Ik heb heel wat mensen laten schrikken, als ik hen tenminste op hun woorden mag geloven. Nu ben ik niet bepaald het prototype van iemand die de mens op zijn woord gelooft – mezelf al helemaal niet – maar in dit geval wil het toch wel aannemen. Ik verklaar mij nader.
Eind vorig jaar ben ik in het ziekenhuis beland nadat, door welke oorzaak dan ook, mijn korte termijngeheugen me even in de steek liet. Mensen die mij (denken te) kennen, weten dat vergeetachtigheid en verstrooidheid al evenzeer bij mij horen als de Biezenkuilen, maar persoonlijk zie ik dat meer als prioriteitenstelling; hoofdzaken, bijzaken, u kent dat wel. Mijn onvolprezen collega schatte dit gelukkig toch even als iets anders in.
Van het ene op het andere moment ben je dan patiënt. En geloof me of niet: bijna iedereen die mij daarna heeft gesproken, vertelde dat ik hem of haar had laten schrikken. Goed, in een aantal gevallen hoorde ik het wel erg lang na dato en dacht ik onwillekeurig dat ik weinig van hun schrik had gemerkt, maar toch. Ik geloof best dat de meesten daadwerkelijk zijn geschrokken. Misschien omdat het mij overkwam, maar waarschijnlijk toch ook omdat men het op zichzelf of op de eigen situatie betrok. Goh, als zo’n iemand dat al oploopt; betrekkelijk jong toch nog, ziet er althans voor de liefhebbers en vooral liefhebsters toch nog goed uit, sport nog regelmatig en heeft eigenlijk een luizenbaantje. Als hij al zoiets kan krijgen, loop ik of mijn naaste dan ook niet dat risico? Daar schrik je inderdaad wel even van
Zoals gezegd, plotsklaps ben je dan patiënt, want cliënt ben je alleen bij Severinus. Niet dat ik veel te klagen heb over de ziekenhuisbejegening. De eerste paar uren ben ik sowieso vergeten, maar aan alles was wel te merken dat menige arts, specialist en verpleegkundige als vanzelf een andere houding aanneemt tegenover iemand die gekluisterd is aan bed, brancard of rolstoel. Uit welingelichte kringen heb ik vernomen dat ik tijdens mijn ‘zwarte’ periode op de EHBO de arme neuroloog tot vervelens toe er op heb gewezen niet langs of over mij heen te praten. De goede man dorst daarna niets meer te zeggen zonder mij aan te kijken. Tegelijkertijd kon hij het toch ook weer niet laten om mij telkens, heel eventjes voordat hij weer verderging, ietwat onhandig maar toch bemoedigend in mijn onderbeen te knijpen, terwijl hij toch zo’n tien jaar jonger was dan ik. Eerst dacht ik nog dat het te maken had met mijn onweerstaanbare aantrekkingskracht, echter ik merkte alras dat het een gewoontegebaar van hem was, een soort troostend afscheidsritueel dat zowat elke patiënt van hem onderging.
Wie patiënt is, ondergaat nog veel meer, met name onderzoeken, en is dientengevolge overgeleverd aan het patiëntenvervoer. Je wordt dan in een bed of in een rolstoel, omhangen en gehospitaliseerd door een ziekenhuishanddoek tegen de kou, als een (sorry, mevrouw Borst) idioot het halve ziekenhuis door gereden, voortbewogen door – het moet gezegd – over het algemeen uiterst vriendelijke vrijwilligers/sters. En natuurlijk moest ik weer zonodig de handdoek in de ring gooien, maar wel pas nadat mijn garderobe was toegesneden op de tochtige ziekenhuisgangen. Als opsteller, uitvoerder en meer nog omzeiler van menig protocol, werd nu het ene na het andere protocol op mijzelve toegepast en ik verzeker u dat dit een uiterst vreemde gewaarwording is. Maar ik was dus echt zo’n patiënt die er patent op had om zijn behandelaars overal attent op te maken.
Ik werd verdacht van een Tia, die ik tot dan toe alleen maar kende als de smaakvolle metgezellin van de al even aanlokkelijke Maria. Ook deze combinatie heeft meer dan eens een gat in mijn geheugen geslagen, totdat nader zelfonderzoek al snel uitwees dat dit meer een kwestie van de geest uit de fles was geweest.
Al met al lijkt het er op dat ik met de schrik ben vrijgekomen, tot geruststelling van al degenen die ik kennelijk heb laten schrikken. En wellicht tot schrik van anderen: jullie zijn dus nog niet van mij af, vergeet het maar! Misschien ben ik jullie vergeten, al lijkt het daar helaas niet op. Maar wat zou het een prettige bijkomstigheid zijn geweest wanneer in het geval zoals het mijne, je enkel en alleen maar de vervelende, negatieve dingen kwijt zou zijn. Het zou misschien wel leiden tot de broodnodige rust in mijn hoofd. Daar staat echter tegenover dat je dan niets meer hebt om je druk over te maken. Niets meer om tegenaan te schoppen, niets meer om te hekelen en te pekelen, kortom einde Primeurs. Waarvan akte, maar schrik niet: vooralsnog alleen maar van deze aflevering.

[...] ik een fikse waarschuwing die mij nóg meer aan het denken heeft gezet en die ik uiteraard op mijn geheel eigen wijze heb beschreven. Waartoe die waarschuwing en al dat denken uiteindelijk hebben geleid, beschrijf ik in de volgende [...]