak ingegaan om te (ver)zorgen, mensen letterlijk te helpen en moeten nu juist een stapje terug doen, wegblijven. Het credo “Hoe minder je in direct helpende zin zelf hoeft te doen, des te beter je je werk doet”, is voor menigeen – en zeker voor een enthousiaste jongere – moeilijk te vatten en vooral lastig in de praktijk te brengen. Dat deze werkinstelling en -methode heel wat voorbereiding, anticipatiekunst, observatievermogen plus evaluatie vergen, dat leren ze hopelijk later, maar helaas velen nooit. Omdat het in de welke begeleidingszorg dan ook nu eenmaal nog steeds schering en inslag is  om te veel en te snel te (willen) helpen en in te grijpen.

Helaas staat daar weer tegenover dat in andere, overschatte zelfstandigheidssituaties, vele wel hulpbehoevenden aan hun vermeende zelfbeschikkingsrechtlot worden overgelaten. Zorg op maat: een veel gebezigde term en beleden visie. Het klinkt zo simpel en vanzelfsprekend, maar de praktijk van alledag laat vrijwel overal zien dat de plank helaas maar al te vaak wordt misgeslagen.

In de volgende editie zal ik beschrijven welke invloed al deze en ook andere facetten/factoren hadden op het reilen en zeilen van Biezenkuilen 8/69 en van mij in het bijzonder gedurende de beginjaren van deze eeuw.

Read Full Post »

Toelichting vooraf: Dit is geschreven/gepubliceerd in maart 1998, toen Biezenkuilen 8/69 werd verbouwd en we tijdelijk terug verhuisden naar De Berkt, dus weer veel meer als we waren gewend te maken kregen met de inrichtingscultuur.

We zijn terug op De Berkt. De Biezenkuilen – de moeder aller buitenhuizen – en schrijver dezes in het bijzonder, leggen het hoofd tijdelijk in de schoot. Terwijl Tus 65 zich als eerste heeft overge­leverd aan de omgekeerde integratie en is geëmigreerd naar de overkant, zijn wij per ommekeer verkeerd geïntegreerd naar en in De Berkt. Tus 65 heeft de primeur en De Biezenkuilen neemt al­daar de honneurs waar.

Dat is curieus in velerlei opzichten. Een opmerkelijke kringloop van gebeurtenissen. Ikzelf stond namelijk aan de wieg van Tus 65, dat toen nog gewoon paviljoen 6, groep 5 heette, omdat we door de Platanen de laan nog niet konden zien. We waren toen letterlijk de weg kwijt. Dit geldt kennelijk ook voor mijn nakomelingen, want op een uitnodiging voor een reünietje of een andere feestelijke aanleiding zitten mijn vroegere collegae en ik nog steeds te wachten. Historisch besef verrijkt het heden en de toekomst, hetgeen in de vernieuwingsdrang en de worsteling met de realiteit nogal eens over het hoofd wordt gezien.

Het omgekeerd integreren heeft dus vooral voor mij iets intrigerends. Ik word overspoeld door nostalgie, déja vu-verschijnselen en AH-erlebnissen. Dat laatste vooral omdat Albert (en) Hendriks nu weer dichter op mijn lip zit(ten). Ik snuif weer de aloude vertrouwde geur op. Ik hoor weer de bekende geluiden, het geruststellende gemonkel van Henk Bieshaar. Ik zie en ervaar weer aan den lijve het ongemak van de zwijgende ochtendploeg in het nachtdienstkantoortje, waar uitgerekend onze leerlinge van het allereerste uur nu nachtdienst draait. En ik voel nog steeds en weer in volle hevigheid de pijn en de klap van de vlizotrap, die in een onbewaakt ogenblik op mijn voorhoofd neerdaalde. Inderdaad, daar is het dus van gekomen…

Maar de opluchting overheerst. Want slechts de intrige was destijds volledig geïntegreerd. De inte­griteit was ver te zoeken en van Gentle Teaching herinner ik me alleen nog maar vaag de door­waakte nachten tijdens de onvolprezen themadagen. Daar kunnen ze nu nog iets van leren en dan druk ik me nog zachtjes uit.

Is er dan zoveel veranderd? Ja en nee, om maar eens ’n politiek antwoord te geven in deze verkie­zingstijd. Wees niet bevreesd, ik ga niet wederom afgeven op de facilitaire dienst of op de inrichtingscultuur. Daar is ook weinig reden toe, al is het alleen maar vanwege het onwankelbare feit dat werkculturen niet te doorbreken zijn zonder drastische maatregelen. Het is slopen of verkopen. Het is pompen of verzuipen. De dood of de gladiolen. En let wel: dat geldt ook voor de moeder aller buitenhuizen.

Nog maar koud neergestreken op het nest, moest ik al de kat de bel aanbinden omdat de buschauf­feur diezelfde bel slechts luidde om ons te verwittigen dat-ie uit zichzelf wel kwam en mocht bin­nenvallen. “De deur was toch niet afgesloten, ik ben dat zo gewend en bovendien moet je niet zeuren jongen, want jouw(!) bewoner stond niet klaar zoals afgesproken. Ik ben zo coulant om ‘m te ko­men halen en dan krijg ik dit op m’n brood!” “Ja maar meneer”, was mijn schuchtere verweer, “als ik bij u aanbel en de deur is niet gesloten, dan loop ik toch ook niet…” Ach laat maar.. De muur van verongelijktheid en onbegrip was ondoordringbaar.

Ook aan mijn pionierswerk komt een eind. Biezenkuilen 8 bivakkeert op Paviljoen 6 groep 5 en Tus 65 huist nu op Platanenlaan 50/52. Men is verhuisd en nu staat de deur altijd voor je open. Voor een tijdelijk onderkomen is het zonder meer een prima uitkomst, waarvoor onze dank. Maar sorry, ik voel me er niet thuis. Zoals ik me er nooit echt heb thuisgevoeld, alle dierbare herinneringen ten spijt.

Voordat we straks ook nog worden uitgeluisterd, wordt het de hoogste tijd om onomkeerbaar te desintegreren.

Read Full Post »

%d bloggers liken dit: