De 25e, soms overbezorgde, dan weer onwelriekende, maar altijd met een beetje ketchup overgoten editie over mijn werkende wel en wee in de zorgsector. Met een openingszin die zowel mijn ietwat statige stijl als dit jubileum markeert en karakteriseert. Mijn hemel, de 25e! Dat is bijna een aflevering per werkjaar. Zeker voor wat betreft mijn Severinus/Biezenkuilen-carrière.
Want we zijn inmiddels aanbeland bij de beginjaren van de 21e eeuw. In het najaar van 2003 zou de moeder aller buitenhuizen van Severinus haar zilveren jubileum vieren. Het mijne had ik er al een paar jaar op zitten. Niet verrassend was ik nog het enige teamlid dat vanaf het begin af aan de Biezenkuilen trouw was gebleven. Ik blijf een liefde nu eenmaal een liefde lang trouw. In de ogen van menigeen was ik eraan vastgeroest. En eerlijk gezegd voelde ik zelf ook de slijtage aan den lijve beklijven. Hoewel de woonhuiscoördinator nog steeds een meewerkende leidinggevende was, draaide ik wel aanmerkelijk minder slaapdiensten. Mijn baan werd meer en meer een kantoorbaan, met dien verstande dat het in slaapdienst weekendwerken bleef bestaan. Ook nam ik regelmatig zitting in commissies en werkgroepen.
Stiekem hoopte, zeg maar gerust rekende, ik op een geschikt aanbod voor het restant van mijn Severinus-loopbaan. Want inderdaad, gevoelsmatig was ik al aan het afbouwen, aan het afscheid nemen, zonder dat ik concreet wist wat dan te doen; laat staan dat ik – modermistisch geformuleerd – proactief bezig was in dit opzicht. Hoog- en lankmoedig als ik was, speculeerde ik erop dat me wel iets in de schoot geworpen zou worden. Al dan niet vanuit mijn oude, vertrouwde buitenhuisje als basis en zo dacht ik het wel uit te kunnen zingen tot aan mijn pensioentje. Want aan voldoende vrije tijd ontbrak het niet en daarbij gebiedt de eerlijkheid me te zeggen, dat ik me ook een tijdlang rijk rekende met een mooie profvoetbalcarrière van mijn jongste zoon. Niet zozeer rijk in materiële zin, maar ik ging ervan uit dat de aantrekkelijke aspecten daarvan in de vorm van dit allemaal te volgen en mee te mogen maken, ruimschoots de sleur en groeiende weerzin omtrent mijn werk zouden compenseren.
Althans, zo redeneerde ik in aanvankelijke zin. Maar niet alleen de voetbalcarrière van zoonlief verliep anders dan verwacht, ook mijn gezondheid ging me steeds vaker en intensiever parten spelen. In hoeverre de psychische component daarin een rol speelde, blijft een kwestie van speculeren. Ongetwijfeld is het feit dat ik er steeds meer tegenaan ging hikken, een cruciale factor geweest. Het jarenlang onregelmatig werken, vooral in nacht- en slaapdiensten, gevoegd bij het te lang blijven hangen op dezelfde werkplek: al deze factoren veroorzaakten bij mij een steeds groeiende, welhaast fysieke weerzin tegen mijn werksituatie. Ik ben er dan ook van overtuigd dat een burn-out zelden voortkomt uit teveel of te hard werken, maar veeleer wordt veroorzaakt door het te lang niet (meer) op de juiste werkplek zitten c.q. door stelselmatig te worden ondervraagd en/of te weinig te worden uitgedaagd. Je kunt gerust stellen dat ik dit in hoge mate heb onderschat.
Hoe dan ook, kip of ei, in 2001 kreeg ik een fikse waarschuwing die mij nóg meer aan het denken heeft gezet en die ik uiteraard op mijn geheel eigen wijze heb beschreven. Waartoe die waarschuwing en al dat denken uiteindelijk hebben geleid, beschrijf ik in de volgende aflevering van mijn, ik besef toch wel steeds zorgwekkender wordend bestaan. Ik beloof u dan ook bij deze dat de luchtige, vrolijke noot ook dan niet zal ontbreken.
Dag Hein,
Benieuwd naar het vervolg; het blijft “prikkelen”.
Groeten
jezus! Dineke
[...] ik mijn laatste (jubileum)aflevering in dit kader. Bent u de draad kwijt, dan kunt u desgewenst hieronder uw geheugen [...]