Feeds:
Berichten
Reacties

Posts Tagged ‘1. PRIMEURS’

Vakantietieseizoen, komkommertijd. Dé periode om op dubbelgangers te stuiten. Maar eerst halen we er eentje uit de oude doos, althans de ontdekking ervan dateert reeds van enige jaren terug. En eerlijk gezegd waren het de zonen die er mij op attendeerden. Nog beter gezegd: die de alsmaar in mijn hoofd sluimerende koppeling, wanneer ik een van beiden in beeld zag, tot stand brachten. Want dat is het wel: je moet hen in beeld zien om de gelijkenis te herkennen. Daarom de keuze voor video’s en dat viel nog niet mee! Vooral van de verleidelijk ongelukkige huis-aan-huis-schrijfvrouw was nauwelijks een geschikt, kort videootje te vinden. Dus zou het kunnen zijn dat u het in dubbel opzicht geen gezicht  vindt. En mij dus in het ongelijk stelt. Maar toch, je moet er moeite voor doen en er oog voor hebben. Speel wat met de filmpjes, ‘spoel’ ze door, zet ze stil en let vooral op de mimiek en de oogopslag. Ons  zou het  in het geheel niet verbazen wanneer Hugo Borst en Heleen van Royen dezelfde verwekker(s) zouden hebben. En vooruit, het is té frappant en verleidelijk om te laten liggen, door dezelfde borst zouden zijn gevoed.


Read Full Post »

Om maar niet in de pas te lopen met de gangbare loopbaantrajectroute, liet ik de obligate kaderopleiding aan mij voorbij gaan. De Sociale Academie, dat leek me wel wat. Vooral academie vond ik goed en interessant klinken en sociale daar kon je toch ook bij de medemens mee aan komen. Bovendien werkte vrouwlief destijds bij de Sociale Dienst, stemde ik op de toentertijd nog socialistische PvdA en werden buitenhuizen ook wel sociowoningen genoemd. Toen het begrip sociopaat zijn intrede deed, is men echter rap van deze benaming  afgestapt.

Maar u begrijpt dat deze medemenselijke, academische opleiding op mijn lijf geschreven zou moeten zijn. Ja, goed gelezen, zou. Ik  moest echter eerst nog worden toegelaten en dáárvoor liep ik met mijn MULO-diploma niet in het juiste spoor. Ik werd in allerijl, maar ook wederom nauwelijks voorbereid (want Heintje zou dat varkentje wel eventjes wassen) aan een toelatingsexamen onderworpen. Nooit vergeet ik meer de radeloze paniek die bij mij toesloeg toen ik tijdens het examen in vreselijke tijdnood geraakte en er dus helemaal niets van bakte. De hoogmoed kwam weer eens voor de val, net als zo’n 10 jaar daarvóór op de MULO.

Toch kwam Mazuro, al had  ik toen geen benul dat ik ooit zogenaamd  door het leven zou gaan, op de Sociale Academie terecht. Via een schielijke, Eindhovense omweg kon ik na een voortraject op de ene (Den Elzent), verder op de andere academie (De Dommel). Zie hier waartoe dat allemaal kan leiden. Toen dacht ik slim te zijn geweest, maar alras wist ik beter. Ofschoon er wel degelijk interessante vakken, kundige docenten en aardige medestudenten waren, hing er toch voortdurend een verstikkende deken van hypocrisie, wannabe-progressiviteit en onwaarachtigheid over de hogeschool der menslievendheid. Althans in mijn beleving. Er waren evenwel vele medestudenten die er zich ogenschijnlijk  helemaal thuis voelden.

Vooral tijdens de lessen ‘Groepswerk’ openbaarde zich de sociale academilitarisatie in al haar facetten. Heb nooit op – god betere  het! – de Koninklijke Militaire Academie gezeten, maar zoals u misschien nog weet, wel het twijfelachtige genoegen gesmaakt om als Jan Soldaat te fungeren. Dus enig recht van spreken mag ik in mijn zak steken. Al klinkt het paradoxaal, de sociale en militaire academische milieus vertonen opmerkelijke parallellen. Ook al kent het leger meer uitgesproken, uitgeschreven regels en hiërarchische structuren - de ongeschreven, informele wetten en met name de groepsdruk en -dwangcultuur van althans die Sociale Academie, hadden een minstens zo opgelegde, wurgende werking.

Als schrijnendste voorbeeld geldt de situatie waarin een Severinusmederker, een collega dus en medestudent, tijdens een les zich kennelijk geroepen, lees gedwongen, voelde om een aantal negatieve zaken aan Severinus te koppelen welke  kant noch wal raakten. Maar die er bij de sociale goeroegemeente in gingen als Gods woord  én zilverling in een ouderling. Kritiek op Severinus en op de gehele Zorg en Welzijnsector is mij geenszins vreemd, dat zult u inmiddels wel uit mijn geschriften hebben opgemaakt. Dit was echter niet alleen maar apekool, het kwam linea rectaal voort uit de heersende ‘zorg dat men hoort wat scoort’-cultuur van deze opleiding.

Zoals gezegd, niet alles was groepskommer en kwel. Qua leerniveau kon ik, zonder dit keer mezelf te overschatten, gemakkelijk mee. De behaalde punten bewezen dat. En ik wilde ook niet te snel afhaken. Precies op de helft, na 2 jaar, heb ik tijdens de vakantieperiode tot vervelens toe gewikt en gewogen. Had al 2 jaar geïnvesteerd en het volgehouden. Bovendien zou een hogeschooldiploma me geen windeieren leggen. Maar wilde ik nóg 2 jaar lang, mijns ondanks, bijna wekelijks in een wereld vertoeven die in vele opzichten niet de mijne was?! Nee, dus! Met gemengde gevoelens, waarin evenwel de opluchting overheerste, nam ik afscheid van dit niet bijster schone milieu. 

Ondertussen werd de wereld in ijltempo gedigitaliseerd, geëlectroniseerd en gealarmeerd. Dus ook Severinus. Overal werden alarmkasten geïnstalleerd die rampen moesten voorkomen en het veiligheidsgevoel moesten verhogen. Ook het kantoortje annex slaapverblijf van de Biezenkuilen werd met zo’n ‘rustbrenger’ opgepimpt. Mijn eerste nacht met Big Brother – het kan goed in 1984 zijn geweest! – was een nacht, die je alleen in…..
Deze doorwaakte duisternis was de directe aanleiding voor mijn allereerste column* onder de  Severinusvlag, aanvankelijk nog onder eigen naam en later onder onder de vlag Primeurs. En dát is weer de aanleiding geweest voor de nodige, soms alarmerende, dan weer enerverende en vaak fascinerende wederwaardigheden. Waarover de volgende keer meer.

* Wilt u dit kronkelend debuut lezen, selecteer dan hiernaast onder Archief februari 2010 en dan vind u het onder de titel Een kronkelend debuut.

 

Read Full Post »

Voor de volgers van dit feuilleton zal het niet meevallen om – in goed Nederlands uitgedrukt – up to date te blijven. Want ook nu weer dateert de laatste editie in dit kader van zo’n twee maandjes terug. Dat is, ik geef toe, een zorgelijke ontwikkeling. Maar misschien kunt u, conform gebruik in tv-land, de zomermaanden gebruiken om herhalingen van vorige afleveringen te bekijken. Met excuses voor de arrogante veronderstelling dat u daar behoefte, laat staan tijd voor zou hebben. Het is simpelweg aan mij om elke kroniek op zich de moeite van lezen waard te doen zijn. Om het zodanig te beschrijven dat het herinneringen aan en herkenning oproept van eerdere schrijfsels over mijn levensloopbaan in de Geestelijke Gezondheids- en Gehandicaptenzorg.

Maar eerst staan we even stil bij deze evenzo bijzondere als markante  foto, die ik u niet wilde onthouden. (Indien u klikt op de foto, krijgt u een wat scherpere versie).
We schrijven, denk ik,  zo om en nabij midden jaren ’70. En nee, het is geen Dennendal-voetbalelftal. U ziet het voetbalteam met begeleiders van de Severinusstichting. Van buitenhuizen e.d. was nog geen sprake, dus deze mannen en vrouwen woonden/werkten op ‘t Honk of op De Berkt.   Een gevleugelde en, toegegeven, ook wat oneerbiedige uitdrukking van destijds was: “Je kunt het verschil tussen begeleider en bewoner/patiënt/cliënt nauwelijks zien”. Of: “Waar je mee omgaat, ga je op lijken”. Ook wel  toegepast/van toepassing op hond en baas. Voor de bijdehantjes: uw chroniqueur bevindt zich niet tussen de aanwezigen. Een andere, eveneens niet erg gepaste vergelijking dringt zich op, nl. die met (krijgs)gevangenen. U moet weten dat de architect van De Berkt, dhr. Fons Vermeulen, alles tot in de puntjes contractueel had laten vastleggen. En dat bestreek zelfs de kleuren en het ontwerp van het voetbaltenue. Ook al is het dan in zwart-wit, het oordeel laat ik gaarne aan de lezer/toeschouwer over. In elk geval maakt het de foto nóg opmerkelijker en historischer. Let vooral op de avant la lettre-stoeragressieve pose van diverse spelers. Tegenwoordig is dit usance en is lachen ten strengste verboden voor een poserende voetballer, maar deze kanjers waren dus hun tijd ver vooruit.

Speciale aandacht – maar die was waarschijnlijk al getrokken – voor de imponerende verschijning op de onderste rij, tweede van links: Harrie, bij leven fervent PSV-supporter en met wie ik samen  heel wat, vaak troosteloze, thuiswedstrijden heb bezocht in, voor insiders, de ‘Koolhof/Wildschut/ Thoresen‘-periode. Harrie was bewoner van de Biezenkuilen en ‘viel dus onder mijn hoede’. Helaas veel te vroeg, zowat in mijn armen, aan kanker overleden. Ook Bennie, de als een stoere verdediger ogende man met de armen wijduit in de zij, staande derde van links, is helaas niet meer. De ontzag inboezemende man met bril, middenin bovenste rij is Ben, een zeer fanatieke Ajax-supporter. Ook hij is nu Biezenkuilen-bewoner. En de wat verlegen poserende dame geheel rechts, Fija, was eveneens een van de bewoners die bij aanvang de Biezenkuilen betrokken. Na enkele jaren is zij verhuisd naar een ander buitenhuis. En natuurlijk mag de geblokte verdediger met bril, derde van rechts boven, niet onvermeld blijven. Hij is reeds een en al voorbereid op zijn plek en houding in het muurtje ingeval van een directe vrij trap tegen. Hoop wel dat iemand hem tijdig heeft ingefluisterd de handen voor het kruis te houden…
Niet alle personen op de foto zijn mij bekend, althans niet van naam. Misschien dat er iemand onder de lezers is – Jac?- , die wel iedereen kent en dit aan mij kenbaar wil maken.

Ondertussen zijn we aanbeland bij  de (begin)jaren ’80, waarin buitenhuis De Biezenkuilen, én dus ook deze jongen, steeds meer te kampen krijgen met hun uitzonderingspositie. Zowel organisatorisch/hiërarchisch als zorginhoudelijk. En we arriveren zo meteen bij het historische moment waarop uw scribent zijn eerste schuchtere schreden zet op het glibberige, kronkelende columnistenpad en dus de allereerste Primeurs (maar dat mocht toen nog niet die/geen naam hebben) het leven ziet en zich lezen liet. Ter verheldering zij vermeld dat het Severinus-informatieblad voor medewerkers, ouders en andere betrokkenen, waarin Primeurs jarenlang te berde werd gebracht, aanvankelijk De Kronkel en later Te Berde heette. Eind deze week mag u de volgende aflevering in uw mailbox verwachten.

Read Full Post »

Ineens heb je dan een kleinkind. Nou ja, ineens… Je hebt negen maanden incubatietijd. Je  hoort en ziet de echo’s. Je voelt de schopjes op schone dochters aanwassende buik en wordt dus met enige regelmaat geconfronteerd met de door eenieder als ingrijpend en gelukzalig aangekondigde wijziging in je leef- en belevingssituatie. Maar toch, hoezeer  je óók in verwachting bent, het wordt je toch enigszins abrupt in de schoot geworpen. Van de ene op de andere dag ben je opa, grootvader. Jarenlang moest ik er niet aan denken! Kon me er ook helemaal niets bij voorstellen, niet in het minst omdat ik zonenlief  nog niet zo gauw zag stappen in een kleinvadermaatschap.

Vrijwel iedereen om me heen verzekerde mij van de ongekende vreugde die een kleinkind voor de grootouders met zich mee ter aarde bracht. En, dat was ook onvermijd- en onmiskenbaar in vele, nabije gevallen te zien. Want menigeen wordt monomaan in zijn/haar grootouderlijk bestaan. Heel hun wereld draait om de geluksbrenger en heel de buitenwereld moet dat weten. Weg kredietcrisis, wantoestanden, onrecht, interactie en belangstelling voor andermens wel en wee – zelfs kleinkind! – de leefwereld heeft zich onontkoombaar verengt tot hun (klein)kind en wordt als ouder uitvergroot. Met een mengeling van verbazing, irritatie en meewarigheid heb ik altijd dit - voor insiders het f-woord omzeilend - tunnelvisiegedrag aanschouwd. En me heilig voorgenomen daar verre van te blijven.

Eerlijk gezegd was dit een lichtelijk gratuit voornemen, gezien de relatief grote, letterlijke afstand tussen een aanstaand kleinkind en onze woonplek. Eindhoven-Amsterdam. Ik bedoel maar, je wipt niet zomaar even binnen. Maar afstand is niet alleen relatief qua lengte, ook in figuurlijke zin is het aan allerlei gradaties en kwalificaties onderhevig. Wat dat betreft is het toch ook weer heel nabij. Want vanaf de eerste blik, het eerste kirgeluidje, de eerste aanraking, het eerste geurtje, komt het rechtstreeks binnen in je hart. Om zich daar onwrikbaar en onaantastbaar diep te nestelen. Dus inderdaad, het hebben van een kleinkind is een gelukzalige ervaring. Een wonderbaarlijk dierbaar geschenk.

Maar toch ook iets als een onbereikbare liefde - want grootouderschap vereist de nodige distantie en discretie – die je bij de strot grijpt en nooit meer loslaat. Waar je aldoor naar verlangt en wier levendigheid, maar ook beeltenis, je telkenmale verrukt en ontroert. En waarvoor, zoals bij alles wat je dierbaar is, je vreest dat het iets overkomt. Dat het niet is opgewassen tegen de grote, boze wereld. Dat het onrecht of verdriet wordt aangedaan.

Maar de hoop, de tintelende verwachtingen, de trots en het optimisme overheersen. Want diep in je hart weet je het zeker. Het wordt een mooie, intelligente, spontane, lekker eigenzinnige, sportieve meid. Iemand die geniet van het leven, maar tegelijkertijd voldoende diepgang en betrokkenheid heeft om een wezenlijke bijdrage te leveren aan de maatschappij. En als dat niet zo is, of in elk geval anders dan ik me dat in mijn grootvaderlijk gekokerde visie voorstel, dan weet ik zeker dat ze hoe dan ook iets zal hebben wat de moeite waard is.

Maar hoe monomaan is nu mijn grootvaderlijk bestaan? Och, er zijn nog genoeg belangrijke zaken in het leven die zich in mijn zeer betrokken en bewogen aandacht mogen verheugen. Zoals daar zijn het WK voetbal, een aantal lieve vrienden en vooral vriendinnen en natuurlijk de nieuwe trendkleur PaarsPlus. Zo heb ik onze lievelin al het geluid van de vuvuzuela leren nabootsen; mijn vriend(inn)enkring bestookt met kokette kleinkindkiekjes en heb ik het wereldwonder een paars plusfourtje geschonken, dat haar natuurlijk beeldig staat. Je kunt er niet vroeg genoeg bij zijn om je kleinood bewust te maken van wat er zoal speelt in de grote mensenwereld en wat haar allemaal te wachten staat.

Deze opa heeft dus heus wel oog en oor voor andere zaken. Als dat niet (meer) zo is, wilt u mij dan alstublieft waarschuwen. Zo’n kleine zuigelin noodt nu eenmaal onweerstaanbaar uit om lief te hebben. Maar er is meer op deze wereld. Zegt men. Alleen weet ik op dit moment niet zo goed wat dan.

Read Full Post »

De Griekse volksaard en omgangsvormen sluiten sowieso goed aan bij althans mijn vakantiewensen en -voorkeuren.  Ze zijn vriendelijk, behulpzaam en ontspannen. Uiteraard is dit een stereotypering, een generaliserende kwalificatie. Zeker in deze tijd van Griekse toestanden komen ook andere karaktereigenschappen en gedragingen aan het licht. En bovendien vormen gemakzucht, onverschilligheid en ongedisciplineerdheid de schaduwzijden van de voor toeristen weldadig aandoende eigenschappen. Maar dit moet geen politieke, sociologische verhandeling worden, dus blijven we verkeren in vakantiesferen.

Zoals reeds vermeld stond deze vakantie in het teken van eilandhoppen. Hoppenderweg bleek dat meerdere vakantiegangers hetzelfde plan hadden opgevat. Zodoende kwamen we regelmatig dezelfde mensen tegen die een identieke routing hadden gekozen of in een wat andere verdeling de eilandjes bezochten. De toeristische globalisering beperkte zich merendeels tot landgenoten, Scandinaviërs en Britten. En niet te vergeten een verdwaald Belgisch echtpaar! Waarover later meer. We zaten nog in het voorseizoen, wat impliceert dat het sowieso minder druk is en dat het toerisme wordt gedomineerd door de relatieve ouderdom. Maar vanwege het geringe hiphopgehalte van deze eilanden zal het waarschijnlijk weinig aantrekkingskracht uitoefenen op de jongere vakantieganger. Al was het wel zo dat met name Skiathos-stad haar uiterste best deed om de hiphopper te pleasen.

Waar ik vanuit mijn jeugd kennis maakte met het begrip hopman, was het slagdeel hopvrouwen verreweg in de meerderheid. Het Hollandse contingent bestond uit diverse damesparen. Een duo hoplieden bevond zich voorzover ik weet niet in ons rondootje. Nu is het geen onbekend verschijnsel dat vrouwen veel eerder en vaker samen op vakantie gaan. Dat is, verhoudingsgwijs, waarschijnlijk van alle tijden. Vrouwen gaan nu eenmaal graag met met mekaar op stap en zolang het aantal onder de drie blijft, is dat geen enkel probleem. Nou ja, soms is ook al het gekwek van twee irritantes iets teveel van het goede, zoals bijvoorbeeld in de sauna of op het terras, maar we begrijpen dat je slechts diepgaand en hoogstaand kunt conserveren met je eigen soort.

In elk geval waren de divaduo’s, die wij alleen maar te en in stevige pas telkenmale tegenkwamen, zonder uitzondering aangenaam gezelschap. En, hoewel van of zelfs ruimschoots boven onze leeftijd, uiterst vief en ondernemend. Waren de ‘echte’ paren dat dan niet? Awelzeker! Wijzelf natuurlijk. Anders waren we de andere activisten natuurlijk niet zo vaak tegen het laatbloeiende lijf gelopen. Want behoudens het hoppen, bleken nogal wat paren dezelfde kennis en nieuwsgierigheid als wij te willen vergaren. Aldus onstond toch een soort van onderlinge hiphopsaamhorigheid.

En dit dan met drie paren meer in het bijzonder. Twee schooljuffen in ruste, alhoewel rusten nou niet bepaald de eerste associatie is die bij mij opkomt, terugdenkend aan deze  dames. Twee kwikzilverachtig kwieke madammen, waarmee we nog een fles witte wijn hebben stukgeslagen, al wachtend op een bus die een andere vertrektijd in gedachten bleek te hebben dan wij. Ook aan een wat jonger, gemengd stel bewaren we goede herinneringen. Zij bleken opvallend vaak dezelfde plannen te hebben als wij, waardoor vanzelf het contact culmineert en intensiveert. Echte vakantiegangers, zeg maar gerust globetrotters. Werken bij de bank is blijkbaar lucratiever dan er je geld op zetten.

En dan onze Belgische vakantievrienden. Een echtpaar, of in elk geval een echt paar, dat exact hetzelfde hiphopritme had als het onze en dat bovendien op Alonissos dezelfde accommodatie had uitgekozen. Zij bleken ook de enige Belgen te zijn die de oversteek hadden gewaagd. De man in kwestie was welbespraakt en welluidend als Jaques Brel die het Vlaamse vlakke land bezingt. De Grieken zouden hem wellicht als orakel beschouwen.
Let wel! In geen enkel opzicht hebben wij dit als storend ervaren, integendeel. Hij wist mijn lieftallige egaa, die toch nooit ofte nimmer om een praatje verlegen zit, in verbale viruositeit te evenaren, zo niet te overtreffen. Zo ontstond er ook een gelaten, stilzwijgende  lotsverbondenheid tussen zijn metgezellin en mijn persoon. Onze verbaal vlotte Vlaming kende evenwel zijn klassieken alsook zijn klassiekers en blonk uit in kennis van zowel de Griekse topografie, de mythologie als de metereologie.

Door welke volken, rassen en klassen we ons nog meer lieten verrassen, kunt u binnenkort lezen in het 3e en tevens laatste deel. Dat belooft een zoektocht te worden naar cultureel-antropologische verklaringen voor het het menselijke gedrag van de toerist. Of zo u wilt, het toeristische gedrag van de mens. 

Read Full Post »

De vorige aflevering in dit kader dateert alweer van 27  februari jl. En aangezien het wellicht teveel is gevraagd  om van u te verwachten dat u nog weet waar we zijn gebleven, zal ik u een beetje bijpraten. We schrijven zo omstreeks begin jaren ’80. Het buitenhuis Biezenkuilen 8 – De Biezenkuilen – heeft haar ontmaagding achter de rug. Haar onschuld (lees naïviteit) enigszins verloren, maar waant zich wel degelijk hemelbestormend, revolutionair en eenmalig in haar soort. De inmiddels meerdere buitenhuizen ten spijt. De Biezenkuilen was en is nog steeds de moeder aller buitenhuizen. Tenminste dat vonden en vinden wij, of in elk geval ik dacht en denk er zo nog steeds over.

Het is juist die houding die velen een doorn in het oog was. Die kwaad bloed zette en afgunst wekte. En wij waren niet te beroerd, zeker ik niet, om dit smeulend vuurtje aan te wakkeren. Met daarbij de status aparte in hiërarchische lijn als flakkerende woelwind. Want we waren, afwijkend van de organisatiestructuur, niet gekoppeld aan een paviljoen(shoofd), weet u nog? Wat zo’n zelfde paviljoenshoofd ertoe verleidde om mij, aangeschoven bij hun overleg, fijntjes te vragen: “En, hoe gaat het met je paviljoen”? Van die dingen, zou Cor – hou je d’r buiten Cock! – van der Laak zeggen. En wel hierom! 
U begrijpt, men liet het er niet bij zitten. Feitelijk verhoogde dat mijn status aparte-gevoel en droeg dat alles alleen maar bij aan een gestaag groeiende   geuzen- en pionierswaan.

Menigeen zal het als verwaand hebben beschouwd en misschien was dat ook wel een beetje zo, maar toch: we deden niets meer of minder dan proberen alles zo normaal mogelijk te laten verlopen. En we hadden wel degelijk een soort van trots, een grote mate van betrokkenheid en de ambitie om er echt iets nieuws, iets baanbrekends van te maken. En veel minder gehinderd door allerlei bureaucratische en hiërarchische barrières, voelden we ons helemaal zelf verantwoordelijk voor zowel falen als succes behalen.

Want natuurlijk hebben we links en rechts gefaald in die zin dat we, zeker in den beginne, teveel verwachtten van ‘onze’ bewoners; dat we te zeer bezig waren met ons project in plaats van de cliënt(en) zelf uit te gaan. Terwijl dat nog wel het uitgangspunt was van de verdunningsstrategie, de decentralisatie. Want ook, misschien zelfs wel juist de vernieuwer is niets menselijks vreemd. Dat alles mag evenwel het toch wel degelijke succesverhaal niet verhullen. Ook de bewoners ontwikkelden een zekere mate van zelfbewustzijn en voldoening als gevolg van hun toegenomen zelfstandigheid in vrijgevochten vrijheid.

We hebben de qua instelling klassieke, geconditioneerde reflex om bij conflicten en incidenten meteen terug te grijpen naar structuur en regelgeving grotendeels kunnen weerstaan. Hebben, waar mogelijk, tegenslagen en relatieve onaangepastheid voor lief genomen teneinde een, per persoon, zo groot mogelijke mate van individuele bewegingsvrijheid en zelfstandigheid te bereiken. Ook de daarbij onvermijdelijke ‘terugval’ van het groepsgebeuren, namen we op de koop toe. Te meer omdat dit merkbaar ook groepsdrukverlaging met zich meebracht.

Het is voor de juiste beeldvorming en een goed begrip van belang om dit alles wel in perspectief te plaatsen. Om het te relativeren en vooral te nuanceren en differentiëren. Want uit ruimschootse ervaring weet ik dat de mens gaarne generaliseert, kanaliseert, etiketteert, projecteert en interpreteert. Ofwel: de mens eert vrijwel alles, wat hij niet kent. Da’s inderdaad leentjebuur spelen bij de spreekwoordelijke boer die dan niets ee(r)t …

Want niet elke bewoner onderging dezelfde ontwikkeling en ook niet elke bewoner schatte de vrijheidstoename op dezelfde waarde in. Daarbij ging eenieder er ook nog eens op zeer eigenwijze mee om. Toch kon je wel onderscheid maken tussen de meer geïnstitutionaliseerde, gezagsgetrouwe personen en de meer vrijheidslievende, individualistisch ingestelde geesten. Waarbij we ook een zekere mate van zelfonder- danwel -overschatting in acht moeten nemen.

Buitenstaanders, maar ook zeer zeker ‘insiders’ – en dan met name op een hoger echelon (managers, directieleden, bestuurders) – plegen gehandicapten in welke vorm dan ook, vaak over één kam te scheren. Men heeft dan het beeld van één verstandelijk beperkte of psychiatrische patiënt voor ogen dat model staat voor hun visie en bekendheid hieromtrent. Deze beeldvorming en gegeneraliseerde opvatting zijn evenzo hardnekkig als schadelijk voor de zorg, begeleiding en facilitering van de hulpbehoevende burger. Plus het feit dat de daaruit voortvloeiende benaderingswijze  geen enkel recht doet aan de differentiatie en individualisatie van de hoe dan ook beperkte medemens

Ook dit echec kent, net als het succes, vele vaders. Onwetendheid, onbenulligheid, onverschilligheid. Maar ook doelbewuste beheers- en gemakzucht, uniformiteitsdrang en bezuinigingsdrift van met name financieel/economische functionarissen en als managers( toen nog als hoofden aangeduid) vermomde systeem- en controlefreaks. Het siert evenwel Severinus dat men destijds het initiatief nam en ondersteunde om te moderniseren en te normaliseren. Ondanks de interne tegenkrachten heeft men nooit echt bakzeil gehaald en is de vernieuwing van de zorg en begeleiding voortgezet. De doorn en toorn in het meer formalistisch ingestelde Severinusoog over onze uitzonderingspositie werden echter steeds heviger en stekeliger. Tegelijkertijd liet men naar buiten toe geen gelegenheid voorbijgaan om met ons de sier te maken en De Biezenkuilen op te voeren als uithangbord van zorginnovatie.

Wat betreft mijn eigen professionele ontwikkeling volgde ik uiteraard niet het gebruikelijke loopbaantraject via de kaderopleiding. Ik koos, zij het met de nodige scepsis en ook om te laten zien dat ik me niet overal aan wilde onttrekken, voor wat destijds de Sociale Academie was geheten. En dat heb ik geweten! Wilt u dat ook weten, lees dan de volgende episode van deze enerverende, soms irriterende, maar altijd intrigerende sociaalacademische en territoriaalpolemische polarisering. Oei! Een ‘mooie’ zin om even op u in te laten werken, terwijl uw dienaar zich vakantiegewijs in Griekse toestanden gaat onderdompelen. Ook dáárover wellicht later meer.

Read Full Post »

Op het gevaar af me te bezondigen aan de ergerlijk in zwang geraakte quasi openhartigheids- en bekenteniscultuur, biecht ik hier toch één van mijn vele compulsieve afwijkingen op. Ik zie namelijk in vrijwel iedereen meteen een dubbelganger. In goed Nederlands heet dat tegenwoordig een lookalike. Om het nóg bedenkelijker te maken: vaak zie ik ook kruisbestuivingen. Dan is iemand een optelsom van meerdere personen. En om het niet té gek te maken, blijft dat meestal beperkt tot twee. In de dierenwereld een gekend fenomeen, maar aangezien de werkelijkheid nu eenmaal de stoutste fantasieën overstijgt, valt geenszins uit te sluiten dat de mensheid al klonend een eind op weg is. Waarvan Marianne Thieme de resultante is, komt in een latere aflevering ongetwijfeld nog in beeld.
Ok, het is een vrij onschuldige afwijking en bovendien blijken nogal wat mensen zich door deze weeffout te laten leiden. Zolang we er maar niet onder lijden, zeg ik dan maar. Het gangbare dubbelzien is zogezegd een wijdverbreid fenomeen en zelfs zichzelf zeer respecterende, landelijke dagbladen hebben een vergelijkbare afwijking gepubliceerd. Dan mag ik mijn vergelijkend ontwarenonderzoek met een gerust hart daaraan toevoegen. Met het risico natuurlijk dat ik dubbelgangers opvoer die al eerder elders zijn gepubliceerd. Het zij zo. En wat zou het leuk zijn wanneer u zou reageren op mijn kijk op gelijk en nóg leuker, indien u zelf kandidaten zou voordragen c.q zou insturen!

Twee broers? Twee zussen? Broer en zus? Zeg het maar! In elk geval links Edwin van der Sar, misschien wel  (nog steeds) ‘s werelds beste keeper. Rechts Sarah Bettens, zus van Gert, een onbetwiste held in ons gezinnetje, maar dat even terzijde. Sarah was en is weer het boegbeeld van de Belgische formatie (en neem even de tijd om dit schitterend uitgevoerde en in beeld gebrachte lied te inhaleren) K’s Choice, want zijn bezig aan een come back. Waarvan ons gezinnetje onlangs getuige was op Dauwpop in Hellendoorn. Een nostalgisch weerzien omdat het eind jaren ’90 ons eerste familieconcert was in het Philips Muziekcentrum te Eindhoven. Daarom een plaatsje in de eregalerij der sprekende gelijkenissen, ondanks de de (h)erkenning die dit duo reeds eerder in o.a. De Volkskrant heeft gekregen.

Zelfs de karakteristieke kop van Wim de Bie, bieslogger par excellence in ruste en ons nationale geweten, kent min of meer zijn gelijke. En wel in scheidend hoofdredacteur van De Volkskrant, Pieter Broertjes. Dat zouden het inderdaad kunnen zijn. Maar dan wel met Pieter als van ver daarnakomertje. Of als liefdesbebie. 

  
De kop van Bert van Marwijk, onze nationale voetbalcoach, zal de komende weken niet uit beeld zijn weg te slaan. Zijn evenbeeld in de popmuziek is Paul Weller, waarvan wij onlangs ook al het genoegen smaakten en het geluid proefden in De Effenaar. We kunnen (nog) niet spreken van evenknie, want daarvoor zijn de betekenis en palmares van Paul in de muziekscene te groot, vergeleken met de voetbalverdiensten van Bert. Maakt hij ons echter wereldkampioen, dan mag ie wellicht Wellers voetbalveters vastmaken.

Voorlopig laten we het hierbij. Is het voor u en feest van herkenning of vindt u dat het nergens op lijkt, schroom niet om te reageren en/of uw  
vergelijkende vondsten met ons te delen.

Read Full Post »

 

 

 

 

 

 

Naar aanleiding van het heuglijke feit dat dit blog reeds meer dan 5000 bezoekers mocht verwelkomen, heb ik de blogstatistieken aan een nader onderzoek onderworpen. Een paar uitkomsten wil ik u niet onthouden. De meestgelezen post tot dusver is Een Best Vriendelijk Sonnet. Dat stemt tot weemoed, maar ook tot gepaste voldoening. Het voelt toch een beetje aan als een klaarblijkelijk door meerderen gewaardeerde ode aan deze beste vriend die wij zo node en deerlijk missen. Dat Gerard mede door dit gedicht in onze gedachten en herinnering blijft voortleven, is toch een speciale en bemoedigende gewaarwording. Evenals het kennelijke feit dat het daarnaast ook anderen, die in een soortgelijke situatie verkeren of verkeerd hebben, enige troost en herkenning biedt.

De bovenstaande fotootjes  geven een mooie illustratie van de variatie aan onderwerpen die ik heb aangesneden. Waarbij de balans van mijn gezondheidszorgen toch als een constante factor aanwezig is. De drukbezochtste dag was 31 januari 2010, waarop 97 bezoekers de weg vonden naar heinscatchup. Dat het op die dag waarschijnlijk hondenweer was en u met geen mogelijkheid de deur niet uit kon, soit! U had uw tijd ook genoeglijk in de echtelijke of meer stoutmoedige stonde kunnen doorbrengen, toch? Ondermeer mijn op het lijf geschreven verhandeling over de borstpartij tussen Serena Williams en Justine Henin voorzag kennelijk in een aanvaardbaar alternatief en wie weet wel in het ultieme schrijversdoel: het voorspel.

Hoe het ook zij, er is kennelijk een select, maar hondstrouw publiek dat geporteerd is van mijn eigenzinnig gestileerde zieleroerselen. Dat bemoedigt en stimuleert mij om door te gaan. Al moet ik eerlijkheidshalve bekennen dat ook zonder deze externe prikkel het schrijven mij uiterst lief is en meer dan waarschijnlijk tot in lengte van dagen zal blijven. Nogmaals dank voor de aandacht en hartverwarmende reacties! We houden u op de hoogte.

Read Full Post »

Hoera!!! Heinscatchup heeft haar eerste mijlpaal bereikt door de 5.000-ste bezoeker te mogen verwelkomen! En daar is Mazuro best een beetje trots op. Ook al is het dan voor een weblog een tamelijk bescheiden aantal, er zijn legio lotgenoten die met veel minder graag geziene gasten genoegen moeten nemen. Daarbij heb ik het ook nog vrijwel geheel op eigen kracht moeten doen, mijn geweldige zoons Teun en Bram niet te na gesproken. Zij hebben mij destijds voor dit blog gezet en hun digitale ondersteuning was onontbeerlijk.

Toch moest het verder uitsluitend komen van mijn eigen tweevingerige vindingrijkheid. En dus niet van bijvoorbeeld Severinus Veldhoven, waar ik niet alleen ruim 30 jaar heb gewerkt, maar bovendien jarenlang in mijn vrije tijd vele columns voor het informatieblad heb geschreven. En dat ging toen nog met de pen en later kon het (niet altijd) de eenvingerige toets der kritiek doorstaan. Tel uit je tijdswinst!

Men bleek daar destijds niet bereid om ook maar enige aandacht aan mijn weblog te schenken. Het zou niet Severinusgerelateerd genoeg zijn! Nou ja! De trouwe lezer weet wel beter en de grond onder Severinus wordt alleen nog maar heter. Ach nee, dat is flauwe kul. Mijn bevindingen zullen zo objectief mogelijk worden vereeuwigd en mijn rancune zal ik in elk geval in beschaafde termen sublimeren. Neemt niet weg dat Severinus zich in deze allesbehalve schappelijk en erkentelijk heeft opgesteld. Maar wat niet is, kan altijd nog komen, zullen we maar zeggen.

Misschien was u of jij wel de 5.000-ste, maar dat kan ik helaas niet achterhalen. Heb je echter op de vroege morgen van deze gedenkwaardige 8e mei 2010 op mij afgestemd, dan zat je in elk geval dicht in de buurt en mag je je ook een beetje jubilaris voelen. Ik hoop dat jullie mij trouw zullen blijven volgen en dat ik dit vertrouwen waard zal blijken te zijn in de verdere toekomst. Aan de kwantiteit zal het niet liggen, maar ik doe mijn best om ook de kwaliteit en de variëteit niet uit het oog te verliezen. Hartelijk dank voor jullie lees- en reactiebereidheid tot dusver en wees zoals immer hartelijk gegroet en tot genoegen!

Mazuro

Read Full Post »

Vooraleer we de draad van de balans mijner afloopbaan in de gezondheidszorg weer oppakken, moet ik nog een belofte gestand doen. Ik heb namelijk de eer om deel uit te maken van een selecte groep tennissers die al jaren tussen september en april mekaar het leven zuur maakt op de dinsdagavond. Het niveau is niet om over naar huis - maar toch ook wel weer om op deze plek neer – te schrijven. Voor de goede orde: wij bestrijden mekaar in dubbels aan de hand van een onnavolgbaar en altijd voor/ter discussie vatbaar/staand schema. Een schema dat de jongste jaren met bewonderenswaardige durf én accuratesse wordt gemaakt door het minst windgevoelige en meest slagvaardige Vaantje. Met recht de Vaandeldrager dus. ‘Jongste jaren’ staat niet model voor de doorsnee-leeftijd van ons, doorgaans stroeve strijders. Uw scribent behoort met een enkele lotgenoot wel tot de nestorcategorie, maar vermoedelijk schommelt de gemiddelde leeftijd rond de 50. Het gros der matadoren kunnen we scharen onder de speelsterkte 7, de vermeende vedetten scoren weleens een zesje. We spelen uiteraard om de punten en om te winnen, want sporten met tegenstanders zonder winstbejag is als muziek zonder geluid of als Jut zonder Jul: geen zak aan dus! En natuurlijk wordt ook hier uiteindelijk de balans opgemaakt en komen er een winnaar en een heleboel verliezers te voorschijn. Aangezien ik de winnaar van de laatste editie heb beloofd om zijn glorie tekstueel luister bij te zetten, volgt hieronder dus een bloeiende bloemlezing van de titanentennistrijd die op het scherp van de snedigheid werd uitgevochten. En dus – en vanzelfsprekend  – heel wat gespreksstof deed opwaaien.

 

Kijk ‘m daar toch eens staan, onze Johnny! Hij oogt nog steeds wat onwennig, alsof hij het zelf nog altijd niet kan en mag geloven. Iemand die zó trofeetrots poseert met de Cup met de nóg grotere oren, die kun je toch niet weigeren om eer te betonen, wel? En hij heeft ‘m verdiend! Al is het maar omdat ie ook maar niet één keer verstek heeft laten gaan en dus nooit ofte nimmer de 5 punten die je krijgt als je verhinderd bent, zomaar in zijn zak heeft gestoken…. Bovendien heeft niemand zich zó goed voorbereid op en ingeleefd in het speelschema, zijn dubbelspelpartner en niet te vergeten de tegenstanders. Als de ware topsporter heeft ie werkelijk niets aan het toeval overgelaten.

Is Johnny dan ook onze meest begaafde, veelzijdige tennisser? Nee dus. Johnny is de vleesgeworden retourneerder; de koning van de ralley en de regelmaat. Dat gevoegd bij zijn gedisciplineerde huiswerkvlijt en anticipatievermogen, maakt hem tot een terechte winnaar. En dus tot de mannetjesputter die zijn naaste, meer begiftigde en vooral op het anatomische af analyserende belagers als vlooien van zich heeft afgeschud. Die dus niet de druk van het favoriet, maar wel van het koploper zijn heeft gevoeld en weerstaan. Johnny was FC Twente. Harrie, Rinus en consorten waren PSV en Ajax, Feyenoord, AZ en vul verder maar in. In een rechtstreekse dubbel tegen directe concurrent en tacticus didacticus Harrie de Twidde liet Johnny geen spaan heel van zijn slechts allerlei opties (m)opperende opponent.

Zo was de spanning eigenlijk al weggeëbd in de eindfase van de competitie, maar Little John voelde zich nog geenszins zeker. Het schema stond gebeiteld op zijn harde schijf en hij wist precies welke kinken er nog konden weerklinken in de kabel. Nou niet bepaald de zelfverzekerdheid van een kampioen uitstralend, wikte en woog hij alle kanten van het racket en (aan) het net. En ach, het siert hem toch ook weer als mens dat hij, ondanks stoerijdele pogingen het tegendeel te bewijzen, het zelf nauwelijks kon geloven. En slechts zoetjesaan zeker van zijn zaak werd toen het, door ons verslagenen bolwangig opgeblazen rookgordijn was opgetrokken.

Torenhoge, of beter gezegd hemelsbrede favoriet Rinus beleefde dus een soort van afGhanastan, in die zin dat hij zich geheel vrijwillig daar naartoe liet uitzenden. En wat hem dus nogal wat vijfjes opleverde. Harrie d’n Twidde hebben we als teveel tactiek dus reeds eerder ten tonele gevoerd en jawel, we hebben ook een Harrie d’n Urste. Ook al is deze dan ‘slechts’ een van de urste reserves. Waar alle Turken Ali heten en alle Marokkanen B., daar lijken alle analytici Harrie te heten. Dan hebben we in de lagere regionen -  in het ene gevalletje letterlijk – nog twee Carels. Waarbij het dus inderdaad meestal niet vandaag was. Wel smaakte onze nestor Carel  het genoegen – en dat was geheel wederzijds – om aan mijne zijde zijn enige volle buit binnen te halen.

De subtop werd gevormd door Huub die nooit nie hot leek, maar dat vaak wel degelijk was. Broertje Theet, die telkens aan zijn eeuwige tennislessen aanknoopte en daarbij aantooonde dat lessen toch beter is voor de dorst dan voor de honger naar succes. D’n Dieles speelde een cruciale rol in de eindafwikkeling waarin hij zijn hoge postering niet geheel kon waarmaken. Dan die twee andere Vaantjes. Zoals gezegd wind- en omgevingsgevoeliger dan broer Rinus. Niet dat ze onder dezelfde vlag te scharen zijn, dat weer niet. In elk geval is Röbke een betere tegen- dan medestander. De ander is geheel willoos aan het net, maar staat aan de baseline wel degelijk zijn mannetje.

De nogal afwezige en dus niet erg puntige participanten Jan en Adje hadden een meer verbale dan verbluffende inbreng. En laagmiddenmoter Rob was het springlevende bewijs van het door Herman van Veens gezongen (Getuigen zijn zelden) Helden. Rinus senior boorde al zijn  reserves aan om toch de nodige potjes te kunnen spelen.
En deze jongen zelf dan? Och, het zal altijd de vraag blijven hoe hoog ik wel niet was geëindigd indien ik niet zoveel noodgedwongen vijfjes had verzameld. Nu ik van de werkbeslommeringen ben bevrijd, wordt wellicht mijn verhinderingsgehalte geminimaliseerd en kan ik in elk geval op dat gebied de concurrentie met Little John aangaan. IJs, gezondheid en weder dienende uiteraard.

Maar het ging en begon om de winnaar en daar eindigen we dan ook mee. Werp nog een laatste blik op de foto, want die is waarschijnlijk enig in zijn soort. De messen worden reeds geslepen, de analyses nagenoeg anaal uitgediept en meest en vooral: het speelschema en de puntentelling krijgen een nóg groter eerlijkheids- en objectiviteitskarakter. Denkt menigeen. Nou, vergeet het maar! Welke ingreep of welk systeem ook, het zal immer voor en ter discussie vatbaar zijn en staan.  En zo hoort het ook! We moeten na afloop wà te bakkesen hebben. Zeker over de winnaar, die hoe dan ook een seizoen lang naar iedereen een lange neus kan trekken. En dat is John van Hest!  De rest is history.

Ps. De exacte eindstand kan ik – helaas?  – niet publiceren, want ben ik inmiddels kwijtgeraakt. Maar wie weet voelt iemand zich nog geroepen om deze in een reactie mee te sturen. Houdoe!

Read Full Post »

Older Posts »

Volg

Ontvang elk nieuw bericht direct in je inbox.

Doe mee met 217 andere volgers

%d bloggers like this: